In de eerste twee MotoGP-weekenden in Thailand en Argentinië stond er geen maat op Marc Márquez en hetzelfde lijkt te gebeuren in de Verenigde Staten. Na de sprintrace op het Circuit of the Americas is de Ducati-rijder nog altijd ongeslagen met drie pole-positions en vijf overwinningen op rij. En dan moet de zondagse race op het circuit in Texas nog komen, eentje die Márquez al zeven keer op zijn naam heeft geschreven. De prestaties tot dusver zorgen ervoor dat hij - voor zover hij dat voor het seizoen niet al was - de grote favoriet is om in 2025 met de wereldtitel aan de haal te gaan. Daar is Joan Mir het mee eens.
"Marc domineert op dit moment. De enige die hem van de titel kan houden, is hijzelf", oordeelde Mir, die in 2023 bij het fabrieksteam van Honda aan de zijde van de achtvoudig wereldkampioen reed. De Spanjaard, die zelf in 2020 MotoGP-kampioen werd, ziet dat alle ingrediënten in huis zijn voor Márquez om een negende wereldtitel binnen te slepen. "Hij heeft alles om te kunnen winnen. Hij heeft de ervaring, de snelheid en de beste motor. Marc weet precies waar de limiet ligt, dat is iets wat ervaring hem geleerd heeft. Ik denk dat hij dit jaar weinig problemen zal hebben om de wereldtitel te winnen, tenzij hij zelf wat problemen creëert."
Joan Mir vermaakt zich op de Honda RC213V, maar hij ziet dat één factor de motorfiets tegenhoudt.
Foto door: Gold and Goose / Motorsport Images
Zelf krabbelde Mir samen met Honda langzaam maar zeker uit het diepe dal van de afgelopen twee jaren. De RC213V werd afgelopen winter behoorlijk verbeterd en dat leidde ertoe dat de fabrikant na twee raceweekenden op de tweede plaats bivakkeerde in het constructeurskampioenschap. Mir eindigde in Argentinië voor het eerst sinds de GP van Indonesië in 2023 in de top-tien en op COTA stelde hij een achtste startpositie veilig. Vanaf die plek leek de 27-jarige rijder van Mallorca lange tijd kans te maken op een puntje, maar een crash in bocht 15 zorgde er uiteindelijk voor dat hij uitviel.
Echt blij was Mir dan ook niet na de sprintrace. "Ik ben wel blij, maar het is weer hetzelfde verhaal. We kunnen de positieve dingen meenemen en zeggen dat we snel zijn, dat we dezelfde rondetijd als Pecco [Bagnaia] reden in de race. Maar eerlijk gezegd heb ik het gevoel dat ik niet de tools heb om met ze te vechten, omdat we onderaan staan qua topsnelheid", liet hij na de korte race op COTA optekenen. "We komen nu bij een groep die een snellere motor heeft dan wij. De balans van de motor is heel goed en ik geniet ervan om erop te rijden. Maar aan de andere kant is het ook frustrerend, want we kunnen niet inhalen op het rechte stuk."
Source: Motorsport