De nieuwe Amerikaanse heffingen lijken op die van president Herbert Hoover in de jaren dertig, die de wereld in de Grote Depressie stortten. Economen en historici zien het als een van de grootste miskleunen in de geschiedenis. Trump niet.
is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Ben Stein is dankzij Hollywood de bekendste economiedocent in de Amerikaanse filmgeschiedenis. Hij speelde in 1986 de rol van de dodelijk saaie leraar in de film Ferris Bueller’s Day Off (Ferris Buellers Baaldag). Met monotone stem probeert hij de leerlingen iets uit te leggen over de Smoot-Hawley Tariff Act, die op 17 juni 1930 – acht maanden na de crash op Wall Street van oktober 1929 – werd ondertekend door toenmalig president Herbert Hoover.
Op diens ‘Liberation Day’ werden importtarieven ingesteld op twintigduizend goederen uit andere landen, in een poging de eigen landbouw en industrie te beschermen tegen ‘oneigenlijke buitenlandse concurrentie’.
Stein kan de aandacht van de leerlingen niet vasthouden. Door voortdurend ‘anyone, anyone?’ te roepen, probeert hij tevergeefs de leerlingen erbij te betrekken. De film werd een groot succes.
Toen Wall Street op Black Monday, op 19 oktober 1987, een koersdaling beleefde die nog erger was dan die van Black Thursday in 1929, besloot toenmalig president Ronald Reagan helemaal niets te doen. Als neo-liberaal was de vrijhandel voor hem heilig, hoewel de VS op dat moment enorme handelstekorten hadden. Niet China was destijds de grote boosdoener, maar Japan, met zijn Datsuns, Toyota’s en producten van Sony en Panasonic.
Amper een jaar later waren de koersen weer hersteld. De wereldhandel en wereldeconomie zouden in de jaren negentig een ongekende bloeiperiode doormaken dankzij de mondialisering en digitalisering. Na de kredietcrisis in 2008 besloten de grote industrielanden in de wereld – inmiddels verenigd in de G20 – de dreigende recessie en werkloosheid niet te verergeren met protectionistische maatregelen.
Economen en historici beschouwen Smoot-Hawley als een van de grootste miskleunen in de wereldgeschiedenis. Trump niet. De vergelijking dringt zich op. Net als nu hadden de Republikeinen in 1930 niet alleen het Witte Huis in handen, maar ook het Congres. Net zoals nu met de opkomst van sociale media en kunstmatige intelligentie, was toen een technologische revolutie in gang gezet die leidde tot het verlies van veel ‘goedbetaalde banen’ in de landbouw en het ambacht.
Dankzij de benzinemotor en elektriciteit kon in de jaren twintig een enorme productiviteitsstijging worden bewerkstelligd. Op het platteland werden trek- en lastdieren vervangen door tractors en trucks. Land dat tot dan toe nodig was om de dieren te laten grazen, kon gebruikt worden voor productie.
Net als Trump noemde Hoover de tarieven tegenmaatregelen. Eind jaren twintig had Frankrijk tarieven van 100 procent gelegd op Amerikaanse auto’s, zoals de bekende T-Ford. Italië en Duitsland hadden de import van Amerikaans graan aan banden gelegd. In 1928 won Hoover de presidentsverkiezingen met de belofte de eigen banen te beschermen – net als Trump vorig jaar.
Niettemin was er grote oppositie tegen Smoot-Hawley. In mei 1930 ondertekenden 1.028 vooraanstaande economen een petitie met een oproep aan Hoover de wet te vetoën. Autofabrikant Henry Ford noemde het ‘economische domheid’. CEO Thomas Lamont van de bank JP Morgan zei ‘Hoover op zijn knieën te hebben gesmeekt de plannen niet door te zetten’.
Maar Hoover hield vast aan zijn ‘beggar-thy-neighbour’-strategie: het verbeteren van de eigen economie ten koste van de buurman door handelsbelemmeringen. Handelspartners van de VS kwamen met vergeldingsmaatregelen. Canada legde als eerste heffingen op voor zestien belangrijke Amerikaanse producten, die samen goed waren voor 30 procent van de totale export naar dat land.
De Amerikaanse export naar landen die met tegenmaatregelen kwamen – naast Canada ook Frankrijk, Cuba, Mexico, Spanje, Argentinië en Zwitserland – daalde met 31 procent. De hoogste tarieven liepen in de jaren daarna op tot bijna 60 procent op sommige producten. Maar in tegenstelling tot nu bleef toen twee derde van de import onbelast. Trumps tarieven gelden voor alle import.
Ook Nederland deed mee. Vanaf 1931 werd een quotum ingesteld voor het aantal buitenlandse goederen, waaronder schoenen, textiel, vlees en boter. Daarnaast werd een campagne gelanceerd door de Nederlandse Vereniging van Fabrikanten onder het motto: ‘Koop Hollandsche waar, dan helpen wij elkaar.’ Dat sloeg aan, maar economisch was het zo schadelijk dat 600 duizend Nederlanders moesten ‘stempelen’– stempels halen in een stempellokaal om aanspraak te kunnen maken op een werkloosheidsuitkering.
De wereldhandel stortte in nog geen vier jaar in. De Amerikaanse import daalde met 66 procent, van 4,4 miljard dollar in 1929 tot 1,5 miljard in 1933. De Amerikaanse export liep terug van 5,4 miljard in 1929 tot 2,1 miljard in 1933. Het bbp halveerde van 103 miljard in 1929 tot 55,6 miljard in 1933. De werkloosheid steeg van 8 procent in 1930 naar 25 procent in 1933.
Niet iedereen geeft Smoot-Hawley daarvan de schuld. Volgens monetaristen zoals Milton Friedman was het zwakke financiële stelsel van de VS belangrijker voor de Grote Depressie dan het protectionisme – na de crash vielen 9.000 van de 25 duizend banken om. In 1930 was handel slechts goed voor 5 procent van het Amerikaanse bbp. Nu is dat 25 procent.
Het was hoe dan ook een belangrijke les. Na de Tweede Wereldoorlog maakten westerse landen massaal afspraken onder het motto: dit nooit weer. Er kwamen allerlei organisaties tot stand die vrije handel moesten bevorderen. In 1947 werd de GATT (de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel) van kracht, die tot geleidelijke afbouw van importbarrières leidde.
Of Trump Ferris Bueller’s Day Off heeft gezien, is niet bekend. Mogelijk viel hij in slaap. Hij heeft er geen boodschap aan, net zomin als aan het feit dat na Smoot-Hawley de Grote Depressie ontstond, die de opmaat werd voor een nieuwe wereldoorlog.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant