De Nederlandse voetbalsters hebben in Almelo met 3-1 gewonnen van Oostenrijk, maar drie maanden voor het EK is de toernooivorm nog ver te zoeken.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Zoekend naar vorm en formatie, maar geholpen door het nodige fortuin, hebben de Nederlandse voetbalsters Oostenrijk opzij weten te zetten. Door twee vroege goals – een in de eerste en een in de tweede helft – kwam Oranje niet werkelijk in de problemen, maar echt lekker liep het zeker niet.
Nederland kwam door een schot van Jackie Groenen al na twaalf minuten op voorsprong. Vlak na de rust maakte Damaris Egurrola de 2-0 en door een penalty van Sherida Spitse liep de score nog op naar 3-0. Oranje blijft daardoor op gelijke hoogte met Duitsland in de Nations League-groep.
Drie maanden voor het EK was de ploeg van bondscoach Andries Jonker echter nog volop zoekende. In een iets ander systeem liepen veel speelsters vaak niet op de goede plek. Defensief kwam de ploeg daardoor te vaak in problemen en aanvallend was het te pover tegen een ploeg van dit kaliber.
Oostenrijk is een subtopper in het internationale vrouwenvoetbal, 18de op de wereldranglijst, maar de ploeg heeft betere tijden gekend. In 2017 (halve finale) en 2022 (kwartfinale) deed Oostenrijk nog mee aan het EK, maar deze zomer zit dat er niet in. Net als voor het WK in 2023 wist het land zich voor dit toernooi niet te plaatsen.
Jonker kon bovendien selecteren wie hij wilde, omdat iedereen fit en beschikbaar is. Al was dat tussen aanhalingstekens, want mede vanwege het drukke programma van de internationals kon niet iedereen een hele wedstrijd spelen. Met Daniëlle van de Donk en Victoria Pelova moest hij bovendien voorzichtig aan doen, omdat ze net terug zijn van blessures.
De bondscoach kwam met een nieuwe tactische variant: meestal kiest hij voor 3-5-2, met wingbacks die langs de zijlijn zowel moeten verdedigen als aanvallen. Nu startte hij met 3-4-3, zonder die flankspelers. En dat was te merken, want daardoor miste er vaak een aanspeelpunt en liep de opbouw geregeld spaak. Vooral verdediger Caitlin Dijkstra verloor de ene na de andere bal.
Maar waar het in de vorige wedstrijd tegen Schotland niet meezat met het benutten van de kansen, vloog nu het eerste schot op doel erin. Groenen, die zelden scoort, kreeg de bal even buiten het strafschopsgebied, op vrijwel dezelfde positie als die waarvan ze Nederland op het WK in 2019 tegen Zweden naar de finale schoot. Toen schoot ze in de verre hoek, nu was het raak in de korte.
En aan de andere kant zat het juist niet tegen, want na opnieuw knullig balverlies kon Sarah Zadrazil uithalen. Het schot van de speelster van Bayern München belandde op de kruising en net niet in het doel.
Jonker probeerde het op te lossen door Wieke Kaptein na de rust aan de rechterkant te zetten, maar nog voor iedereen kon zien of dat werkte, was Oranje al op 2-0 gekomen. Damaris Egurrola kopte de bal uit een hoekschop achter keeper Manuele Zinsberger.
Na een paar wissels kwam Jonker toch weer uit op het vertrouwde 3-5-2. Dat gaf in ieder geval verdedigend rust en ook offensief kwam er wat meer lijn in. Nadat Lineth Beerensteyn werd vastgehouden in het strafschopsgebied legde de scheidsrechter de bal op de stip en kon de net ingevallen Spitse de 3-0 scoren. Dat leek de eindstand te worden, maar Maria Plattner maakte vlak voor tijd het doelpunt dat Oostenrijk eigenlijk al iets eerder had verdiend.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant