Home

Dit PvdA-raadslid streeft in Amsterdam naar een betere onlinewereld waar iedereen zich veilig voelt, en ze krijgt daarbij hulp van jongeren

Sociale media zijn de grote ongelijkmaker in de samenleving, vindt het Amsterdamse raadslid Fatihya Abdi (PvdA). Juist omdat de kwetsbaarste kinderen online het meeste risico lopen. Dus komt ze met drie voorstellen om hun weerbaarheid te vergroten.

is techredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over sociale media en kunstmatige intelligentie.

‘Hé Fatihya! Fatihya!’ Voor pubers die net een hele schooldag achter de rug hebben, lopen de leerlingen van het Orion College in Amsterdam Zuidoost er nog verrassend levenslustig bij. Gemeenteraadslid Fatihya Abdi (34, PvdA) kent veel van de kinderen bij naam, lacht breeduit, knijpt hier en daar bemoedigend in een bovenarm en schuift een vaasje met snijbloemen naar het midden van een paar bijeengeschoven tafels.

Straks presenteert ze een voorstel om de onlineveiligheid van kinderen te verbeteren, onder meer gebaseerd op gesprekken die ze met deze leerlingen voerde. Op 12 juni wordt hierover gestemd in de Amsterdamse gemeenteraad.

Nadat in 2023 een toename werd gesignaleerd in het aantal steekincidenten met (heel) jonge tieners, vermoedde Abdi dat de onlineleefwereld van jongeren hierin een grote rol speelt. Maar ze constateerde ook dat er amper iets bekend is over wat Amsterdamse kinderen op hun telefoon doen en zien.

En dus sprak ze met meer dan tachtig leerlingen op scholen door de hele stad, net als met tientallen ouders, leraren, wetenschappers, vrijwilligers, wijkagenten en zorgverleners. Op basis daarvan schreef ze een onderzoeksrapport: Aan de andere kant van het scherm.

En zo kwam Abdi ook op het Orion College. Een praktijkgerichte school voor 12- tot 20-jarigen met uiteenlopende leer- en gedragsproblemen. Geen plek voor lange speeches, zeker niet omdat de leerlingen al speciaal voor de presentatie (en een beetje voor de snacks) hun vrije middag opofferen.

Directeur Lilian Reding doet de opening, Abdi houdt kort een praatje: ‘Ik ben hier vanuit de gemeente en ik heb veel slimme mensen meegenomen, omdat ik wil dat jullie veilig en gelukkig zijn.’ Net als Robbert Hoving, directeur van Offlimits, het expertisecentrum voor onlinemisbruik: ‘Wij zijn er voor eerste hulp bij online-ongelukken.’

Geronseld

Samen met de leerlingen zitten ouders, twee wijkagenten, een mediawetenschapper, coaches en leraren kriskras door elkaar in kleine groepen. ‘De wetenschapper die ik heb uitgenodigd was daar heel enthousiast over’, zegt Abdi. ‘Maar ik vond het ergens ook veelzeggend en een beetje pijnlijk: je doet de hele dag onderzoek naar de invloed van sociale media op jongeren, maar nu zit je voor het eerst met deze kinderen aan tafel.’

Ze fronst. ‘Als je het hebt over klassenverschillen, dan voel je die hier. De mensen die begrijpen wat hier gebeurt, zitten doorgaans niet aan de tafels waar het beleid wordt gemaakt.’

Er is volop aandacht voor de nadelige effecten van sociale media op het mentale welzijn van kinderen, schrijft Abdi in haar onderzoek. Maar, benadrukt ze, kinderen die zich al in een kwetsbare positie bevinden, worden onevenredig hard geraakt. Dat zijn kinderen die opgroeien in een lastige thuissituatie, ontwikkelings- of leerachterstanden hebben of in een omgeving wonen waar veel criminaliteit is, weet Wenner Regales. Zij vormen online een doelwit voor kwaadwillenden. Met het programma Keep it Real helpt hij onder anderen de jongeren van het Orion College om meer digitale weerbaarheid te kweken.

Regales laat zijn blik rusten op de jongens van de schoolband, die zich in matchende T-shirts klaarmaken voor hun optreden. ‘Mensen weten dat kinderen op deze school zich niet goed kunnen verweren tegen mooie beloften of bedreigingen.’

Jongens worden via sociale media geronseld door criminelen of voor een draaiende camera onder druk gezet om met iemand te vechten of om geld over te maken. Regales: ‘We hebben getrainde ervaringsdeskundigen die bijvoorbeeld zelf in de gevangenis hebben gezeten en goede connecties onderhouden met scholen en hulpverleners. Met hen geven we workshops en gaan we in gesprek met leerlingen. We spreken de taal van deze kinderen, ze vinden ons cool.’ Dat helpt om het vertrouwen van de leerlingen te winnen.

Online pesten

En dat is hard nodig, want er gebeurt veel, ziet hij. Meiden die elkaar pesten via chatgroepen – het gebeurt op elke school, maar op deze school ontaardt het in heftige vechtpartijen. ‘Onlineweerbaarheid gaat niet alleen om privacy of wat je deelt, maar ook om hoe je reageert op wat er gebeurt. Je rust kunnen bewaren, nadenken over hoe iemand iets heeft bedoeld.’

Regales: ‘Binnenkort nemen we video’s op om onder ouders te verspreiden. We respecteren hierbij altijd de anonimiteit van de leerlingen, maar we willen de ouders informatie geven: wat speelt er, waarop kunnen ze letten.’ Als een kind plots heel dure kleding draagt of met meerdere telefoons rondloopt, kan dat betekenen dat het betrokken raakt bij criminele activiteiten.

Wat de gemeente concreet kan doen? PvdA-raadslid Abdi heeft drie voorstellen, waarvan ze hoopt nog voor de zomer groen licht te krijgen van de gemeenteraad.

Voorstel 1: opvoedadviezen voor ouders

‘Ik krijg weleens een foto van, ja, van een pink van een jongen maar dan daar beneden, zeg maar.’ De leerling wiebelt wat op haar stoel, pulkt aan haar nagels. Een van de ouders aan tafel buigt zich naar haar toe. ‘Je mag altijd naar me toe komen, ik ken iedereen hier in de Bijlmer.’ Haar eigen zoon krijgt geen telefoon, doodsbang is ze dat hij andere kinderen ermee zal beschadigen. ‘Ik lach hier niet met mijn kinderen over, niet hierover.’

Aan haar eigen moeder durft de leerling niks over de dickpics te vertellen: ‘Dat is een heethoofd, die wordt boos.’

Abdi herkent de tweestrijd tussen de strenge, autoritaire opvoedstijl aan de ene kant en de hoop bij ouders dat hun kinderen zelf hulp zoeken als het misgaat. ‘Vaak hebben de moeders in hun jeugd zelf nare dingen meegemaakt. Ze willen hun kinderen koste wat het kost beschermen, maar zijn ook bang dat hun kind zelf dader wordt.’

En wat doe je dan als ouder, als je zelf amper digitaal geletterd bent, of de taal niet goed spreekt? ‘Ik sprak een moeder die zélf werd afgeperst: hoe moet zij haar kind daarvoor behoeden?’

In haar initiatiefvoorstel pleit Abdi ervoor dat de gemeente op basis van wetenschappelijk onderzoek heldere opvoedadviezen ontwikkelt die de GGD, consultatiebureaus en huisartsenpraktijken met ouders delen. ‘Ouders snakken naar duidelijkheid. Vanaf welke leeftijd kun je een smartphone introduceren, en met welke apps?’

In plaats van een minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media, waar de meerderheid van de Tweede Kamer onlangs mee instemde, ziet Abdi liever dat socialemediagebruik onder de 13 jaar wordt afgeraden en daarna gefaseerd wordt uitgebouwd. ‘In plaats van alleen te verbieden, wil ik dat we ouders helpen om een goed gesprek te kunnen voeren met hun kinderen over wat die online meemaken.’

Voorstel 2: standaard-app om direct hulp te krijgen

Drie jaar geleden lanceerde de Franse stichting e-Enfance, die zich inzet voor de onlineveiligheid van kinderen, de app 3018. Hierin kunnen kinderen laagdrempelig melding doen van cyberpesten, online seksueel misbruik of schadelijke beelden die online rondgaan. Ze kunnen mailen, chatten of bellen met werknemers van de stichting.

Binnen een week nam het aantal afgehandelde zaken van e-Enfance met 30 procent toe, onder meer omdat binnenkomende meldingen direct aan de juiste instanties worden gekoppeld – waaronder socialemediaplatforms, die schadelijk materiaal verwijderen, of de politie.

Zo’n app wil Abdi in Amsterdam (en eigenlijk in heel Nederland) ook, in samenwerking met Offlimits, de Nederlandse stichting die hulp biedt bij online grensoverschrijdend gedrag. Vorig jaar ging ze op werkbezoek in Parijs, waar middelbare scholen standaard vragenlijsten afnemen om te monitoren wat leerlingen online meemaken.

Abdi: ‘Zij hebben een veel beter beeld van wat er zich online afspeelt dan wij.’ Door met een app de drempel te verlagen om melding te doen van misbruik, kinderen op anonieme wijze een luisterend oor te bieden en beelden direct offline te halen, kan veel gerichter beleid worden ontwikkeld. ‘Zo help je kinderen die nu niet eens weten dat ze ergens kunnen aankloppen.’

Voorstel 3: ondersteunen bij collectieve acties

Onder zowel de leerlingen als ouders die Abdi sprak heerst volgens haar de hardnekkige overtuiging dat wat er online gebeurt niet strafbaar is, omdat ze niet weten waar ze met hun ervaringen terechtkunnen. ‘Kinderen zien de onlinewereld als een Wilde Westen, waar alles kan en mag, en waar je het zelf moet oplossen als het misgaat – want met een leraar, je ouders of de politie praten maakt je een snitch, en dan ben je helemaal de pineut.’

Abdi: ‘Als je kijkt naar de ouders van de meiden die in Utrecht op bangalijsten terechtkwamen, die hebben echt geknokt voor hun dochters. Aangifte gedaan, een stichting opgericht. Dat is geweldig, maar het is ook pijnlijk om te zien tegen hoeveel obstakels ze liepen.’

Buiten de studentenverenigingen bestaan bangalijsten even goed. Abdi: ‘Meisjes die getarget worden door mannen, omdat die weten dat ze zich niet goed kunnen verdedigen; dat ze gevoelig zijn voor manipulatie.’ Maar niet alle ouders hebben de middelen en de kennis om via het systeem het gevecht aan te gaan.

‘Ik wil dat de gemeente deze mensen met elkaar in contact brengt en ze faciliteert met expertise en financiële middelen, zodat ze collectieve civiele rechtszaken kunnen aanspannen.’ De Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie maakt zulke zaken mogelijk.

Als de geur van frituurvet de zaal van het Orion College binnendrijft, neemt het ongeduldig wiebelen op stoelen toe – het wordt tijd om af te ronden en samen wat te eten. Abdi is onder de indruk van de verhalen. ‘Je hoort het in de gesprekken aan tafel: kinderen willen zo graag praten over wat ze online meemaken. Maar dan moeten we wel naar ze luisteren.’

Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.

Alles over tech vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next