Home

Opsporingsdiensten schieten volgens rapport tekort in signalering mensenhandel

Opsporingsdiensten laten kansen liggen bij de aanpak van mensenhandel. Dat constateert Conny Rijken, Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, op basis van eigen onderzoek.

"De opvolging van signalen van mensenhandel schiet in sommige gevallen ernstig tekort", concludeert Rijken in haar rapport.

Bij de politie, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Koninklijke Marechaussee komen veel van dit soort signalen binnen, stelt de Nationaal Rapporteur. Zoals dat iemand geen eigen huisvesting heeft, eerder seksuele uitbuiting of geweld heeft meegemaakt of lange werkdagen maakt. Vermoedelijke daders lijken misbruik te maken van kwetsbaarheden, zoals psychische problemen, schulden of minderjarigheid van slachtoffers.

Maar per organisatie wisselt het hoe met zulke aanwijzingen wordt omgegaan, ziet Rijken. Hoewel opsporingsdiensten verplicht zijn elk signaal van mensenhandel op te volgen, verschilt dat sterk per organisatie. Dat heeft te maken met de "werkwijze en taakopvatting".

De Marechaussee doet bijvoorbeeld nauwelijks zelf opsporingsonderzoek, maar stuurt signalen door naar de politie. De opsporingsdienst van de Arbeidsinspectie controleert informatie in systemen, maar is terughoudender met 'opsporingshandelingen' in een vroeg stadium, luidt een conclusie.

Uit de studie blijkt dat de Arbeidsinspectie "slechts" in 30 procent van de gevallen spreekt met een slachtoffer. Een steekproef toont dat van 209 meldingen van misstanden bij de Arbeidsinspectie er slechts vier leidden tot een opsporingsonderzoek. Dit moet "structureel verbeteren", aldus Rijken.

Ook de Marechaussee en de politie moeten de nodige stappen zetten, vindt de rapporteur, die de politie aanbeveelt "om het herkennen en onderzoeken van mensenhandel als vast onderdeel op te nemen in de basisopleiding".

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next