Home

‘Ik zag collega’s met een hand bij hun wapen en dacht: dit is de grens’

Politiemensen over die ene melding, wat er daarna gebeurde en hoe dat hun kijk op het vak heeft veranderd. Operationeel expert Paula Stok (40) moest zich terugtrekken tijdens een jaarwisseling. ‘Het leek wel oorlog.’

is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.

‘Het was een bizarre nacht. Tijdens de jaarwisseling van 2016 op 2017 was ik de opco, de operationeel coördinator, voor buiten. Ik stuurde alle collega’s aan vanuit het hoofdbureau in Middelburg. Om 10 uur ’s avonds instrueerde ik in onze briefingsruimte zo’n dertig man die allemaal de nacht ingingen.

‘Het was onrustig in het middengebied van Vlissingen, waar de brandweer met vuurwerk werd bekogeld. Mijn voorganger had er twee politie-eenheden naartoe gestuurd. Ik hoorde over de portofoon dat er ook vernielingen werden gepleegd, maar dat het beheersbaar was.

‘Tot 22.57 uur. Een zeer ervaren collega daar ter plaatse belde en zei: ‘Paula, het wordt echt vervelend hier. Er is zojuist een steen tegen onze auto gegooid.’ Meteen belde ik de officier van dienst: ‘Ik wil versterking in Vlissingen.’ Want veel van mijn mensen waren in Nieuw- en Sint Joosland woningen aan het ontruimen vanwege een gaslek – er was een vuurwerkbom in het riool gegooid.’

Het escaleerde snel

‘Daarna escaleerde het snel. De collega’s in Vlissingen deden veel meldingen dat ze werden bekogeld, dat er auto’s en ruiten werden vernield en vlak voor hun neus een bestelbus in brand was gestoken. Om 23.22 uur – die tijden zijn allemaal gelogd – belde ik weer de officier van dienst: ‘De ME moet nu komen!’ Ik trok mijn Opco Binnen van haar stoel en zei: ‘Kom, ik heb een chauffeur nodig.’

‘Op het Baskensburgplein verzamelden we die nacht in een dikke mist. Ik besprak het plan om kort na het afsteken van vuurwerk de wijk in te gaan om de collega’s te ontzetten, want als je dat daarvoor doet, is er een groot risico op letsel. Maar om 00.03 uur klonk de noodoproep: ‘We worden maximaal bekogeld door jongeren met stokken en knuppels.’ Ik riep: ‘Jongens, in de auto, nú naar die collega’s op de Bloemenlaan!’

‘Binnen een minuut waren we er. Zo’n vijftig relschoppers met hoody’s en gezichtsbedekkende kleding gooiden vuurwerk. Ik heb daar letterlijk collega’s vastgepakt en gezegd: ‘Jij gaat die straat in, jij gaat daarheen, jij doet dit, jij doet dat, zorg dat iedereen hier weggaat.’ Ik heb zelf ook jongeren aangesproken en verzocht om weg te gaan; vaak wordt het dan weer rustig.

Bakstenen en laserpennen

‘We hadden die groep weggeduwd van het kruispunt, maar ze kwamen van alle kanten terug. Vuurwerk werd over de huizen en vanuit brandgangen naar ons afgeschoten. Het kwam van boven en horizontaal recht op ons af. Ze gooiden met bakstenen en schenen met laserpennen in onze ogen. Het leek wel oorlog.

‘Er vloog van alles door de lucht en overal klonken knallen en fluitend vuurwerk in die dikke mist, die was vermengd met rook van vuurwerk. Daardoor zagen we bijna niks, maar zelf waren wij superzichtbaar met die reflectoren op onze kleding.

‘Ondertussen bleven de meldingen binnenkomen dat er auto’s in brand werden gestoken, we zagen autoruiten springen. De officier van dienst, die ook was gekomen, liep een eindje van me weg om te bellen. Ik zag twee jongens hem van achteren benaderen en riep: ‘Richard! Hier komen! Pas op, achter je!’ Prompt vloog een steen rakelings langs zijn hoofd.

‘We werden omsingeld. Ik zag bij collega’s angst in hun ogen en riep dat ze achter een harde dekking – een boom, muur of hun voertuig – moesten gaan staan. Plotseling kwam een grote vuurbal uit de lucht zo’n anderhalve meter naast me neer, die bleef branden. Ik dacht: ik moet dat vuur uittrappen, en op dat moment explodeerde dat ding. Ik voelde de luchtdrukverplaatsing.

‘Vervolgens zag ik jongeren met stenen en slaghout op ons afkomen en collega’s met hun hand bij hun wapen. Ik dacht: dit is echt de grens. Zij zien ons, wij zien hen niet. Ze komen van alle kanten, en alleen maar om ons iets aan te doen. We moeten hergroeperen. Als we nu niet weggaan, vallen er gewonden. Dus ik riep: ‘Iedereen in z’n auto! We rijden pas weg op het commando: nú.’

Nog twee bakstenen

‘Toen iedereen in z’n auto zat en ik ‘Nú!’ riep, reed iedereen tegelijk weg. Op dat moment vlogen nog twee bakstenen door de ruiten van politieauto’s, waarvan eentje bij een hondengeleider, vlak bij z’n hond.

‘We reden naar een plein waar intussen ME-versterking was gekomen. Ik riep: ‘Iedereen die op de Bloemenlaan was, kom even hier’, en vroeg of ze oké waren. Toen iedereen dat bevestigde, besprak ik met de sectiecommandant van de Mobiele Eenheid dat hij zou teruggaan met uitsluitend ME’ers. Daarna werd het rustig.

‘Die nacht laat zien dat terugtrekken soms de beste optie is. Dat wil je nooit, daar ben je niet voor getraind en opgeleid, het voelt als falen, als een nederlaag. Maar je instinct en je veiligheid zijn belangrijker dan trots en het verrichten van aanhoudingen. Onze aanwezigheid werkte als een rode lap op een stier. Dan moet je erkennen: soms is terugtrekken de beste beslissing. Voor iedereen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next