NSC-leider Pieter Omtzigt pleit voor ‘realistischer’ begrotingsramingen, omdat het kabinet volgens hem veel te zuinig is. Maar een deel van de Tweede Kamer verzet zich hiertegen. ‘Anders ramen is niet een toverformule voor meer geld uitgeven.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De plotselinge gedaanteverwisseling van Pieter Omtzigt wekt argwaan bij een aantal Kamerfracties. Het voormalig CDA-Kamerlid was altijd een apostel van degelijk begrotingsbeleid, en toont zich in Kamerdebatten nog altijd kritisch over EU-landen met torenhoge staatsschulden die een loopje nemen met de Europese begrotingsregels.
Het is dan ook even wennen om hem maandag te horen pleiten voor het openbreken van de vastgestelde begrotingskaders, opdat kabinet en coalitie meer geld kunnen uitgeven dan ze in het hoofdlijnenakkoord hebben afgesproken. Omtzigt verdedigt in de Tweede Kamer zijn initiatiefnota over de financieel-economische ramingen van het Centraal Planbureau (CPB) en het ministerie van Financiën.
Volgens Omtzigt kan het kabinet minstens 10 miljard euro meer uitgeven dan gepland, omdat de financiële ramingen die de begroting schragen veel te pessimistisch zijn. De ramingen van het onafhankelijke CPB en het ministerie van Financiën zijn in de ogen van de NSC-leider zelfs ‘schokkend slecht’.
De NSC-leider wijst erop dat het begrotingstekort de laatste vier jaar telkens meer dan 20 miljard euro kleiner uitviel dan geraamd. Als kabinet en coalitie dat van tevoren hadden geweten, hadden ze veel meer investeringen kunnen doen, bijvoorbeeld in de aanleg van de Lely- en Nedersaksenlijn. De structureel te pessimistische ramingen tasten het recht van de Tweede Kamer om te beslissen over de kabinetsuitgaven onaanvaardbaar aan, vindt Omtzigt.
GroenLinks-PvdA, de BBB en – opvallend – de SGP onderschrijven Omtzigts analyse tijdens het debat grotendeels. De SGP-fractie bestaat traditioneel uit begrotingshaviken, maar financieel woordvoerder André Flach zegt nu ook: ‘We hebben ons te arm gerekend.’ BBB’er Henk Vermeer opperde een paar dagen geleden dat de staatsschuld wat hem betreft mag oplopen tot 50 procent van het bruto binnenlands product. Dat zou betekenen dat het kabinet 80 miljard euro meer mag uitgeven dan nu is begroot.
Maar lang niet alle fracties zijn geporteerd van Omtzigts betoog. ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis gaat er zelfs met gestrekt been in. Hij verwijst naar het rapport van de expertgroep die de deugdelijkheid van de ramingen naar aanleiding van Omtzigts kritiek onderzocht. De experts stelden vast dat de afwijkingen waar NSC over klaagt, grotendeels te wijten zijn aan buitengewone omstandigheden als de coronapandemie en de explosie van de energieprijzen na de invasie van Oekraïne.
Een andere belangrijke oorzaak van de ‘verkeerde ramingen’ is slechte uitgavenplanning van de politiek: het kabinet houdt elk jaar geld over, omdat het geplande projecten niet kan uitvoeren in het jaar dat ze zijn begroot. Ook dat kan de ramingsinstituties niet verweten worden, vindt Grinwis. Zou Omtzigt zijn uitspraak over ‘schokkend slechte’ ramingen dus niet wat moeten nuanceren?
Daar ziet de NSC-leider geen enkele reden toe. Hij houdt vast aan de argumenten die de begrotingsexperts in hun onderzoek grotendeels onderuithaalden. Grinwis, VVD’er Aukje de Vries en D66’er Hans Vijlbrief ruiken daarom de geur van plat opportunisme. Omtzigt gebruikt de te pessimistisch gebleken ramingen volgens De Vries als ‘excuus’ voor een verhoging van de uitgaven nu NSC in de coalitie zit. ‘Ik wil er voor waken dat anders ramen een toverformule zou zijn voor meer geld uitgeven. Daar lijkt het nu wel een beetje op.’
Grinwis memoreert fijntjes dat Omtzigt vorig jaar nog wegliep van de formatietafel, omdat hij zoveel begrotingstegenvallers zag aankomen. ‘Toen was Leiden in last vanwege de verschrikkelijke overheidsfinanciën, terwijl we destijds ook al wisten dat de ramingen er vaak naast zitten.’
Over één ding zijn alle fracties het eens: het trendmatig begrotingsbeleid is een groot goed. Minister Eelco Heinen van Financiën vertelt glunderend dat zijn buitenlandse collega’s groen uitslaan van jaloezie als hij vertelt hoe gedisciplineerd Nederlandse kabinetten hun begrotingen opstellen.
Nederland heeft een unieke manier van begroten, geïntroduceerd in 1994 door toenmalig VVD-minister van Financiën Gerrit Zalm. De inkomstenkant wordt daarbij strikt gescheiden van de uitgavenkant. Dat betekent dat kabinetten belastinginkomstenmeevallers niet mogen inzetten voor extra uitgaven. Daar staat tegenover dat de regering niet meteen hoeft te bezuinigen als de belastingopbrengst een keer tegenvalt.
Alles over politiek vindt u hier.
Het eensgezind onderschrijven van dit typisch Nederlandse begrotingsprincipe staat op gespannen voet met het pleidooi van NSC, BBB en GroenLinks-PvdA om meer tussentijdse begrotingsactualisaties aan de Tweede Kamer te verstrekken, en meer jaarlijkse besluitvormingsmomenten in te bouwen. Dit leidt onvermijdelijk tot politieke druk voor extra uitgaven, zodra de eerste contouren van een begrotingsmeevaller zichtbaar worden.
Heinen waarschuwt dat dit de bijl aan de wortel van het trendmatig begrotingsbeleid legt, omdat de Tweede Kamer dan gaat sturen op het actuele begrotingssaldo in plaats van de aan het begin van de kabinetsperiode vastgestelde inkomsten- en uitgavenkaders. Zulk ad-hocbeleid is juist wat andere landen, en Nederland in de jaren tachtig, in de problemen bracht.
Vijlbrief: ‘Ik wil de collega’s oproepen om voorzichtig te zijn met twijfel zaaien rond onze instituties. Er hangt iets van wantrouwen rond dit onderwerp. Iets van: vertelt het kabinet ons wel de waarheid? Dat moeten we echt vermijden, want in alle landen waar het begrotingsbeleid zwaar gepolitiseerd is, is de zaak uit de hand gelopen.’ En Grinwis voegt toe: ‘Realistisch ramen betekent niet dat er ineens een geldboom groeit in de kantoortuin van het ministerie van Financiën.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant