Een van de knapste technische staaltjes uit de Tweede Wereldoorlog, de pipeline under the ocean, leidt nu tot problemen in een Brabantse woonwijk. Onder de grond zit gelekte brandstof die de geallieerden destijds nodig hadden om Europa te heroveren op de Duitsers.
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
Aan de rand van een enorme, vers gegraven zandvlakte wijst Katie Dermout naar een plek die ooit paradijselijk was. ‘Mijn mooie notenboom, de prachtige vijver, alles is verwijderd’, zegt ze over haar voormalige, onder architectuur aangelegde achtertuin. Voor die tuin kocht ze een paar jaar geleden haar huis in het Brabantse Gerwen, bij Eindhoven. ‘Ik kon het niet opbrengen te gaan kijken toen alles met de grond gelijk werd gemaakt.’
Dat de geallieerden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog vanuit Normandië op konden rukken naar Duitsland, heeft tachtig jaar later een prijs: waar de achtertuinen waren van Dermout en haar buren komt een enorme kuil van 4,5 meter diep. ‘We krijgen straks nieuwbouwtuinen van de provincie.’
Ze hebben de pech dat een bovengrondse, dubbele oliepijpleiding, die de Britten eind 1944 inderhaast aanlegden om de oprukkende troepen te bevoorraden, door hun dorp en tuinen liep. Het precieze tracé van de pijpleiding, die begon in het Britse Dungeness en via Calais, Antwerpen en Eindhoven naar het Duitse Emmerich voerde, is alleen met oude foto’s en mondelinge overlevering te achterhalen; er is geen kaart van.
Door de leiding is naar schatting 700 miljoen liter kerosineachtige brandstof gestroomd. Een deel daarvan is in de bodem terechtgekomen. De pijp lekte waar de 4 meter lange buizen aan elkaar vastzaten. De net bevrijde bevolking maakte hiervan gebruik door de verbindingen nog iets losser te schroeven om schaarse benzine af te tappen. Bovendien zijn mogelijk vele liters in de grond verdwenen bij het slopen van de leiding tussen 1947 en 1949, toen er nog zo’n 340 duizend liter brandstof in de buizen zat.
Wat de oorzaak ook was: onder Gerwen ligt nu een grote bel benzine, op zijn plaats gehouden door ondoorlaatbare leemgrond. De olie drijft op het grondwater dat in de loop der jaren is gaan stijgen. Daar kwam Ad Donkers achter toen hij zes jaar geleden een waterput sloeg en zijn tuin ging beregenen. ‘We roken toen een verschrikkelijke benzinelucht. Iedereen in de straat kreeg acute hoofdpijn van de stank.’
Toen onderzoek vorig jaar uitwees dat de walnoten van Dermouts boom benzine bevatten, hakte de provincie, verantwoordelijk voor het verwijderen van ‘historische bodemverontreiniging’, de knoop door en begon de sanering. De komende vier maanden wonen Dermout en Donkers in een vakantiehuisje. ‘Allemaal pico bello geregeld’, zegt de man met wie alles begon.
Wat Donkers denkt als hij nu de ravage ziet? ‘Die kleine put van mij wordt straks wel een heel groot gat door de piepeliene.’ Dat was de naam die de bewoners destijds gaven aan de ‘pipeline’, de buizen die bovengronds dwars door het landschap kliefden. Steeds als de Duitsers zich verder terugtrokken, kwam er een stuk olieleiding bij, tot iets voorbij de Duitse grens.
Destijds gold het als een van de grootste technische hoogstandjes in de oorlog – Winston Churchill was er apetrots op. Dat zat hem vooral in het eerste deel van de pijplijn, van de Britse naar de Franse kust. Niemand had ervaring met het aanleggen van zulke lange olieleidingen door het water en al helemaal niet onder oorlogsomstandigheden.
Een oprukkend leger is kansloos zonder brandstof. Dat was het uitgangspunt toen de geallieerden in 1942 de D-Day-invasie begonnen te plannen. Brandstof aanvoeren met voor Duitse vliegtuigen en U-boten kwetsbare tankers was de eerste optie, de pipeline under the ocean, kortweg Pluto, zou de back-up zijn. Er kwamen twee tracés, ook met Disneynamen: ‘Bambi’ van het Isle of Wight naar Normandië en ‘Dumbo’ van Dungeness naar Calais. Bambi was door brekende buizen geen succes, de liefst zeventien leidingen van Dumbo des te meer.
De leidingen waren van staal: wel betrouwbaar, maar niet erg buigzaam. Om in één nacht – uit vrees voor de Luftwaffe – het Kanaal te overbruggen, waren 12 meter hoge, drijvende spoelen nodig. Achter een sleepboot werd zo’n reuzenklos stalen garen afgerold.
Als afleidingsmanoeuvre deden de Britten alsof ze bij Dover een haven voor olietankers aan het bouwen waren. Om Duitse spionnen te misleiden, kwam koning George VI persoonlijk de oude rioolpijpen en opslagtanks van houten platen inspecteren. Windmachines lieten stof opwaaien om activiteit te suggereren.
Ook de faciliteiten van de onverwacht succesvolle Pluto-pijplijn – op het hoogtepunt ging er 4 miljoen liter brandstof per dag doorheen – werden gecamoufleerd. De pompinstallaties gingen schuil onder wat er van de buitenkant uitzag als bungalows, garages en een ijssalon. Katie Dermout, die zich verdiepte in de herkomst van de olie die haar tuin deed verdwijnen, stuitte op een toevalligheid. ‘Naast die zogenaamde ijssalon had mijn opa korte tijd een hotel, het Grand Hotel Sandown op het Isle of Wight.’
Nu, vele jaren later, zit Dermout in de appgroep ‘Burengroep om af te stemmen over sanering’. De grond wordt afgegraven tot de ‘drijflaag’ van olie is bereikt. De tachtig jaar oude brandstof wordt verwijderd, waarna het zuiveren van het grondwater kan beginnen.
Pluto lekte niet alleen in Gerwen, ook in andere Brabantse plaatsen aan het voormalige tracé zijn olieresten gevonden. Maar pas bij gezondheidsklachten van omwonenden komt de provincie in actie. Klachten zoals Ad Donkers jaren geleden had, toen hij in plaats van grondwater olie op zijn tuin stond te sproeien.
Geen moment heeft Donkers sindsdien gedacht: had ik die waterput maar niet gegraven. ‘Ik ben juist blij dat ik dat heb gedaan’, zegt hij opgewekt. ‘Het is even vervelend voor ons allemaal, maar straks staan onze huizen en tuinen op gegarandeerd schone grond. Normaal, als je een huis koopt, moet je dat maar afwachten.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant