Home

Waarom Suzuka bochten heeft vernoemd naar een Duitse Suzuki-coureur

Het circuit van Suzuka heeft bekende bochten met klinkende namen, maar hoe komen de bochten Degner 1 en 2 aan hun naam? We duiken in een fascinerend stukje geschiedenis.

De bochtencombinatie is namelijk vernoemd naar Ernst Degner. De rijder werd in 1931 geboren in wat nu Polen is, maar wat destijds nog onderdeel was van de Weimar Republiek, wat destijds officieel het Duitse Rijk heette. In zijn jonge jaren was Degner motormonteur, waar het zaadje van het racen werd gepland. Daarna stapte hij zelf op motoren.

Dat racen ging hem alleraardigst af. In de jaren 50 werd hij aangetrokken door MZ, een Oost-Duitse fabrikant van motorfietsen, als fabriekscoureur voor het internationale raceprogramma. MZ werd in die tijd gebruikt door het regime om buitenlandse valuta binnen te halen, maar Degner plukte de vruchten daar niet van. Hij kreeg een standaard salaris en werd door de Stasi, de geheime politie, nauwlettend in de gaten gehouden.

Lance Stroll in zijn Williams-tijd bij het uitkomen van Degner 2.

Foto door: Sutton Images

MZ was overigens een voortvloeisel vanuit het bekende Peenemünde Legeronderzoekscentrum, waar de V1- en V2-raketten van de nazi's werden ontwikkeld. Walter Kaaden was de topman van het raceprogramma, en hij was een engineer binnen het onderzoekscentrum. Bij MZ perfectioneerde Kaaden de motorische onderdelen van de V1- en V2-raketten voor de motorsport, waardoor de 125cc motoren veel krachtiger waren dan de rest. In 1961 was de motor met Degner als piloot zelfs een tegenstander van Honda in het wereldkampioenschap met Tom Phillis. Het werd het laatste jaar van Degner in dienst van MZ, want hij nam alle risico's van de wereld om Oost-Duitsland te kunnen verlaten.

In de zomer maakte Degner namelijk bij MZ bekend dat hij dat merk wilde verlaten en dat Suzuki hem in een gedeeld hotel verleidde tot een overstap. In eerste instantie was het plan om zijn familie uit een trein vanuit Oost-Berlijn te laten vluchten op 13 augustus, de dag na de Ulster Grand Prix, maar net die dag sloot de Oost-Duitse regering de grens en werd de Berlijnse Muur binnen recordtempo gebouwd. Tijdens de tiende van de elf rondes van dat jaar, de GP van Zweden, slaagde de ontsnapping alsnog. Degner viel met een geplofte motor uit en werd Denemarken in gesmokkeld met technische documenten en motoronderdelen in de tas. In Oost-Duitsland werd de familie van Degner door een vriend van de familie geholpen en in een geheim compartiment in de achterbak de grens over gesmokkeld. Die vriend verklaarde later dat hij nog dertig jaar met een pistool onder zijn kussen sliep, omdat hij bang was voor represailles van de Stasi.

Degner tekende daarna direct bij Suzuki. In 1962 leverde de samenwerking direct een wereldtitel op in het eerste 50cc-kampioenschap. Niet geheel toevallig sloeg hij dat jaar de race in Oost-Duitsland over, want Degner moest continu achterom kijken of de Stasi hem niet weer te pakken kreeg. Suzuki bood hem ook nog eens flink wat geld, en dat bracht hem tot de GP van Japan op Suzuka. Daar werd de coureur na een windvlaag van de machine afgeworpen en landde in de muur. Het liep met een sisser af, maar de bocht kreeg zijn naam.

Opvallend genoeg was het een jaar later op Suzuka minder goed afgelopen. In de 250cc-klasse startte hij slecht en in bocht twee wilde hij terrein goedmaken, maar hij ging onderuit en zijn benzinetank vatte vlam op het moment dat hij de machine wilde oppakken. Degner moest 50 (!) huidtransplantaties ondergaan en raakte verslaafd aan pijnstillers. Dat laatste bracht zijn carrière ten einde. In 1981 stierf Degner volgens de officiële lezing aan een hartaanval, maar zijn dood wordt nog altijd omringd door mysteries. De mogelijkheid van een liquidatie door de Stasi is een van de meest gehoorde complotten.

Fernando Alonso tussen Degner 1 en Degner 2.

Foto door: Sutton Images

Source: Motorsport

Previous

Next