Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Standaard gaan er een schone broek en een onderbroek mee in de rugzak, mailt een vader. Zijn zoon is 6 en plast nog geregeld in zijn broek op school. ‘Hebben we iets fout gedaan in de zindelijkheidstraining?’, vragen de ouders zich af. En wat is er tegen te doen?
De meeste kinderen worden zindelijk als ze ergens tussen de 2 en 3 jaar oud zijn. ‘We zien de afgelopen twintig jaar wel een trend dat die leeftijd opschuift’, zegt Annemieke Bams, kinderarts in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Een op de vijf kinderen plast of poept nog in zijn broek bij de start van de basisschool, zo blijkt uit onderzoek van ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten.
Waardoor komt dat? Meer ouders werken buitenshuis, waardoor kinderen op verschillende plekken worden opgevangen, vertelt Bams. Dit maakt afstemming met alle partijen (grootouders, kinderopvang) en het oefenen zonder luier lastig. ‘Zindelijkheid gaat, net als met leren fietsen of lopen, met vallen en opstaan. Er is veel geduld voor nodig.’ Daarnaast zijn luiers steeds beter geworden waardoor kinderen geen nattigheid voelen als ze hebben geplast.
‘Zo’n 6 tot 9 procent van de kinderen op de basisschool heeft nog regelmatig ongelukjes’, zegt Bams. Interessant genoeg valt het met de schaamte rondom plasongelukjes bij kinderen op die leeftijd wel mee. ‘Het zijn vaak de ouders die zich zorgen maken dat hun kind gepest gaat worden.’
Wat zijn de oorzaken? ‘Sommige kinderen durven niet naar de wc te gaan omdat ze bang zijn iets te missen in de klas, of omdat het leukste fietsje op het schoolplein dan bezet is. Ze wachten tot hun blaas op springen staat en als ze dan bewegen, houdt de sluitspier het niet meer en gaat het mis.’
Er zijn ook kinderen die de bekkenbodemspieren niet goed gebruiken. Ze spannen die aan, waardoor ze als het ware tegen een dichte deur plassen.
Soms speelt mee dat een kind een te kleine blaas heeft doordat het te weinig drinkt. Dat klinkt tegenstrijdig. Je zou juist denken dat minder drinken tot minder ongelukjes leidt, maar het is dus andersom. ‘Je blaas is een spier’, legt de kinderarts uit. ‘Drink je onvoldoende, dan krijgt de blaas geen kans om te groeien. Kinderen kunnen hun blaas trainen onder begeleiding van het ziekenhuis door steeds hun plas langer op te houden en meer te drinken.’
Zeven keer plassen op een dag is normaal. Met een kind dat vergeet naar de wc te gaan, kun je vaste plasmomenten afspreken. Bijvoorbeeld: in de ochtend vanuit bed, na het ontbijt, in de kleine en grote pauze, na school, voor de maaltijd en voorafgaand aan het slapen. Bespreek dit met de juf of meester. ‘Zo koppel je het plassen aan logische momenten in de dag.’
Heeft je kind moeite met voldoende drinken? Overleg dan met school of de beker gedurende de dag op tafel mag blijven staan.
Moedig je kind op een positieve manier aan, zonder straf. ‘Belonen mag, maar richt je dan op het proces: het leegdrinken van de beker en zonder tegenstribbelen naar de wc’, zegt Bams. ‘Vier de successen en realiseer je dat een kind dit niet expres doet.’
Blijven de problemen aanhouden, dan is het slim om bij de huisarts aan te kloppen.
Probeer in het dagelijks leven niet te veel nadruk te leggen op het behoud van een droge broek, adviseert Bams. ‘Je wilt ontspanning, geen stress.’ Tot die tijd geef je gewoon een extra setje kleding mee.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant