Home

Wethouder struikelt over woonwagens, waarom is het dossier zo explosief? - Omroep West

DEN HAAG - 'Een buitengewoon emotioneel dossier.' Zo noemde Martijn Balster (PvdA) het woonwagenbeleid waar hij als wethouder in Den Haag verantwoordelijk voor was. Maar het lukte hem niet om vaart te krijgen in het beleid en Balster legde vorige week zijn functie neer. Aan wethouder Robert van Asten (D66) de schone taak om het hoofdpijndossier vlot te trekken. Donderdag gaat Van Asten in debat met de gemeenteraad.

Dat heeft een lange voorgeschiedenis. Den Haag voerde, net als andere gemeenten, jarenlang een uitsterfbeleid, waarbij het stadsbestuur inzette op het terugdringen van het aantal standplaatsen. Daar was mislukt landelijk beleid aan vooraf gegaan.

Eind jaren zestig wilde de landelijke overheid de woonwagenbewoners uit 'hun maatschappelijke achterstand verheffen'. Daarom kwamen er in Nederland vijftig regionale woonwagencentra met relatief goede standplaatsen, woonwagens, sanitaire- en nutsvoorzieningen en eigen maatschappelijke voorzieningen zoals scholen, buurthuizen en wijkverpleegkundigen.

In de gemeente Den Haag zijn momenteel 233 standplaatsen verdeeld over elf verschillende woonwagenlocaties en een aantal snipperlocaties met in totaal acht standplaatsen.

Maar in de jaren zeventig wilden gemeenten weer af van dit beleid, onder meer omdat de locaties uit hun jasje groeiden en de kampen te geïsoleerd lagen. Bovendien verloren de autoriteiten op sommige plekken de grip op de woonwagenkampen.

In 1999 werd de Woonwagenwet ingetrokken en daardoor werden woonwagenbewoners niet langer beschouwd als aparte doelgroep voor huisvesting. Bijzondere rechten vervielen, waaronder het recht op een standplaats. Het aantal standplaatsen in Nederland liep vervolgens razendsnel terug.

Ook daar zette het stadsbestuur in op kleinere woonwagenkampen en het niet laten toenemen en zelfs verminderen van het aantal standplaatsen. Meest in het oog springend is de ontruiming van het kamp aan de Escamplaan in 2009.

Op die locatie wilde de gemeente woningen bouwen en dus moest het kamp sluiten. De bewoners verzetten zich hevig tegen de ontruiming, zowel in de raadszaal als in de rechtszaal, maar ze verloren de strijd. Sinds 2009 zijn er geen nieuwe standplaatsen bij gekomen in Den Haag.

De wachtlijst voor mensen die een standplaats willen, zijn gigantisch opgelopen. Het komt erop neer dat er 230 mensen op de lijst staan en er elk jaar slechts een of twee plekken vrijkomen. De wachttijd voor woonwagenbewoners is veel langer dan voor mensen die een sociale woning zoeken.

Dit verschil tussen woonwagenbewoners en andere woningzoekenden is volgens het College van de Rechten van de Mens een 'verboden onderscheid op grond van ras'.

Woonwagenbewoners hebben een bijzondere status. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens vormen zij een minderheidsgroep met een eigen culturele identiteit die bescherming van de overheid verdient.

Ook de rechter oordeelde vorig jaar dat de gemeente Den Haag woonwagenbewoners de afgelopen jaren heeft gediscrimineerd, omdat er onvoldoende woonwagenstandplaatsen zijn en er geen nieuwe bijkomen.

Daar komt het op neer. Den Haag heeft het voornemen om in de komende vijf jaar te zorgen voor tachtig nieuwe standplaatsen.

'Het door de gemeente gevoerde uitsterfbeleid heeft een grote impact gehad op de woonwagengemeenschap. Bewoners kwalificeren het beëindigen van de locatie Escamplaan als een traumatische ervaring die tot op de dag van vandaag invloed heeft op de levens van betrokkenen', stelde voormalig wethouder Martijn Balster in de nota Haags Woonwagenbeleid 2024.

'Het is daarom extra belangrijk dat er met deze nota definitief een streep achter het verleden wordt gezet en dat we gezamenlijk onze schouders zetten onder het toevoegen van standplaatsen, het terugdringen van de wachtlijst en het herwaarderen van het leven in familieverband.'

Omdat het hem, ondanks de uitspraak van de rechter, niet is gelukt om het aantal woonwagenstandplaatsen in de stad uit te bereiden. Bovendien is de verhuizing van het kamp aan de Energiestraat naar een veilige plek opnieuw vertraagd, terwijl dit volgens de hele raad 'topprioriteit' had moeten zijn.

Daarom zegden de woonwagenbewoners het vertrouwen in Balster op en Woonwagenbelangen Nederland schreef een gepeperde brief aan hem waarin Balster werd verweten dat hij 'discriminatie in stand houdt'.

De raad was vorige week in een commissievergadering ook uitermate kritisch. Toen Balster tijdens het debat aangaf het woonwagendossier over te willen laten aan een collega-wethouder was voor veel partijen de maat vol. 'Daarmee schuift hij de hete aardappel door', zei SP-fractievoorzitter Lesley Arp.

De SP en Hart voor Den Haag kondigden een motie van wantrouwen aan, die op een meerderheid kon rekenen. Maar Balster liet het niet op een stemming aankomen en hield de eer aan zichzelf.

'De aantijgingen aan mijn adres op het woonwagendossier hebben me diep gekwetst. Zonder vertrouwen vaart niemand wel. Voor mij is dat de reden om nu mijn taken neer te leggen', schreef hij in zijn afscheidsbrief.

De PvdA blijft in de coalitie en gaat op zoek naar een opvolger voor Balster. Tot die gevonden is verdelen de overgebleven wethouders de dossiers uit de portefeuille van Balster. Wethouder Robert van Asten (D66) heeft het woonwagendossier erbij gekregen.

Donderdag zal Van Asten tijdens een raadsvergadering aan de gemeenteraad moeten uitleggen hoe het college van plan is om snelheid te krijgen in het woonwagenbeleid.

Hart voor Den Haag heeft al duidelijk gemaakt dat de partij wil dat burgemeester Jan van Zanen het woonwagendossier op zich neemt. Er is volgens de partij behoefte 'aan duidelijke en daadkrachtige leiding om dit proces te versnellen en de belangen van de woonwagenbewoners te waarborgen'.

Source: Omroep West Den Haag

Previous

Next