is kunstredacteur van de Volkskrant.
Alle Arnhemmers krijgen een jaar lang elke zaterdag gratis toegang tot Museum Arnhem. Hopelijk zullen meer gemeenten en musea dat voorbeeld volgen.
De Verenigde Staten trekken zich terug uit de Biënnale van Venetië. Op de internationale tentoonstelling hebben de VS al sinds 1930 een eigen paviljoen en als het aan president Trump ligt, blijft dat volgend jaar leeg. De tentoonstelling is hem ‘te divers’.
Trump eiste ‘het herstellen van de saaiheid van de Amerikaanse kunst en het beschermen van onze natie tegen de radicale invloed van paviljoens’. O ja, en Venetië was volgens de president te nat: ‘(Er is) véél te veel water, waarschijnlijk meer water dan waar dan ook, ooit.’
Bovenstaande werd gepubliceerd op kunstnieuwswebsite Hyperallergic. Waarschijnlijk moet ik de datum er even bij vermelden: 1 april. Een grap dus. Toch trapte ik er even in, toen ik de titel van het bericht zag. Ik zal niet de enige zijn geweest. Kennelijk zien we het hem doen.
In een van zijn decreten beval Trump recentelijk dat het Smithsonian Institute (verantwoordelijk voor musea, onderwijs en onderzoek) een symbool moet zijn van ‘inspiratie en Amerikaanse grootsheid’.
Deze opdracht maakt deel uit van Trumps plan om ‘de waarheid en geestelijke gezondheid in de Amerikaanse geschiedenis te herstellen’. Ik citeer dat laatste zonder te begrijpen wat er staat. Het klinkt eng, dat weet ik wel.
Maar ik nam me voor u dit keer hier niet de put in te schrijven. Er is ook goed nieuws, veel dichterbij, in Arnhem. Daar wordt zaterdag de aftrap gevierd van een bijzonder project: de gemeente Arnhem en het museum bieden alle Arnhemmers een jaar lang ’s zaterdags gratis toegang.
‘Ik vind het belangrijk dat kunst en cultuur voor iedereen toegankelijk zijn. Een museumbezoek opent je blik op de wereld en geef je nieuwe perspectieven’, zei cultuurwethouder Cathelijne Bouwkamp. Helemaal waar.
Het is heus niet zo dat het museum bijzonder om extra publiek verlegen zit. Er is nu een tentoonstelling van Jan Mankes (1889-1920) en op de website zie ik dat die zo in trek is dat wordt aangeraden om van tevoren een tijdslot te reserveren.
Met de gratis zaterdagen willen het museum en de gemeente vooral jongeren bereiken, die ‘blijken soms niet te weten dat ze gewoon een museum binnen kunnen lopen.’ Dat is inderdaad zorgwekkend. Kunst die wordt gekocht met gemeenschapsgeld is van iedereen.
In Engeland zijn veel musea dan ook gratis. Vorige zomer suggereerde Mark Jones, die eerder interim-directeur was van het British Museum, dat het beter zou zijn om aan buitenlandse bezoekers wel entree te heffen. Hij dacht aan 20 pond, dat is bijna 24 euro. Zijn redenatie was trumpiaans simpel: ‘Het geld moet ergens vandaan komen.’ Liefst uit het buitenland natuurlijk.
Vorige maand verscheen een onafhankelijk Brits onderzoek dat concludeerde dat buitenlanders entreegelden laten betalen ‘logistiek complex’ zou zijn en ‘ideologisch strijdig met de wereldwijde collecties die het Verenigd Koninkrijk heeft verworven’. Toch niet zo simpel. Gelukkig maar.
Hopelijk volgen Nederlandse musea het voorbeeld van Museum Arnhem. Daar hebben ze trouwens iets bedacht op die ‘logistieke complexiteit’. Bezoekers moeten hun postcode laten zien of opzeggen. Geen waterdicht systeem, maar wel gebaseerd op vertrouwen. Ook dat is toe te juichen om drempels te verlagen. Nog beter zou natuurlijk zijn: alle Nederlandse musea gratis.
Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Joris Henquet, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns