Europese bedrijven die voor de Amerikaanse overheid werken, moeten een eind moet maken aan hun diversiteitsbeleid. Ook de Amerikaanse ambassade in Den Haag voert de druk op. Andere Nederlandse bedrijven hebben nog geen brief gehad, maar bereiden zich wel voor.
is economieredacteur. Hij schrijft over het grote geld en corruptie.
Het lijkt erop dat bedrijven die voor de Amerikaanse ambassade in Den Haag werken als eerste te maken krijgen met de anti-diversiteitsmantra van de Amerikaanse president Donald Trump. Dinsdagavond liet een woordvoerder van de ambassade weten dat ‘de Amerikaanse missies alle contracten en subsidies bekijken om er zeker van te zijn dat die consistent zijn met recente decreten uit het Witte Huis’.
‘Onderdeel daarvan is dat bedrijven wordt gevraagd om een certificatieformulier in te vullen. Het gaat alleen om bedrijven en organisaties die opdrachten of geld krijgen van de ambassades.’ Volgens de woordvoerder gaat het om ‘zelfcertificering’, die verder niet wordt gecontroleerd. ‘We vragen hun slechts om één aanvullend piece of paperwork.’
Welke bedrijven dat zijn, is nog niet bekend. Het lijkt dus in eerste instantie om (Haagse) toeleveranciers van de ambassade te zijn: cateraars, schildersbedrijven, loodgieters en misschien het energiebedrijf.
Uit een rondgang blijkt dat grotere Nederlandse bedrijven nog niet direct op hun diversiteitsbeleid zijn aangesproken door hun Amerikaanse opdrachtgevers, zoals het Amerikaanse ministerie van Defensie. Een brief met die strekking, die onder meer door de Amerikaanse ambassade in Parijs is verstuurd naar Franse bedrijven, is in Nederland nog niet gesignaleerd.
Een woordvoerder van bedrijvenkoepel VNO-NCW zegt ‘nog geen signalen te hebben gekregen van Nederlandse bedrijven dat ook zij een dergelijke brief hebben ontvangen. Maar we houden hierover de vinger aan de pols bij onze leden. VNO-NCW en MKB-Nederland benadrukken dat zij pal staan voor gelijke kansen en D&I-beleid (diversiteits- en inclusief beleid, red.).’
‘Wij hebben naar zo’n brief gezocht maar niet gevonden’, zegt een woordvoerder van ingenieursbureau Arcadis, dat vorige week nog bekendmaakte een meerjarig contract van 1,5 miljard dollar van de Amerikaanse luchtmacht in de wacht te hebben gesleept om het milieu rond vliegvelden en oefenterreinen te verbeteren.
Veel bedrijven met Amerikaanse overheidscontracten houden zich op de vlakte. Een woordvoerder van Philips laat weten dat er niets is veranderd sinds februari, toen bestuursvoorzitter Roy Jakobs in De Telegraaf zei dat hij niet kijkt naar ‘labels als ‘woke’ of niet’.
Toch klinken ook geluiden dat Nederlandse bedrijven wel al een modus proberen te vinden om het dreigende Amerikaanse verbod op diversiteitsbeleid, dat botst met Nederlandse waarden en wetgeving, het hoofd te bieden. Dat blijkt uit een rondgang langs bedrijven. Er worden adviseurs ingeschakeld, werkgroepen ingesteld en er zijn interne Q&A’s opgesteld over hoe werknemers moeten antwoorden op Amerikaanse vragen over diversiteit.
Het idee is om wel door te gaan met het beleid om meer vrouwen, mensen met een migratieachtergrond of lhbti-personen aan te nemen, maar dat niet aan de grote klok te hangen.
In Frankrijk, Spanje en België heeft een door de Amerikaanse ambassades verstuurde brief aan toeleveranciers tot grote ophef geleid. In die brief eisen de Amerikanen dat Europese bedrijven hun diversiteitsbeleid afzweren, of anders uitleggen waarom ze dat niet doen.
