Het hoefde niet, maar als je wilde, kon je al een politieke hekel aan minister Mona Keijzer krijgen toen ze vijf jaar geleden een video van zichzelf liet maken. Daarin zagen we haar met een agressief soort moederliefde pannenkoeken bakken in een zwarte pan met echte boter. In beeld en woord werd de boodschap verkondigd dat het wat Mona Keijzer betrof toch eindelijk weleens tijd werd dat we in dit land weer eens gewoon gingen doen met elkaar.
Gewoon doen is natuurlijk doen en denken zoals Mona Keijzer, binnen de grenzen van haar mentale actieradius. Geen gezeik met zelf beslag maken, maar gewoon bewerkte pannenkoekenmix. Of eigenlijk betekent het: allemaal aan tafel gaan zitten, al die vette pannenkoeken opvreten en daarna uitroepen: ‘Lekker, mama! Mogen we nog meer?’
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Aan minister Marjolein Faber, die tegenwoordig lintjes van vrijwilligers probeert af te pakken, kon je al een politieke hekel krijgen toen ze in 2019 over haar eigen, leugenachtige en racistische twitterbericht bleef zeggen: ‘Mijn tweet klopt.’ Een onwrikbare minister, onbereikbaar voor de werkelijkheid, die haar asielwetten met dommekracht doorduwt, al heeft iedere betrokkene haar gevraagd het svp te laten, omdat ze de problemen alleen maar groter zullen maken. Een vrouw als een blinde muur. Die krijg je nooit meer van zijn plaats, of je moet de grond eerst diep onder haar weggraven.
Langzamerhand begin je natuurlijk wel te vermoeden dat mevrouw Faber geen mens is, maar een pak dat je kunt kopen bij een feestwinkel, of misschien speciaal kunt laten maken. Het zou in elk geval verklaren waarom de camera’s altijd alleen haar bovenlichaam in beeld nemen – als ze een totaalshot van haar zouden maken, zie je waarschijnlijk meteen dat het Wilders is, op zijn knieën in een Faberpak.
Eerlijk gezegd vond ik Faber en Keijzer wel bij elkaar passen, maar ze blijken elkaar ook niet te kunnen uitstaan. Ze hebben ruzie over statushouders. Asielminister Faber wil ze niet in haar azc’s, want daar verstoppen ze de boel. Woonminister Keijzer wil ze niet in haar sociale huurwoningen, want die heeft ze al aan gewone mensen beloofd. Allebei gooien ze hun vuilnis al acht maanden over de schutting in de tuin van de buren – nu zijn ze er ineens achter gekomen dat ze naast elkaar wonen.
Evengoed was ik blij met de ruzie. Er kan door ministers niet genoeg ruzie worden gemaakt – straks ook, als ze de voorjaarsbegroting gaan opmaken, liefst over iedere euro apart. Laat het kabinet maar even goed exploderen. Dan kunnen we verkiezingen houden en daarna met normale partijen eindelijk weer eens gewoon gaan doen met elkaar, want daar wordt het weleens tijd voor in dit land, wat deze lokale boekweitpannenkoek betreft.
Maar eigenlijk zou dat niet goed zijn voor de democratie, zo lees je in de kranten, bijvoorbeeld in de NRC-column van Floor Rusman. Want als middenpartijen samen gaan besturen, gaan ze te veel op elkaar lijken en zien de kiezers de verschillen niet meer. Daardoor zouden de kiezers overal ter wereld nou juist met zovelen naar de populisten en extremisten zijn gedreven.
Ik weet niet of dat klopt. Hoe dan ook hoeft de aanstaande ondergang van het kabinet ook niet zoveel nut te hebben, verder. Belangrijk is dat het gebeurt, en dat we er in alle rust naar kunnen kijken.
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant