Home

Staatssecretaris Struycken kan sociaal advocaten geen extra geld toezeggen, beroepsgroep en oppositiepartijen bezorgd

De Orde van advocaten en oppositiepartijen in de Tweede Kamer verwijten staatssecretaris Teun Struycken (Rechtsbescherming) noodzakelijke beslissingen over de sociale advocatuur uit te stellen. Struycken zegt geen financiële dekking te hebben en wil aanvullend onderzoek.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.

‘Heel zorgelijk en buitengewoon teleurstellend’, zegt Sanne van Oers, algemeen deken van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Voorafgaand aan een commissiedebat in de Tweede Kamer, dinsdagavond, gaf Struycken vlak voor het weekend in een brief zijn reactie op het rapport dat een commissie begin maart uitbracht over de sociale advocatuur.

Deze zogeheten commissie-Van der Meer II – vernoemd naar voorzitter Herman van der Meer, die in 2016 een vergelijkbare commissie voorzat – concludeerde begin maart onder meer dat de vergoedingen aan sociaal advocaten voor complexe zaken te laag zijn en dat sociaal advocaten die in kantoorverband werken het door de overheid vastgestelde norminkomen niet halen.

Voor dat inkomen wordt gekeken naar de cao van het Rijk (schaal 12, trede 10). Dat komt uit op iets minder dan 7.000 euro bruto per maand, een stuk lager dan wat een commerciële advocaat kan verdienen. Volgens Van der Meer is structureel ongeveer 40 miljoen euro extra nodig voor de gefinancierde rechtsbijstand. Meer dan een derde van de Nederlanders is daarop aangewezen als zij juridische ondersteuning nodig hebben.

Opvolging

Om kantoorkosten te vermijden, zijn veel sociaal advocaten eenpitters. Zij hebben geen tijd en ruimte voor stagiairs. Omdat de beroepsgroep vergrijst, betekent de pensionering van een sociaal advocaat dat opvolging ontbreekt. ‘Bij de balie staan nu twee sociaal advocaten onder de 30 in het vreemdelingenrecht ingeschreven’, zegt Van Oers. ‘In het sociaal zekerheidsrecht is in sommige regio’s, zoals Drenthe en Noord-Salland, al een groot tekort aan sociaal advocaten. Dat zal de komende jaren alleen maar toenemen.’

De commissie-Van der Meer noemde het werken in een eenpersoonspraktijk ‘een sterfhuisconstructie’ en concludeerde: ‘Zonder tijdige instroom van nieuwe sociaal advocaten dreigt rechtsbijstand voor minder draagkrachtigen ernstig in gevaar te komen.’ De commissie adviseerde een kantoortoeslag in te voeren voor sociaal advocaten die in kantoorverband werken. Die toeslag zou de meerkosten moeten ondervangen. Bovendien kunnen kantoren wel advocaat-stagiairs begeleiden.

Struycken schrijft in zijn brief dat hij een dergelijke toeslag ‘eerst nader wil onderzoeken’. Hij wil deze optie meenemen in ‘een visietraject’, waarbij hij ook vragen stelt over ‘de wenselijkheid van de waterscheiding tussen commerciële- en sociale advocatuur’. Strucyken wil bezien of ‘een wettelijke verplichting tot meer beweging in de maatschappelijke bijdrage van de gehele advocatuur gaat leiden’. Volgens hem kan de NOvA ‘niet zonder meer uitsluitend naar de rijksoverheid wijzen om maatregelen te treffen’.

Kantoormodel

Van Oers verwijst naar artikel 18 van de Grondwet, waarin het recht op rechtsbijstand vastligt. ‘Over een visietraject zijn we welgeteld één keer bij elkaar geweest. In de brief lees ik allerlei nieuwe ideeën die niet met ons zijn overlegd. Het gaat er nu om tot een duurzaam kantoormodel voor de toekomst te komen. Je kunt wel een sociaal advocaat bij uithuisplaatsingen beloven, zoals de staatssecretaris heeft gedaan, maar zonder ingrijpen zijn die er over vijf jaar niet meer.’

Zij noemt het bovendien ‘principieel onjuist’ dat de overheid minder betaalt dan het vastgestelde referentie-inkomen vereist. ‘Je zegt dan eigenlijk: de rest moet je er maar bijverdienen door andere cliënten te laten meebetalen.’

Volgens D66-Kamerlid Joost Sneller zit de basisfout in het coalitieakkoord, waarin geen extra geld is vrijgemaakt voor de sociale advocatuur. ‘Terwijl de commissie-Van der Meer toen al bezig was’, zegt Sneller. ‘Nu kan Struycken weinig anders doen in zijn brief dan goede intenties uitspreken, maar hij wordt nergens concreet.’

SP-Kamerlid Michiel van Nispen noemt het ‘een no-brainer’ dat het rapport-Van der Meer moet worden opgevolgd. ‘Het kan niet zo zijn dat je als bewindspersoon voor rechtsbescherming een jaar lang onderzoek laat doen en vervolgens zegt: de dekking ontbreekt. Dat is echt droevig. Het gaat bovendien om een beroepsgroep waarop een groot deel van de Nederlanders is aangewezen als zij hun recht moeten halen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next