Uit onderzoek van de Volkskrant en Nieuwsuur blijkt dat Nederlandse inlichtingendiensten nog steeds informatie delen met Amerika, ondanks grote risico’s. Is die relatie toe aan een afstofbeurt en kán Nederland wel zonder informatie uit de VS?
De inlichtingendiensten AIVD en MIVD delen nog steeds omvangrijke datasets met daarin ook informatie over Nederlandse burgers met partnerdiensten in de Verenigde Staten. Dit ondanks de groeiende zorgen over de Amerikaanse omgang met staatsgeheimen en de toenadering tot Rusland door de regering-Trump. De Nederlandse diensten zijn tot nu toe terughoudend met het doen van al te grote inperkingen in de inlichtingenrelatie, zo blijkt uit onderzoek van de Volkskrant en Nieuwsuur.
Verschillende inlichtingenexperts zijn kritisch over de afwegingen van de Nederlandse diensten. Zij menen dat de ontwikkelingen in de eerste twee maanden onder president Trump aanleiding geven tot een serieuze heroverweging van de inlichtingenrelatie met de VS. Maar volgens bronnen – de Volkskrant en Nieuwsuur spraken met acht personen die goed geïnformeerd zijn over het werk van de AIVD en MIVD – is de relatie met de Amerikaanse diensten vooralsnog ‘business as usual’.
Voordat de AIVD en de MIVD een samenwerkingsrelatie aangaan met een buitenlandse dienst, moeten zij aan de hand van een aantal criteria afwegen of dit toelaatbaar is en zo ja, wat de aard en intensiteit van de beoogde samenwerking kan zijn. Deze afweging vindt plaats door middel van een wegingsnotitie. De normen waaraan getoetst moet worden, gaan onder meer over het niveau van gegevensbescherming van de betreffende dienst, de democratische inbedding en de betrouwbaarheid en professionaliteit. Per categorie wordt bepaald of een risico laag, matig of hoog is. Diensten zoals de Marokkaanse of Oostenrijkse kennen een hoog risico. De Oostenrijkse dienst had te maken met medewerkers die voor Rusland spioneerden.
Uit onderzoek van de Volkskrant en Nieuwsuur blijkt dat de Nederlandse diensten sinds de inauguratie van Trump nog niet zo’n nieuwe wegingsnotitie hebben opgesteld. Dat zou onder meer te maken hebben met het feit dat Amerikaanse diensten al als risicovol golden.
De commissie die toezicht houdt op de inlichtingendiensten, de CTIVD, heeft een ‘doorlopend gesprek met de diensten over internationale veranderingen en wegingsnotities’, aldus secretaris-directeur Kristel Koese. Zij zegt dat de CTIVD zich realiseert dat het samenwerken met buitenlandse diensten noodzakelijk is, ‘ook als een samenwerking met een bepaalde dienst volgens de wegingsnotitie hoge risico’s in zich heeft’. Volgens haar kan er een moment komen dat bij het verder voortzetten van de relatie, of bij het delen van bepaalde gegevens, ‘een rode lijn’ wordt overschreden.
De reden dat het delen van inlichtingen met de VS toch praktisch onverminderd doorgaat, is dat deze samenwerking zo cruciaal is, volgens meerdere bronnen, dat Nederland het zich simpelweg niet kan permitteren de inlichtingenrelatie grondig te herzien. Een bron: ‘Soms is het belang zo groot, dat je niet zonder samenwerking kunt.’ In een reactie stellen AIVD en MIVD dat de VS ‘een belangrijke bondgenoot’ is. ‘Zijn er ontwikkelingen in een land die aanleiding geven om de werkwijze te herzien, dan doen we dat.’ Op de vraag of de wegingsnotitie voor de VS is aangepast, geven de diensten geen antwoord. ‘Wij zijn terughoudend in het doen van uitspraken over onze inlichtingenpositie en wat wij precies doen in het kader van samenwerken en gegevens uitwisselen met andere diensten.’
Een voormalig hoofd juridische zaken van de AIVD, die jarenlange ervaring heeft met het beoordelen van wegingsnotities, vindt dat er ‘meer dan voldoende aanleiding is om tot een nieuwe weging van de relatie te komen’. Hij noemt de situatie in de VS ‘exceptioneel’. ‘Hoe de regering-Trump omgaat met staatsgeheimen is bizar. Ze respecteren bovendien uitspraken van rechters niet. En ze zien niet langer, getuige onder andere uitspraken van vicepresident JD Vance, een wederzijds belang in de relatie met Europa en Nederland.’ Ook wijst hij op de benoeming van ‘paladijnen’, niet-ervaren aanhangers van Trump, op cruciale veiligheidsposities.
