Home

Filmmaker Roberto Minervini: ‘Het lukt me niet om geïnspireerd te raken door oorlogsfilms’

De Italiaanse filmmaker Roberto Minervini maakte The Damned, een in Cannes bekroonde film over de Amerikaanse Burgeroorlog, om het ‘ongekend verdeelde’ Amerika waarin hij woont beter te kunnen begrijpen.

schrijft voor de Volkskrant over film.

En dan, schijnbaar uit het niets, barst het oorlogsgeweld in alle hevigheid los. De soldaten in het Amerikaanse Burgeroorlogsdrama The Damned hebben zich tot dan toe – anno 1862 – voornamelijk verveeld.

Als vrijwilligers van een bataljon dat is aangesteld om onontgonnen grensgebied in het Amerikaanse westen te ‘beschermen’, op afstand van de frontlinie, brengen ze hun dagen door met kaartspelletjes, patrouillesessies en minutieuze observaties van de natuur, tot de versterking zich meldt. Gesprekken gaan over God en over de perfecte manier om met een vuurwapen te mikken. De oorlog volgt als hevige verstoring van de orde der dingen: geknal, paniek, bloed, tranen.

The Damned is te omschrijven als het beheerste, dromerige, haast gefluisterde antwoord op de geijkte oorlogsfilm. ‘Luide scènes worden pas echt luid als je daar iets contrasterends tegenover zet’, zegt de in de Verenigde Staten woonachtige Italiaanse filmmaker Roberto Minervini (55). ‘In het oorlogsfilmgenre is luidheid de norm. Oorlog is daarin een spektakel. Met als gevolg dat de oren, de ogen, de ziel, het intellect en het bewustzijn van de kijker worden verdoofd.

‘Ik verbeeld oorlog als wachten op het onvermijdelijke. Als je wilt dat het plotselinge, harde geweld resoneert, dan moet je laten zien hoezeer dat geweld gevoelsmatig uit het niets komt. Rust wordt in één klap chaos; je verliest gevoel voor tijd en ruimte.’

Waarom vindt u het belangrijk om deze kant van oorlog te laten zien?

‘Omdat het haaks staat op het beeld van oorlog dat we door overheden krijgen voorgespiegeld. Het beeld van een afgebakende frontlinie, geordende aanvalspatronen, van een leger als geoliede machine die slachtoffers zou moeten voorkomen. Het beeld van goed en kwaad. Heldendom. Dat beeld valt in één klap uiteen als het vechten begint. Als je daarop inzoomt, zie je geen collectief, maar een compositie van individuele belevingen. Individuen die vluchten, schuilen, sterven. Kijk je met die blik, dan zie je geen spektakel, maar een ontmenselijkend, anoniem bloedbad.’

Minervini werd vorig jaar op het filmfestival van Cannes met The Damned tot beste regisseur van de Un Certain Regard-competitie gekroond. Hij maakte eerder naam met documentaires die op de grens van speelfilm bivakkeren. Je zou kunnen zeggen dat hij daarbij over het vermogen beschikt om onderwerpen uit te lichten vóór ze doorbreken tot de mainstream. Zo trok hij in het verbluffende The Other Side (2015) op met het soort extreemrechtse paramilitaire groepen die later een drijvende kracht vormden achter de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021.

Minervini, geboren in de heuvels van het Italiaanse kuststadje Fermo, woont sinds eind 2000 in de Verenigde Staten – eerst in Texas en sinds een aantal jaar in New York. Al snel zag hij de eerste tekenen van ‘een ongekend verdeeld land’. Toen hij tien maanden in Amerika was, was het 11 september 2001. Een ‘genadeloze hardheid’ in het Amerikaanse binnen- en buitenlandbeleid was aan de orde van de dag. ‘Ik was geëmigreerd voor de liefde, teruggaan was geen optie. Ik kon en kan niets anders doen dan proberen te begrijpen waar het allemaal begon. In die zoektocht kwam ik uit bij de Burgeroorlog.’

The Damned is een historische speelfilm, maar hij voelt heel hedendaags. Alsof je zo in het vliegtuig naar Amerika kunt stappen om deze soldaten te ontmoeten.

‘Dat doet mij goed. Ik dacht de afgelopen jaren veel aan de milities in mijn documentaire The Other Side. Toen dit soort groepen in 2021 een coup probeerden te plegen, werden ze het gesprek van de dag. Zien we een op handen zijnde afscheiding, het begin van een nieuwe burgeroorlog? Er wordt weer openlijk gesproken over een nationale, witte, christelijke identiteit. Het Amerikaanse heden brengt de Amerikanen terug naar angstaanjagende voorbeelden uit de eigen geschiedenis. Het is de bedoeling van de film dat bij het kijken die geschiedenis dichtbij voelt.’

Moeten we uw film zien als waarschuwing?

‘Nee, dat woord heeft iets dogmatisch. Mijn reflectie op het heden brengt me simpelweg naar het verleden, zodat ik het heden beter kan begrijpen. Ik zoek naar de wortels, naar het DNA, van het moment waarop het allemaal begon. Daar hoop ik vervolgens een tastbare, menselijke essentie te vinden.’

Waarom richt u zich specifiek op een groep vrijwilligers?

‘Deze vrijwilligers verkeren in een soort terra franca: een neutraal, open gebied. Ze maken deel uit van de oorlog, maar bevinden zich tegelijk in een afgelegen zone. Dat geeft ze de tijd en ruimte om op zichzelf en op de oorlog te reflecteren. Ze vertegenwoordigen een meer onafhankelijke manier van denken. Ik heb geprobeerd een film te maken die de Amerikaanse waarden bevraagd die sinds de Burgeroorlog in zwang zijn geraakt. Waarden die onder meer zijn gebaseerd op strijd, dominantie en wij-zij-denken.’

U laat zien hoe vuurwapengeweld is verbonden met die waarden. Een personage stelt dat het overhalen van de trekker nou eenmaal gebeurt. Het is niet iets wat je bewust of actief wilt.

‘Het recht op wapenbezit staat uiteraard in het tweede amendement van de Amerikaanse grondwet. En het zit op een levensgevaarlijke manier verankerd in de modus operandi van Amerikanen. Ik ken uit Texas verschillende verhalen van mensen die ’s avonds per ongeluk bij de verkeerde deur aanklopten en een bewoner troffen die onder het mom van zelfverdediging direct begon te schieten. Stante pede geëxecuteerd. De schutter voert steevast een logische reden aan: uit angst haalde ik de trekker over.’

De soldaten etaleren ook een zekere bewondering voor het geweer. Hoe staat u zelf tegenover de Amerikaanse wapencultuur?

‘Ambivalent. Ik heb geschoten in de achtertuinen van buren, met veel verschillende wapens. Als je bij de semiautomatische vuurwapens belandt, ontdek je dat de kracht van een 5-jarige voldoende is om de trekker over te halen. Je ontdekt hoe ongelooflijk accuraat die wapens zijn. Hoe ontzagwekkend veel kogels per minuut ze afvuren. Het is doodeng. Het slaat nergens op dat het is toegestaan om dit soort doodsmachines te bezitten.’

‘Tegelijkertijd heb ik zelf ervaren wat voor gevoel van kracht een vuurwapen kan geven. Alles dat zich als obstakel op jouw pad manifesteert is ermee uit de weg te ruimen. Juist daarom zouden wapens niet zo diep moeten zijn geworteld in de eenvoudige wens een veilig bestaan te leiden.

‘In Europa ontmoette ik Amerikanen die zich zonder wapen ineens heel onveilig voelden. Het ging ze niet zozeer om de angst voor de dood, dacht ik toen, maar om het feit dat het vermogen een ander te domineren tijdelijk van ze is afgepakt. Dát is wat vuurwapens echt doen met mensen. Van het ene op het andere moment, alsof een schakelaar wordt omgezet, geeft een wapen je de mogelijkheid om te domineren.’

Zijn er films die u inspireerden? Ik dacht tijdens het kijken aan de poëtisch mijmerende soldaten in The Thin Red Line. Of de wachtende soldaten in Jarhead.

‘Het lukt me niet om geïnspireerd te raken door oorlogsfilms. Ik vind die inspiratie wel in literatuur. De woestijn van de Tartaren van Dino Buzzati bevat een buitengewoon verfijnd gevoel van wat wachten behelst. Literatuur kan, zoals geen andere kunstvorm dat lukt, de tijd verdunnen en verlengen. Buzzati is daarin een meester.’

‘Ik probeer tijdens de wachtscènes in mijn film iets vergelijkbaars te doen door je een zintuigelijke ervaring te bieden. Ik vraag je aandachtig te kijken; je zintuigen te openen, en zo reflectie toe te laten. Hopelijk voel je dan de sneeuw op het gezicht van een wachtende soldaat. Ja, de sneeuwvlok vlak voor het bloedbad, díé wil ik je laten ervaren.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next