Pieter Omtzigt en Geert Wilders willen dat Nederland een staatslening voor particulieren introduceert om de grootbanken te dwingen tot het verhogen van de spaarrente. Ze ontlenen hun idee aan België, waar zo’n staatsbon in 2023 het gewenste effect sorteerde.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
NSC en PVV dienen dit voorstel dinsdag in aan de vooravond van een Tweede Kamerdebat over de gevolgen van de hoge Nederlandse inflatie. Dat debat staat voor woensdagavond geagendeerd. Omtzigt en Wilders hebben samen met hun financieel woordvoerders een gezamenlijke initiatiefnota geschreven met beleidsvoorstellen om de koopkracht van burgers beter te beschermen.
De twee partijen richten hun pijlen daarbij ook op de Nederlandse grootbanken, die hun spaarders maar weinig rente vergoeden. De Nederlandse spaartarieven zijn al jaren een van de laagste in Europa. De Nederlandse spaarder krijgt dus erg weinig waar voor zijn geld. Daardoor hakt de hoge inflatie (momenteel 3,7 procent in Nederland) er extra hard in, want de grote banken bieden maar 1,5 tot 1,7 procent spaarrente.
De toezichthouder die de concurrentie op de Nederlandse consumentenmarkt moet bewaken, de ACM, concludeerde vorig jaar na onderzoek dat de banken de spaarrentes laag houden, omdat ze te weinig concurrentie ondervinden. De Nederlandse bankenmarkt is een oligopolie, waarin de Grote Drie (ING, ABN Amro en Rabobank) meer dan 80 procent van de spaarmarkt beheersen.
Omtzigt en Wilders denken dat het uitgeven van een kortlopende Nederlandse staatsobligatie voor de particuliere markt de grootbanken een schop onder de kont kan geven. De twee partijen willen dat Nederlanders obligaties rechtstreeks van de staat kunnen kopen, zodat deze als alternatief kunnen dienen voor een bancaire spaarrekening.
Veel spaarders willen niet beleggen uit angst voor verlies, maar dat risico is bij Nederlandse staatsleningen heel klein. Nederlandse staatsobligaties hebben de hoogste kredietwaardigheid (een triple A-rating). De kans dat de Nederlandse overheid zijn leningen niet aflost wordt als verwaarloosbaar ingeschat.
Alles over politiek vindt u hier.
Een investering in een Nederlandse staatslening die de belegger aanhoudt tot de aflosdatum is qua risico dus vergelijkbaar met het aanhouden van spaargeld op een termijndeposito (een spaarrekening waarop geld voor een bepaalde tijd wordt vastgezet). Het actuele beursrendement van een Nederlandse staatsobligatie met een looptijd van één jaar is nu 2,1 procent. Dat is iets hoger dan de rente die de grootbanken vergoeden op een termijndeposito van een jaar, hoewel het verschil in 2023 veel groter was. Toen leverden zulke staatsobligaties bijna 4 procent op.
De grootbanken stellen echter als extra eis dat de klant een betaalrekening bij dezelfde bank moet hebben om een spaarrekening te kunnen openen. De Tweede Kamer riep minister Eelco Heinen van Financiën onlangs per motie op deze gedwongen ‘koppelverkoop’ te verbieden.
België gaf in september 2023 een staatslening voor particulieren uit om de Belgische banken een renteverhogingsprikkel te geven. Ook de Belgische overheid vond destijds dat de nationale banken zich te gierig opstelden tegenover hun spaarklanten. De truc werkte: Belgen investeerden ruim 22 miljard euro in de ‘staatsbon’ die 2,81 procent per jaar opbracht. De Belgische banken zagen in een week circa 4 procent van hun spaartegoeden wegvloeien en verhoogden daarna inderdaad hun spaarrentes.
Nederland kan het Belgische experiment niet zomaar herhalen, want het agentschap van het ministerie van Financiën dat de staatsleningen uitgeeft, heeft (nog) geen loket voor particulieren. Burgers kunnen geen staatsleningen rechtstreeks van de Nederlandse overheid kopen.
Particulieren die in Nederlandse staatsobligaties willen beleggen, moeten die op een effectenbeurs aanschaffen via een bank of beleggingsadviseur. Maar die bemiddelaars rekenen provisie, en dat gaat ten koste van het beleggingsrendement. PVV en NSC vragen het kabinet daarom te onderzoeken of het Agentschap van de Generale Thesaurie een uitgifteloket voor particulieren kan openen.
Maar er kleeft een ander probleem aan hun voorstel, namelijk de Nederlandse vermogensrendementsheffing (box 3-belasting). Die maakt onderscheid tussen spaargeld en beleggingen, waarbij over beleggingen een hoger forfaitair belastingtarief wordt geheven dan over banktegoeden (5,88 procent versus 1,44 procent). De rente op de Nederlandse staatsbon zou aanzienlijk hoger moeten zijn dan de spaarrente om dat verschil te compenseren voor spaarders en beleggers met een vermogen boven de heffingsvrije drempel van 58 duizend euro (het dubbele voor fiscaal partners).
In hun initiatiefnota reppen NSC en PVV daar niet over. Heinen (VVD) reageerde tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen in oktober afwijzend toen PVV-Kamerlid Tony van Dijck het plan voor een Nederlandse staatsbon aan hem voorlegde. ‘Ik zou hier geen voorstander van zijn’, was zijn reactie. Om de Nederlandse banken aan te zetten tot het verhogen van de spaarrente hanteert Heinen voorlopig dezelfde – tot nu toe vruchteloze – tactiek als zijn voorgangers: vriendelijk vragen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant