De vanzelfsprekendheid waarmee in veel huishoudens nu nog vuurwerk wordt afgestoken, zal door een verbod uiteindelijk toch verdwijnen.
De Tweede Kamer lijkt donderdag af te stevenen op een historisch moment: voor het eerst zal in een debat een ruime meerderheid van de volksvertegenwoordiging zich uitspreken voor een verbod op consumentenvuurwerk.
Dat is niet zonder slag of stoot gegaan. De jaarlijkse excessen in de nieuwjaarsnacht leidden weliswaar sinds begin deze eeuw tot een steeds luidere politieke roep om harde maatregelen (lik-op-stuksancties, hogere straffen voor geweld tegen hulpverleners) maar de rol van het consumentenvuurwerk werd daar door de meeste fracties niet of nauwelijks bij betrokken. Alleen bij GroenLinks en de Partij voor de Dieren begon het een jaar of vijftien geleden al te gisten. Voor andere partijen woog het individuele recht op de lol van een knallend begin van het nieuwe jaar zwaarder dan de klachten van agenten, ambulancemedewerkers, oogartsen, wethouders en burgemeesters. In hun ervaring heeft de nieuwjaarsnacht in veel wijken nog het meeste weg van een oorlogszone waar veel hulpverleners zich niet eens meer durven vertonen.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Hoe groot de rol van het legale consumentenvuurwerk daarbij is, valt niet met zekerheid te zeggen. De tegenstanders van een verbod wijzen erop dat het knalvuurwerk en de losse vuurpijlen al verboden zijn, en dat in nogal wat gemeenten in de afgelopen jaren al een lokaal verbod gold. Dat zou echter totaal zijn ondermijnd door het overal aanwezige illegale vuurwerk, dat via het internet en de buurlanden op grote schaal wordt geïmporteerd.
Het is allemaal waar, maar daar staat tegenover dat ook de strijd tegen illegaal vuurwerk bij voorbaat kansloos is als intussen op elke straathoek nog gewoon legaal vuurwerk wordt verkocht. Dat gebrek aan een verkoopverbod is sowieso ondermijnend voor de lokale afsteekverboden. Een algeheel verkoop- en afsteekverbod maakt de situatie voor agenten in elk geval een stuk overzichtelijker.
Het zal niet te handhaven zijn, voeren de tegenstanders aan, al is het maar omdat we daar niet genoeg politie voor hebben. En ook dat is waar: een verbod zal heus niet in één keer leiden tot een rustige jaarwisseling. Maar dat argument van de gebrekkige handhaafbaarheid klonk ook toen de autogordel, de alcoholgrens in het verkeer, het rookverbod in de horeca en het drankverbod voor 18-minners werden ingevoerd. En toch hebben die verboden uiteindelijk tot forse veranderingen in de samenleving geleid. Wetgeving is ook normstelling: de vanzelfsprekendheid waarmee in veel huishoudens nu nog vuurwerk wordt afgestoken, zal toch gaan verdwijnen. De meeste ouders, bijvoorbeeld, zullen hun kinderen een confrontatie met de politie willen besparen.
In de Tweede Kamer komt het debat nu in de volgende fase: wat mag er nog wel? De initiatiefnemers van het verbod, GL-PvdA en de Partij voor de Dieren, zullen daar een beetje moeten meebewegen om te voorkomen dat het draagvlak vlak voor de eindstreep alsnog afbrokkelt. Het voorstel van de VVD om het recht op vuurwerk exclusief te gunnen aan gemeentelijke vuurwerkshows en aan verenigingen die er onder toezicht iets moois van maken om de jaarwisseling op te vrolijken, heeft veel kenmerken van een werkbaar en sympathiek compromis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant