Ik reken het ze beslist niet aan hoor, de makers van Chateau Promenade, maar ze hebben het gras voor mijn televisierecensent-voeten wel een beetje weggemaaid.
Het programma, zondagavond bij NTR, laat zich immers het best samenvatten als een grote recensie van het Nederlandse televisielandschap, een satire op al die uitgekauwde programma’s waarin BN’ers zich sympathiek mogen tonen aan het plebs door zich van Hilversum naar een willekeurig buitenland te verplaatsen om daar al tuinierend, varend, of in een pittoresk kapelletje knielend ‘flink de diepte in te kunnen’, ergo, te vertellen over de ellende die ze ook wel echt hebben meegemaakt.
In deze zesdelige reeks is Diederik Ebbinge een Felderhof-Niehe-Van Erven Dorens-achtige figuur, die voormalig Promenade-collega’s Eva Crutzen, Henry van Loon en Ton Kas ontvangt in een Frans chateau.
Heerlijk, zijn weeïge voice-over, de intonatie net ongemakkelijk – nogmaals, het gras voor m’n voeten is een beetje weggemaaid, want wanneer ik zinnen als ‘geloof je wel dat er íéts is?’ overneem zijn ze lang niet zo grappig als uit Ebbinges mond (gewoon maar gaan kijken dus, allez hop!).
Zes weken zullen Ebbinges gasten met hem doorbrengen – ‘Zes wéken?!’, ontdekt Crutzen ter plekke, in de vooronderstelling zes dagen blootgesteld te worden aan zijn weeïge pogingen tot een goed gesprek. Het is nog maar een van de eerste scheurtjes in de Franse idylle, het ‘fucken tussen fictie en werkelijkheid’ waar Ebbinge zo van houdt; deze openingsaflevering voelt aan als de begintrede van zijn escalatieladder, vooral wanneer tegen het eind het spel Cherche le Rat geïntroduceerd wordt.
Chateau Promenade is voor iedereen met een ambivalente houding tot televisie, die bij het zoveelste BN’er-babbelprogramma de duim naar de rode knop op de afstandsbediening beweegt maar het toch ook aan wilskracht ontbreekt om die daadwerkelijk in te drukken, want ja, wat is er anders te zien?
Kunnen we nog buiten de clichés van de karikatuur die televisie geworden is, en vooral, waarom probeert Hilversum dat niet vaker? Of is ook de kijker tanende, enkel in staat meer van hetzelfde te verteren?
Geheel in lijn met die laatste vraag keek ik naar Only Joling (RTL 4 en Videoland), het vervolg op Gerard Jolings reallifesoap van twintig jaar geleden. Met meer dan een miljoen kijkers de hit van de vrijdagavond, en in alles zó overdreven beantwoordend aan het reallife-genre dat het bijna werk van Ebbinge leek: de opgezette dieren in Jolings villa in Aalsmeer, waaronder ijsbeer, pauw en luipaard, het ‘lekker gewoon gebleven’ dat van de zanger uitgaat wanneer hij zijn geboorteplaats Schagen aandoet, als filantroop voortdurend bacardi-cola’s uitdelend aan de lokale bevolking, de obligate openhartigheid – want angsten zijn er ook.
Tegen zijn huishoudster: ‘Zal ik jou eens wat engs vertellen? Dat stuk hier waar wij wonen, dat is 300 meter links, 300 meter rechts, 300 vierkante meter dus. Daarop zijn al meer dan dertig mensen overleden aan kanker. Dat geeft je wel te denken.’
Toch sympathiek, die Joling, ik moet het hem nageven.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant