Kinderen die moeite hebben met het herkennen en benoemen van emoties hebben het lastig in sociale situaties. Ze begrijpen leeftijdsgenoten soms niet en samen spelen kan moeilijk zijn. Naast hulpverleners kunnen sociale robots hen helpen.
Robots zijn bijna niet meer weg te denken uit ons zorgsysteem. In een rapport uit 2022 werd geschat dat techniek en robots op den duur 110.000 zorgmedewerkers zouden kunnen vrijspelen. Denk aan chirurgische robotarmen in de operatiekamer, het verzamelen van apparatuur en medische hulpmiddelen of ondersteuning bij eten en drinken.
Sociale robots hebben meestal een lichaam en gezicht. "Het zijn robots die zijn gebouwd om sociale interacties met mensen te stimuleren", zegt Anne Bonvanie, lector ethiek en technologie aan Hogeschool Saxion, tegen NU.nl. Volgens haar zijn sociale robots vaak gericht op specifieke doelgroepen, zoals ouderen, kinderen of mensen met een verstandelijke beperking.
Ze kunnen kinderen echt helpen, blijkt uit een studie van Anouk Neerincx, onderzoeker Sociale Robotica aan de Universiteit Utrecht. Voor haar vijf jaar durende promotietraject ging ze in zee met het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in Capelle aan den IJssel. "Die hadden robots aangeschaft en wisten niet zo goed wat ze ermee moesten doen", vertelt de onderzoeker.
Tijdens haar onderzoek sprak Neerincx verschillende zorgprofessionals van het CJG en ouders die er met hun kinderen kwamen. In haar testfase onderzocht ze drie mogelijke toepassingen van een sociale robot: in de wachtkamer (als kinderen bijvoorbeeld wachten op een prik), voor het aanleren van emotionele vaardigheden én om gesprekken over bepaalde onderwerpen in de zorg op gang te helpen.
Neerincx kwam erachter dat een robot kinderen kan helpen te ontspannen in de wachtkamer. Daarbij testte ze met robots die wel en geen tablet bij zich hadden en het maken van gebaren door de robot. Vooral dat laatste zorgde voor meer betrokken kinderen, vertelt ze. De kinderen gingen uitbundiger tegen de robot praten en vergaten daardoor bijvoorbeeld even de prik.
In het CJG komen veel kinderen die moeite hebben met het herkennen en benoemen van emoties, vertelt Neerincx. Om het aanleren van emotionele vaardigheden te onderzoeken, ontwikkelde ze samen met de Universiteit van Lissabon een soort rollenspel. De kinderen moeten aan de robot uitleggen welke emoties bij welke verhalen horen.
Daar zitten nog wel wat haken en ogen aan, vinden experts. "Het zit op het randje van ethisch verantwoord", vindt Cock Heemskerk, lector robotica aan Hogeschool Inholland in Alkmaar. Bonvanie sluit zich daarbij aan: "Het aanleren van emoties is een activiteit die normaal gesproken door mensen gedaan wordt en die een robot nu overneemt."
Neerincx begrijpt de reacties, maar ziet niet zoveel kwaad in een rollenspel. "Er zijn tenslotte al veel andere spellen die worden gebruikt op dit gebied", vertelt ze. "En kinderen snappen zelf ook wel dat robots geen emoties kunnen voelen."
Sociale robots zijn in ieder geval geen one-size-fits-all-oplossing, vinden Heemskerk en Neerincx. Een robot zal namelijk niet bij iedereen werken. "De een heeft meer behoefte aan hulp bij sociale interactie dan de ander", zegt Heemskerk. Ook de leeftijd van het kind maakt uit. Een robot die ingesteld is op een kind van zes jaar zal niet zo goed werken bij een kind van twaalf.
In de toekomst kan AI hier misschien een rol in spelen. Voor nu is er volgens Neerincx altijd een menselijke hulpverlener bij het kind en de robot. Dat was ook zo bij haar onderzoek. Neerincx denkt dan ook niet dat een sociale robot ooit een taak met kinderen in zijn eentje zal doen. "Robots hebben bepaalde functionaliteiten die een hulpverlener niet heeft. Maar het blijft een hulpmiddel, geen vervanging."
Volgens lector Heemskerk is er in ieder geval één ding waar robots een stuk beter in zijn dan mensen: consistent, consequent en rustig dingen uitleggen. "Ze laten daarin ook niet hun meningen doorschijnen, want die hebben ze toch niet", grapt hij.
Source: Nu.nl algemeen