Terwijl de bevolking van Gaza wordt uitgehongerd, groeit de nood bij het Wereldvoedselprogramma: donoren komen niet over de brug, het budget slinkt en hulpverleners worden gedood, vertelt uitvoerend adjunct-directeur Carl Skau.‘Sommige van onze medewerkers durven niet meer te gaan slapen.’
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Israël en de Palestijnse gebieden, het Midden-Oosten en België.
De vondst van een massagraf vol hulpverleners, vorige week in de Gazastrook, heeft een enorme impact op mensen die in het gebied levens proberen te redden.
‘Deze catastrofe, maar zeker ook de aanval op een VN-gebouw een week eerder, heeft iets veranderd’, vertelt Carl Skau (47), uitvoerend adjunct-directeur van het Wereldvoedselprogramma (WFP.) ‘Sommige van onze medewerkers durven niet meer te gaan slapen. ‘Is dit de nacht’, vragen ze zichzelf af voordat ze in bed kruipen, ‘dat wij ook worden geraakt?’’
Net als alle andere VN-organisaties heeft het WFP daarom nieuwe afwegingen gemaakt: wat kunnen we hier nog doen als er minder internationale staf aanwezig is? ‘Uiteindelijk is besloten om mensen terug te trekken’, vertelt Skau deze week tijdens een bezoek aan Nederland. ‘Ons internationale personeel is teruggebracht van vijftig naar vijftien man.’
Kunnen jullie dan nog wel leveren?
‘Kijk, in Gaza kun je de veiligheid van je mensen nooit volledig garanderen, maar deze gebeurtenissen hebben de situatie ingrijpend veranderd. Daarnaast maken allerlei andere zaken onderdeel uit van de afweging. Zo blokkeert Israël de import van hulpgoederen nu al bijna vier weken: er is geen enkele vrachtwagen met voedsel of brandstof meer binnengekomen, en de voorraden raken op, waardoor onze operatie helaas noodgedwongen moet worden teruggeschaald. Bovendien kunnen we, omdat Israël delen van de Gazastrook afsluit, niet meer overal komen. Het klinkt cynisch, maar als we minder verschil kunnen maken, is onze fysieke aanwezigheid ook minder dringend nodig.’
En de burger is het slachtoffer?
‘De situatie is catastrofaal. Tijdens het bestand hebben we 25 bakkerijen en meerdere gaarkeukens geopend, en onze opslagplaatsen tot de nok toe volgestouwd. Maar deze week hebben we de bakkerijen moeten sluiten, omdat er geen meel en geen brandstof meer is. We kunnen de gaarkeukens nog een kleine twee weken open houden, maar dan is ook die voorraad op.’
Voor de oorlog verstrekten jullie al voedselhulp aan 350 duizend Gazanen, en tijdens de oorlog probeert jullie organisatie een miljoen mensen te voeden. Als WFP niets meer heeft, wat moeten zij dan eten?
‘Er zijn er geen alternatieven. Lokaal wordt niets geproduceerd; mensen proberen op kleine schaal tomatenplantjes en dergelijke te poten, maar het levert nauwelijks iets op. De markten zijn leeg, en het beetje voedsel dat nog beschikbaar is, is schreeuwend duur. Daarom dringen wij ook zo aan: die blokkade moet worden opgeheven, anders kijken we straks naar een hongersnood.’
‘We hebben dat vorig jaar ook gezien in Gaza, maar de situatie dreigt nu nog erger te worden. Mensen sterven meestal niet van de honger, maar krijgen een ziekte en bezwijken daar vervolgens aan omdat hun lichaam zo zwak is. Omdat er in Gaza ook geen schoon water meer is, liggen die ziektes op de loer. Bovendien zijn mensen na achttien maanden oorlog veel zwakker dan toen.’
Terwijl de nood zo hoog is. In Gaza, maar ook in bijvoorbeeld Soedan zitten jullie met een budgetcrisis.
‘Het is dramatisch. Terwijl het aantal mensen dat wereldwijd voedselhulp nodig heeft, is gestegen van 193 miljoen in 2021 naar 343 miljoen nu, zien wij ons budget slinken. Voor 2025 is 40 procent minder geld beschikbaar dan vorig jaar.’
Welke gevolgen heeft dat in de praktijk?
‘We slanken af waar we kunnen, zodat er zoveel mogelijk geld overblijft voor voedsel, maar daarnaast moeten we gruwelijke keuzes maken. Voorheen sneden we in hulp voor mensen die honger hadden, maar nog niet in uiterste nood waren. Nu worden we gedwongen ook daarin af te schalen. Dat betekent dat er mensen zullen sterven.’
Om de aandacht te vestigen op de nood en donoren ervan te overtuigen dat zij over de brug moeten komen, beweegt Skau zich meestal in donkerblauw pak voort op ministeries en in vergaderzalen – op zijn sociale media staan beelden waarop hij handen schudt in steden als Brussel, Ankara en New York. Op andere foto’s staat hij echter in het veld, en speelt hij bijvoorbeeld tafelvoetbal met kinderen in Ethiopië, of praat hij met gezinnen die op de ruïnes van hun huizen kamperen.
Een bericht gedeeld door World Food Program USA (@wfpusa)
‘Vorige maand, in Gaza, was het bestand nog van kracht en konden honderdduizenden mensen weer terugkeren naar de restanten van hun huis’, vertelt hij over zijn laatste bezoek aan het gebied. ‘Het is een eindeloze vlakte van grijs puin waar mensen toch weer iets probeerden op te bouwen.’
U zei dat u werd geraakt door de veerkracht van de mensen.
‘Die is ongelofelijk. Als er nog iets van een constructie overeind stond, kropen mensen in die puinhoop, hingen een tapijt voor de gaten en probeerden weer iets van huiselijkheid te creëren. Als zelfs dat niet kon, trokken ze een tentje op, en zochten van daaruit houvast. De straten werden schoongeveegd en er verrezen weer kleine winkels. De behoefte aan normaliteit is enorm.’
En nu wordt er weer gevochten en moeten veel van deze mensen van Israël weer hun spullen pakken en vertrekken.
‘Dat is eigenlijk niet te doen. Vrijwel iedereen is geliefden kwijtgeraakt, en heeft geen huis meer, maar tijdens het bestand probeerden zij er weer iets van te maken. Nu begint de angst en de uitzichtloosheid weer van voren af aan. Ik vrees dat het voor een heleboel mensen te veel is om te dragen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant