Home

Minister Faber toont zich ook in lintjesdiscussie ongeschikt voor haar ambt

De waarde van álle koninklijke onderscheidingen wordt ondermijnd als de indruk ontstaat dat ze alleen worden uitgedeeld aan wie de juiste mening heeft.

Het zou natuurlijk kunnen dat minister Marjolein Faber van Asiel en Migratie zich vrijdag echt wanhopig afvroeg waarom haar zo zorgvuldig voorbereide voorstel om de Spreidingswet voor asielzoekers in te trekken steeds maar niet op de agenda van de ministerraad werd gezet door die vermaledijde minister-president Dick Schoof.

Het zou kunnen dat ze zelf echt vond dat ze het wetsvoorstel in onderling overleg met de andere betrokken departementen uitstekend had voorbereid en dat ze ook minister Mona Keijzer van Volkshuisvesting bereid had gevonden om alternatieve opvang aan te bieden, zodat de asielzoekerscentra straks niet nog voller zitten dan ze nu al zijn.

Het zou kunnen dat ze echt van mening is dat ze, al met al, een uitstekend verhaal had om niet alleen het kabinet maar straks ook de Eerste Kamer ervan te overtuigen dat het tijd is om de Spreidingswet, door diezelfde Eerste Kamer vorig jaar nog na lang beraad aangenomen, nu maar weer in te trekken omdat die bij nader inzien niet meer nodig is.

Het zou kunnen dat ze daarom vrijdag in oprechte wanhoop naar de eerste de beste televisiecamera liep om haar beklag te doen over zoveel obstructie door de minister-president: ‘Ik begrijp er helemaal niets van.’

Het zou natuurlijk ook kunnen dat Faber echt in de veronderstelling verkeert dat ministers worden geacht de voordrachten voor koninklijke onderscheidingen langs een politieke meetlat te leggen en dat ze daarom met veel aplomb weigert om te tekenen voor een lintje voor vijf mensen die zich hebben ingezet voor asielzoekers en vluchtelingen.

Het zou kunnen dat ze niet in de gaten heeft dat dat een ongehoorde politisering is van een decoratiestelsel dat nou juist al zolang goed functioneert omdat onderscheidingen niet afhankelijk zijn van de politieke opvattingen van de ontvangers.

Het zou kunnen dat niemand haar heeft verteld dat ze de waarde van álle onderscheidingen ondermijnt als in het land de indruk ontstaat dat ze alleen worden uitgedeeld aan de mensen die er volgens de regering de juiste meningen op nahouden.

Wat overigens óók nog zou kunnen is dat PVV-leider Wilders het nou wel zat is met al die aandacht in politiek en media voor de internationele ontwikkelingen, de gezamenlijke Europese krachtsinspanningen om Oekraïne overeind te houden en zijn nogal aarzelende houding in dat debat. En dat hij daarom Faber, zijn favoriete breekijzer, de opdracht heeft gegeven om het gespreksthema zo snel mogelijk terug te brengen naar waar hij het wil hebben: bij de asielzoekers.

Het zou allemaal kunnen. En in alle gevallen is het een bewijs dat minister Faber niet geschikt is voor haar ambt. Want of het nou oprecht is of puur politiek effectbejag: wie voortdurend de eenheid van regeringsbeleid ondermijnt en zodoende zelfs welwillende oppositiepartijen consequent tegen zich in het harnas jaagt, krijgt uiteindelijk niets voor elkaar.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next