Het oud-hoofd juridische zaken vindt dat je ‘heel erg moet oppassen’ met het delen van datasets met daarin ook persoonsgegevens van Nederlanders. Het gaat daarbij over onderschept telecom- of internetverkeer met daarin mogelijk gegevens van Nederlandse burgers die ongefilterd naar de VS gaan. ‘Er zijn al incidenten geweest bij de douane. De risico’s voor Nederlanders nemen toe als hun telefoonnummer of naam al bekend is bij de Amerikaanse diensten.’
Pieter Bindt, van 2011 tot 2016 directeur van de militaire inlichtingendienst MIVD, kijkt eveneens met grote ontzetting naar de eerste maanden onder Trump. De ontwikkelingen in de VS hebben volgens hem ‘weinig meer te maken met de democratische rechtsstaat’. Hij wijst erop dat de top van de inlichtingendiensten is vervangen door ‘Trump-loyale complotdenkers’ en dat Rusland niet meer gezien mag worden als digitale dreigingsactor. Het tijdelijk onthouden van inlichtingen aan Oekraïne maakt de VS een onbetrouwbare partner. De Amerikaanse bewondering voor Poetin noemt hij zorgelijk. Bindt: ‘Dat dit moet leiden tot een actieve overweging hoe om te gaan met de inlichtingenrelatie is geen vraag.’
Hij vindt dat de wegingsnotitie voor de samenwerking met Amerikaanse diensten ‘moet worden afgestoft’. Bindt: ‘Dat besluit moet op zakelijke, juridische gronden worden genomen, niet op basis van morele, emotionele en politieke afwegingen.’ De samenwerking radicaal beëindigen zou onverstandig zijn, zegt hij. ‘Dan krijg je ook zelf niets meer.’ Maar er moet volgens Bindt ‘op dagelijkse basis’ een overweging plaatsvinden wat je nog met de Amerikanen kunt delen.
Dat meent ook Rob Bertholee, van 2011 tot 2018 hoofd van de AIVD. ‘Elke week moet je opnieuw bekijken: welke informatie wil ik uitwisselen?’ Bertholee kan zich ‘voorstellen’ dat de de uitwisseling van inlichtingen onder voorwaarden gaat plaatsvinden. Hij vindt dat er in korte tijd een heleboel is veranderd. Bertholee: ‘En niet ten goede.’
De inlichtingenrelatie met de VS, vanaf de Tweede Wereldoorlog een nauwe bondgenoot, stond niet eerder zo nadrukkelijk op het spel. In 2013, toen NSA-inhuurkracht Edward Snowden honderdduizenden geheime documenten van de Amerikaanse afluisterdienst NSA stal, was er intern bij de diensten flinke discussie. De Amerikanen hadden toen veel tijd nodig om Nederland te vertellen welke Nederlandse staatsgeheimen Snowden had bemachtigd en waren daarin mogelijk onvolledig.
Toch leidde ‘Snowden’ niet tot enige aanpassing in de relatie, vertellen bronnen. Een AIVD’er: ‘Het sceptische kamp zag er de bevestiging in dat de Amerikanen niet te vertrouwen zijn. Maar dat sentiment werd de kop ingedrukt.’ En ook tijdens de eerste termijn van president Trump, toen hij verschillende malen staatsgeheime informatie openbaarde en bondgenoten schoffeerde, werd de inlichtingenrelatie niet herzien.
Bij de commissie-Stiekem, waarin de fractievoorzitters van de vijf grootste politieke partijen zitting hebben, ligt het onderwerp op tafel. Een bron rond de commissie zegt dat er ‘beweging’ is in de relatie met de Amerikanen en dat sommige politici er bij de diensten op ‘doorvragen’. De bron benadrukt ook dat enige herziening niet makkelijk is: Nederland ontvangt nog steeds waardevolle inlichtingen van de Amerikanen, bijvoorbeeld over Oekraïne. Het is een sentiment dat breder klinkt, tot in het kabinet. Een bewindspersoon zegt dat Nederland het zich niet kan veroorloven zich anders op te stellen in de relatie met de VS. Zonder Amerikaanse inlichtingen over Oekraïne tast Nederland volgens dit kabinetslid in het duister.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant