De in 2022 gemaakte afspraken tussen de overheid en het hoger onderwijs waren ‘naar letter en geest’ bedoeld voor de lange termijn. ‘Niemand heeft zich toen kunnen voorstellen dat ze binnen drie jaar weer in de prullenbak zouden liggen.’
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over onderwijs.
Dat zegt Robbert Dijkgraaf, minister van Onderwijs voor D66 in het vorige kabinet. De Eerste Kamer debatteert dinsdag in een uitzonderlijke derde termijn opnieuw over de onderwijsbegroting. De senatoren hebben veel vragen bij de juridische houdbaarheid van de bezuinigingen door het kabinet-Schoof. Ze hebben huidig minister Eppo Bruins (NSC) gedwongen de juridische adviezen van zijn ambtenaren ter inzage te geven.
Dijkgraaf sloot op 14 juli 2022 een zogenoemd bestuursakkoord met de koepels Universiteiten van Nederland en Vereniging Hogescholen. Voor een periode van tien jaar werd meer dan 10 miljard euro vrijgemaakt voor hoger onderwijs en wetenschap. Dijkgraaf zei indertijd ‘rust en ruimte’ na te streven voor studenten, docenten en onderzoekers.
‘Voordat het kabinet-Rutte IV aantrad, demonstreerden hoogleraren rond het Binnenhof en sprong de voorzitter van Universiteiten van Nederland in de Hofvijver’, zegt Dijkgraaf. ‘Die onrust wilde ik wegnemen. Het akkoord is ook vooraf met de Kamer besproken. De overheid deed toezeggingen over de financiën, de instellingen zetten hun onderlinge competitiegevoelens terzijde en deden toezeggingen over hun eigen rol.’
Bezuinigingsopgave
Het kabinet-Rutte IV viel al na anderhalf jaar. De huidige coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB spraken in het hoofdlijnenakkoord (mei 2024) en het regeerprogramma (juni 2024) af juist weer te gaan bezuinigen op onderwijs. De zogenoemde sectorplannen (taakverdelingen tussen universiteiten) worden doorgezet, maar een ‘bezuinigingsopgave’ leidt tot het stopzetten van startersbeurzen en aangekondigde vaste aanstellingen. Het kabinet-Schoof heeft daarmee het bestuursakkoord opgezegd.
In de Tweede Kamer werden na drie weken onderhandelen de bezuinigingen enigszins verzacht, maar niet ongedaan gemaakt: van de voorgenomen 2 miljard werd 748 miljoen euro teruggedraaid. Zo werd ook steun in de Eerste Kamer veiliggesteld, maar D66, GL-PvdA, SP, OPNL (platform van provinciale partijen), PvdD en Volt (28 zetels) stelden vorige week veel vragen bij de juridische rechtmatigheid van het opzeggen van het bestuursakkoord.
Daarbij voegden zich ook de christelijke partijen (11 zetels), die in de Tweede Kamer nog deel uitmaakten van het ‘monsterverbond’ met de coalitie. Zij stelden dat de betrouwbaarheid van de overheid in het geding is.
Serieus nemen
In een expertmeeting in de Eerste Kamer zei hoogleraar bestuursrecht Raymond Schlössels in februari mogelijkheden te zien om het opzeggen van het akkoord juridisch aan te vechten. ‘Ik ben geen jurist en de Kamer heeft begrotingsrecht’, zegt Dijkgraaf in reactie daarop. ‘Maar als iemand die ervoor heeft doorgeleerd zoiets zegt, zou ik dat serieus nemen.’
Huidig minister Eppo Bruins (NSC) zei vrijdag na de ministerraad desgevraagd: ‘Ik heb de sectorplannen behouden. Daarmee zijn vaste banen voor wetenschappers in het geding. Mijn ambtenaren zeiden: dat is het enig kwetsbare punt als het gaat om de juridische houdbaarheid. Dat geldt niet voor de nu geschrapte starters- en stimuleringsbeurzen. Die moesten nog worden toegekend, daar zaten nog geen wetenschappers op.’
De Eerste Kamer heeft vorige week om voorlichting gevraagd aan de Raad van State over de vraag wat de gevolgen zijn van het verwerpen van een begroting. Dit is voor het laatst gebeurd in 1907. Maar veel vaker dan voorheen gebruikelijk was, behandelt de Eerste Kamer de laatste jaren begrotingen plenair. Daarmee komt ook een mogelijke verwerping dichterbij.
Dit heeft ermee te maken dat de samenstelling van de Eerste Kamer sterk verschilt van die van de Tweede Kamer. In de senaat komt de regeringscoalitie nu acht zetels tekort voor een meerderheid. Ook de Tweede Kamer heeft een informatieverzoek gedaan over de gevolgen van het verwerpen van een begroting, maar dan aan de Algemene Rekenkamer.
Robbert Dijkgraaf is per 1 april benoemd tot universiteitshoogleraar Wetenschap en maatschappij in internationaal perspectief aan de UvA.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant