Langs een lekkende achterdeur presenteerde het kabinet-Schoof zijn beste idee: een wijziging van het kiesstelsel. NSC bejubelt het plan van zijn minister Judith Uitermark als kroonjuweel dat de band met de regionale kiezer versterkt. Zo het dat al doet, voor het grootste probleem van onze representatieve democratie is het geen oplossing.
Als je regeren opvat als besturen, dan is het kabinet met de goed bestuur-partij NSC niet bezig te regeren. Het Torentje van Schoof heeft macht maar geen beleid. Na driekwart jaar is voor geen enkele crisis (stikstof, wonen, biodiversiteit, klimaat, asielopvang) iets van een uitweg in zicht.
Impotent bestuur is de vrucht van verdeeldheid. Juist in een tijd dat onze bestaanswijze langs grote scharnierpunten kantelt, is onze politiek verlamd door polarisatie en amateurisme. De manier waarop wij vandaag stemmen: één kandidaat aankruisen, stamt uit 1789 en was nooit bedoeld voor een wereld met sociale media, nepnieuws en manipulerende algoritmes.
In plaats van polarisatie aan te jagen, kun je het kiesstelsel zo aanpassen dat partijen zich met een breed draagvlak instellen op samenwerking. Een stemmethode kan convergentie, kwaliteit en compromis stimuleren. Precies dat doet preferentieel stemmen.
Het werkt zo: kiezers geven hun rangorde van kandidaten aan, bijvoorbeeld van 1 tot 25. De telling is als een stoelendans: als de eerste keuzes zijn geteld, verdwijnt de kandidaat met de minste stemmen. Van kiezers bij wie de afgevallen politicus op één stond, gaat de tweede stem naar een van de overgebleven kandidaten.
Opnieuw ruimt de laatste het veld, waarna van de mensen die hun eerste stem aan die kandidaat gaven, de tweede stem wordt geteld. Van kiezers wier tweede stem nu uitvalt, gaat de derde stem mee. Dat gaat door tot een kandidaat met absolute meerderheid overblijft.
In de 18e eeuw, toen de Franse wiskundige verlichtingsfilosoof Nicolas de Condorcet dit systeem uitdacht, was het een theoretische exercitie. Maar dankzij 21e-eeuwse technologie kan deze stemmethode nu met miljoenen kiezers. Waar ze is toegepast, werkte preferentieel stemmen transformatief.
Zo werd in 2013 de nieuwe burgemeester van Minneapolis met preferentieel stemmen gekozen. Er waren 35 kandidaten. In plaats van dat ze zich profileerden met harde uithalen naar concurrenten, waren ze vriendelijk en verbindend. De polarisatie en het vitriool bleven uit. Geen spoor van desinformatie, fakenieuws en moddergooien. De kandidaten gedroegen zich verbindend, omdat ze alleen winnen als ze ook tweede en derde stemmen binnenhalen.
In het Amerikaanse Minneapolis werd duidelijk wat Ierland en Australië allang weten: preferentieel stemmen is goed voor de kiezer – die krijgt de burgemeester, president of regering die de voorkeur heeft van de meeste kiezers. En preferentieel stemmen verandert de politici, en daarmee de politiek.
Sinds 1920 gebruikt Ierland een vergelijkbaar systeem. Het hielp om grote politieke spanningen te kanaliseren in het parlement, in plaats van in een gewapend conflict, zoals in Noord-Ierland. Ierland heeft een geschiedenis van stabiele coalitieregeringen. In tegenstelling tot veel Europese landen kreeg extreemrechts hier geen voet aan de grond: slechts 1,5 procent van de stemmen in de verkiezingen van 2024.
Het regionaal kiezen van NSC is zo’n typisch kroonjuweel: zit niet lekker en wordt zelden gedragen. Een regionale lijst kent haken en ogen en weinig evident voordeel. Limburg en Groningen hebben nu meer streekgenoten in het parlement dan straks Limburgse en Groningse kandidaten in het regionale kiesstelsel van Uitermark.
Ook zou regionale nabijheid het ‘vertrouwen in de overheid’ herstellen. Maar dat kostbaar stofje, vertrouwen, is het neveneffect van kalm en deskundig bestuur. En daarvoor moet het politieke ecosysteem worden heringericht. Met - vanzelfsprekend - gereguleerde sociale media, plus een kiessysteem dat constructieve coalitiepolitiek beloont en hetze, hysterie en haat bestraft.
Over de auteur
Marcia Luyten is journalist en columnist van de Volkskrant. Luyten presenteerde Buitenhof en werkte zes jaar in Afrika. Ook schreef ze onder meer Het geluk van Limburg en de biografie Moederland, de jonge jaren van Máxima Zorreguieta. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.