Syrië De Koerdische autoriteiten weigeren de nieuwe overgangsregering van president Ahmed al-Sharaa te erkennen. Ze vinden dat de regering te weinig etnische en religieuze diversiteit weerspiegelt. Minderheden als christenen, druzen en alawieten kregen geen sleutelposities.
De Koerdische autoriteiten in het noordwesten van Syrië hebben zondag bekendgemaakt de nieuwe Syrische overgangsregering onder leiding van president Ahmed al-Sharaa niet te erkennen. Dat melden internationale persbureaus. Al-Sharaa presenteerde zaterdag de overgangsregering, die het land de komende vijf jaar moet besturen. Hij benoemde 23 ministers en blijft zelf aan het hoofd staan van het kabinet.
De Koerdische leiders uiten kritiek op de samenstelling van de regering. Volgens hen vertegenwoordigt de regering niet de „diversiteit en pluraliteit” van de Syrische bevolking. Ze voelen zich daarom niet gebonden aan de besluiten van de nieuwe regering.
Koerden vormen de grootste etnische minderheid in Syrië. De regering telt weliswaar één Koerdische minister, maar die komt niet uit het door de Koerden bestuurde gebied in het noorden. Ook de andere minderheidsgroepen in het land — de christenen, druzen en alawieten, de religieuze minderheid waar voormalig dictator Bashar al-Assad toe behoorde — zijn elk met één minister vertegenwoordigd. Geen van deze ministers kreeg echter een invloedrijke portefeuille: de belangrijkste posten gingen naar vertrouwelingen van Al-Sharaa.
Source: NRC