In principe treft het nieuwe Amerikaanse beleid alle bedrijven die direct werken voor de Amerikaanse federale overheid. In Nederland zou het gaan om onder meer aannemers van het Amerikaanse leger en ingenieursbureaus die dijken en andere infrastructurele werken ontwerpen.
De druk van de ambassades vloeit voort uit twee Amerikaanse presidentiële decreten. De eerste is van 20 januari, waarin de kersverse president Donald Trump verordonneert dat alle programma’s die diversiteit en gelijkheid bevorderen (zogeheten DEI-beleid) moeten worden afgeschaft. Niet alleen binnen de overheid, maar ook bij de bedrijven die voor de overheid werken.
Om precies te zijn: binnen zestig dagen moesten alle ministeries ervoor zorgen dat alle diversiteitscoördinatoren en alle ‘DEI-prestatiecriteria’ bij deze bedrijven zouden worden weggehaald.
Het tweede decreet is van een dag later, met als titel ‘Het beëindigen van illegale discriminatie en het herstel van op verdiensten gebaseerde kansen’; conservatieve witte mannen vinden vaak dat ze worden gediscrimineerd als een vrouw of persoon van kleur bij een sollicitatie de voorkeur krijgt.
Dat decreet vraagt specifiek om een belofte van elk bedrijf dat zaken doet met de federale overheid dat het ‘geen programma’s heeft die diversiteit bevorderen die de antidiscriminatiewetten schenden’.
In de brief van de ambassades staat dat de genoemde decreten gelden ‘voor alle federale toeleveranciers en dienstverleners, welke nationaliteit ze ook hebben en uit welk land ze ook komen’. De bedrijven worden gesommeerd binnen vijf dagen een formulier terug te sturen waarin zijn schrijven dat zij zich aan de Amerikaanse antidiscriminatiewetten houden.
In Frankrijk, België en Spanje reageerden verantwoordelijke ministers furieus. De Franse minister van Buitenlandse Handel noemde de oekaze een ‘onaanvaardbare Amerikaanse inmenging’. Ook zei hij dat ‘Frankrijk en Europa hun bedrijven en consumenten zullen beschermen, inclusief hun waarden’.
De Nederlandse minister van Buitenlandse Handel, Reinette Klever, reageerde bezorgd. ‘De berichtgeving over de Amerikaanse vraag aan Europese bedrijven om hun diversiteitsprogramma’s te staken, willen zij hun contracten behouden met de Amerikaanse overheid, vind ik zorgelijk. Ik kan me goed voorstellen dat dit meer onzekerheid creëert voor Nederlandse bedrijven. Tot nu toe hebben we geen signalen ontvangen dat bedrijven een dergelijk verzoek hebben ontvangen, maar we houden nauw contact.’
Of Nederlandse bedrijven hun diversiteitsbeleid kunnen schrappen is de vraag. Toen PVV-parlementariër Joram van Klaveren enkele jaren geleden middels een nieuwe wet positieve discriminatie wilde verbieden omdat het discriminatie zou zijn, oordeelde de Raad van State dat het wetsvoorstel rammelde. Zo is in Nederland is positieve discriminatie aan strenge voorwaarden gebonden. Bedrijven mogen bijvoorbeeld alleen iemand uit een minderheidsgroep kiezen als die net zo geschikt is als andere kandidaten.
In bepaalde omstandigheden is positieve discriminatie, oftewel een voorkeursbeleid, zelfs verplicht, schreef de Raad van State, die daarbij wees op het Verdrag tegen Rassendiscriminatie en Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. ‘Daaruit vloeit onder bepaalde voorwaarden de plicht voort om een voorkeursbeleid te voeren. Het gaat dan om het met het oog op het gelijkheidsbeginsel verminderen van structurele, aan ras en geslacht gerelateerde achterstanden.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant