In Chateau Promenade gaat de bejubelde satirische show Promenade de grens over, naar ‘het land Frankrijk’. Daarom: een gesprek met makers Diederik Ebbinge, Simon Hendriksen en Melle Runderkamp over televisie, plus een korte geschiedenis van satirische meta-tv. Allons-y!
‘Welkom in het land Frankrijk!’ Als presentator Diederik Ebbinge (Diederik Ebbinge) ons begroet met die heerlijk onbenullige intonatie, weten we: Promenade is terug.
En toch doet het satirische programma dat net even anders dan u gewend bent. Ebbinge bevindt zich ditmaal in een Frans chateau, samen met vaste gasten Eva Crutzen (Eva Crutzen), Henry van Loon (Henry van Loon) en Ton Kas (Ton Kas). In dat chateau wil gastheer Ebbinge zijn gasten beter leren kennen door middel van ‘goede en soms best emotionele gesprekken’, en worden de vaste gasten flink op de proef gesteld met ‘loodzware beproevingen’.
Chateau Promenade is daarbij ‘een programma op het snijvlak van Casa di Beau en Villa Felderhof, met een knipoog naar Expeditie Robinson, Bed & Breakfast, Vandaag inside, Heel Holland bakt, Gort over de grens, Het familiediner en The Sopranos, en bovendien schatplichtig aan iconische programma’s als De verraders, Het verhaal van, Chansons!, Ik vertrek, De geknipte gast, Boerderij Van Dorst, Moordspel en Wie is de Mol?.’
Genoeg aanleiding dus om met het voltallige schrijversteam – dat naast Ebbinge bestaat uit Simon Hendriksen en Melle Runderkamp, ook bekend als de Betrouwbare Mannetjes van de Volkskrant – te spreken over het rijkgevulde vervolg.
Ebbinge: ‘Bij ons leefde in de jaren na de laatste serie het idee dat we een soort laatsten der Mohikanen zijn, die de kans krijgen om ongrijpbare, abstracte televisie te maken. En dat is een eiland dat je niet graag verlaat, ook omdat die mogelijkheid niet snel terugkomt.’
Hendriksen: ‘Na de laatste reeks vroegen we ons af wat we nog konden in ons kleine studiootje. Daarop ontstond het idee om de wereld in te trekken. Melle kwam toen snel met de titel. Daar hadden we meteen een goed beeld bij. En het idee daarachter was volgens mij ook aardig: in de eerdere seizoenen richtten we ons heel erg op het meningencircus en de talkshows, nu konden we veel breder kijken, naar het complete tv- en reality-aanbod.’
Ebbinge: ‘We refereerden natuurlijk snel aan programma’s als Chateau Meiland en Villa Felderhof, maar Frankrijk is zelf natuurlijk ook een heerlijk cliché.’
Hendriksen: ‘Het leek ons leuk dat Diederik maar een kwartier over de grens zit, maar alles toch heel Frans ervaart, terwijl hij in feite in een huis zit dat nog bijna in België staat.’
Ebbinge: ‘En het is ook best een ongezellig gebied in Noord-Frankrijk: er is niets te doen, er zijn alleen maar eindeloze bossen en weilanden met koeien, en grote begraafplaatsen waar dode soldaten liggen. Maar in hoe ik eruitzie en me gedraag, lijkt het alsof we aan de Côte d’Azur zitten. Die extreem gezellige voice-overs zijn heel fijn om dat extra aan te zetten.’
Hendriksen: ‘Ik probeer zo min mogelijk televisie te kijken. Ik denk dat Melle van ons drieën nog het meeste kijkt.’
Runderkamp: ‘Ik probeer altijd een balans te vinden tussen wat Diederik en Simon dénken te weten van het programma, en dat wat ik weet door het daadwerkelijk te hebben gezien. Dat moet het ongeveer zijn. Volgens mij is dat ook hoe het personage Diederik denkt: die denkt vaag te weten hoe iets werkt, en gaat dat dan nadoen. Door alle succesvolle formats samen te voegen, wordt hij in zijn hoofd vanzelf een kijkcijferkanon.’
Hendriksen: ‘Veel programma’s komen op hetzelfde neer: mensen die diepe gesprekken met elkaar moeten voeren. Kijk naar Holland sport, kijkers vonden die interviews vaak fantastisch. Maar dat kwam ook omdat Wilfried de Jong altijd wat ging doen met die mensen. Fietsen, of naar de kapper of zo.’
Runderkamp: ‘Samen in een roeiboot.’
Ebbinge: ‘Masseren!’
Hendriksen: ‘En dat zijn eigenlijk al die interviewprogramma’s met bekende mensen, of je nu een gevaarlijke weg oprijdt, of in een moestuin staat te ploegen. Dat de presentator dan ineens zegt: goh, wil jij eigenlijk kinderen?’
Runderkamp: ‘Ik denk dat jij ook veel had aan jouw eigen ervaringen, Diederik.’
Ebbinge: ‘Ik heb zelf meegedaan aan Isola di Beau van Beau van Erven Dorens. Tijdens die opnames wisten we al dat we Chateau Promenade gingen maken, dus ik keek mijn ogen uit. Het gezelligste is natuurlijk het moment waarop de camera’s uitgaan en je met de crew gin-tonics gaat drinken. Maar de volgende ochtend staat Beau weer in je kamer om te vragen wanneer je moeder is overleden.’
Runderkamp: ‘We hebben een lijst gemaakt van al deze programma’s, en zijn gewoon gaan kijken: wat is leuk en hoe kunnen we dat gebruiken?’
Hendriksen: ‘In de eerste afleveringen wilden we niet te scheutig zijn met verwijzingen naar tv-programma’s. Je moet je eigen programma eerst goed neerzetten, voordat je uit de bocht kunt vliegen. In de tweede aflevering gaat het los, maar dan kom je er als maker ook snel achter dat het ook strontvervelend wordt als je naar te veel programma’s gaat verwijzen.’
Ebbinge: ‘Daarom wilden we van de vijfde aflevering een soort koortsdroom maken, met al die programma’s achter elkaar, waarmee we ook de formule van al die andere programma’s willen doorprikken. Als al die BN’ers in allerlei uitzendingen zitten en keihard om elkaar gaan lachen, gaan mensen thuis kennelijk vanzelf denken dat het inderdaad leuk of grappig is wat ze doen in zo’n studio.’
Hendriksen: ‘Als we zelf schrijven, beginnen de ideeën vaak met veel seks. Maar dat is helemaal niet leuk. We hebben daarom toch geprobeerd om er een dramatisch lijntje in te verwerken. Met alleen maar dingen nadoen zonder functie voor het verhaal, werkt het niet. Daarom wilden we de Franse charme vooral laten zien door de bril van volgevreten, platte Nederlandse toeristen, die de hele dag alleen maar vlees zitten te eten.’
Ebbinge: ‘Die totaal lege Hollandse decadentie in het buitenland als een soort einde van een tijdperk.’
Hendriksen: ‘En uiteindelijk houd je dan alleen nog maar heel veel gelach en schunnigheden over. Alle schoonheid wordt er uitgesloopt.’
Ebbinge: ‘Mijn personage is geobsedeerd door kijkcijfers en succes: voor hem is het écht belangrijk dat er miljoenen mensen kijken. Maar ik denk dat we nu ook écht richting de drie miljoen gaan!’
Runderkamp: ‘Ik denk dat de dommigheid en ijdelheid ook gewoon heel leuk zijn, en dat het niet alleen grappig is als je precies weet welke programma’s er precies in voorkomen.’
Ebbinge: ‘Bij de gewone Promenade merkten we dat mensen die het programma niet snapten, het echt gingen haten. Die lazen goede recensies, en zagen dat er een fanschare ontstond. Een vriendin van mij vond het bijvoorbeeld fantastisch, maar een vriendin van haar snapte er niets van. Toen zei zij tegen mij: ‘Ik wil haar eigenlijk niet meer als vriendin.’ Die vond het bijna essentieel, een beetje als wel of niet vaccineren. Mensen die het niet vatten, haten het. Dat vind ik een lekker mechanisme. Maar ik vind Promenade meer dan alleen satire. Het absurdisme is minstens zo belangrijk.’
Hendriksen: ‘In de gewone Promenade wilden we de gekheid van talkshows op de hak nemen. Ondertussen ging Renze Klamer zijn talkshow ineens eindigen met door hem gezongen liedjes. Al die talkshows werden steeds krankzinniger. Hoe kun je daar nog satire over maken?’
Runderkamp: ‘Je kunt het niet raarder maken dan het al is.’
Ebbinge: ‘En toch hebben we ook weer zin om terug die studio in te gaan. Maar ik weet dan niet of het echt een parodie wordt op talkshows, of dat we meer op de actualiteit gaan zitten.’
Hendriksen: ‘Maar wel gezellig. Als het maar gezellig is.’
Ebbinge: ‘Het is natuurlijk ook een raar fenomeen dat ik door het presenteren van Promenade zelf presentator ben geworden. Ik maakte eerst de parodie die ik daarna ben geworden, of zoiets.’
Hendriksen: ‘Meestal is het andersom.’
Ebbinge: ‘Het is een heel andere rol, maar ik vind dat ook weer leuk. Ik weet niet of het elkaar bijt.’ Kijkt naar Hendriksen: ‘Bijt het elkaar?’
Hendriksen: ‘Ik weet het niet, ik kijk niet echt naar je programma’s.’
Ebbinge: ‘In Chateau Promenade speel ik natuurlijk een rol, maar ik vind het heel grappig dat we onze eigen namen gebruiken, om een beetje te fucken met fictie en werkelijkheid.’
Runderkamp: ‘Wat ik ook merk als we nieuwe mensen aan dit project werken, is dat het soms moeilijk is om op één lijn te komen qua toon. Het zijn vaak kleine dingetjes, waarbij je niet eens echt kan uitleggen waarom iets leuk is. Het blijft daarom een continue balanceeract: als je het nét niet goed doet, of een komma verkeerd zet, kan het zo in elkaar storten.’
Ebbinge: ‘Het is een dunne lijn. Maar ik vind het bijvoorbeeld heel leuk dat als we het hebben over ‘het land Frankrijk’, er toch een paar mensen moeten lachen. Op die millimeter zitten we die scripts te schrijven. En als wij er lol in hebben, zijn er altijd wel 300 duizend mensen te vinden die het ook leuk vinden.’
Hendriksen: ‘Meer richting de 200 duizend.’
Ebbinge: ‘Ik zou ook best teleurgesteld zijn als Angela de Jong het nu opeens heel leuk vindt. Ze heeft in een bijzin een keer gesproken over ‘dat verschrikkelijke Promenade’, en sindsdien fakkelt ze alles af wat ik doe. Ik ben daar nu aan gehecht geraakt.’
Runderkamp: ‘Er schuilt ook wel een Angela de Jong in jouw personage. Dat televisie het allerbelangrijkste ooit is. Voor mij is het toch veel meer haat-liefde. Ik houd best van tv, maar vind het ook een afschuwelijk medium.’
Hendriksen: ‘Ik wil niet te hoogdravend zijn, maar misschien willen we met dit programma laten zien dat je op tv echt iets leukers of anders kunt maken dan het huidige aanbod, dat alsmaar meer van hetzelfde is. Dat was ook een achterliggende wens bij het maken van Promenade, dat het heus niet altijd in een format hoeft te zitten dat je gewend bent.’
Runderkamp: ‘Bij streamingdiensten houden ze nauwkeurig bij wanneer mensen afhaken, met grafiekjes en al. Daar word je helemaal gestoord van. Dit is puur intuïtief: wij vinden iets grappig of leuk, en daarom doen we het.’
Ebbinge: ‘En wat we ook bewezen hebben, is dat je ook met een programma waar natuurlijk maar 300 duizend mensen...’
Hendriksen: ‘200 duizend’.
Ebbinge: ‘... naar kijken, toch spraakmakend kan zijn. Het heeft juist iets prettigs om een programma te maken waar iedereen het over heeft, terwijl er helemaal niet zo veel mensen kijken. Ik bedoel: het zou ook ingewikkeld worden als er opeens daadwerkelijk een miljoen mensen zouden kijken. Dan snap ik het zelf ook niet meer.’
De makers van De Fred Haché show waren Wim T. Schippers, Wim van der Linden en Gied Jaspars, die vier jaar eerder het anarchistische jongerenmagazine Hoepla hadden bedacht. Daar kon in de zogenaamd seksueel bevrijde jaren zeventig wel een schepje bovenop, moeten de heren hebben gedacht en dus kwamen ze met een quasi variétéshow, gepresenteerd door Fred Haché (Harry Touw) en assistent Barend Servet (IJf Blokker). Tussen de sketches en absurdistische elementen door kregen de shows onder de Nederlandse jeugd van toen een must see-status door de naakte showdansnummers van de Helen le Clercq Dancers. Het programma was een rechtstreekse aanval op de Nederlandse burgerlijkheid, zoals de makers die in het verzuilde Nederland zagen. Concrete doelen: Kamervragen en opgewonden Telegraaf-commentaren genereren. Missie geslaagd.
De show, ditmaal opgebouwd rond de figuur van Barend Servet, kende niet meer dan vier afleveringen en een kerstspecial, maar slaagde er toch (en wederom) in om televisiegeschiedenis te schrijven. In een land met twee televisienetten keken vijf miljoen mensen naar een sketch waarin Barend Servet op bezoek gaat bij een sterk op koningin Juliana lijkende vrouw, die spruitjes aan het schillen is op Soestdijk, terwijl ze aan de sherry is. De Telegraaf hapte en schreef een commentaar op de voorpagina. Er was hier sprake van ‘domheid, platvloersheid of doelbewuste ondermijning van alle normen die in een beschaafd land gelden.’ En daar had De Telegraaf natuurlijk volkomen gelijk in.
Sjef van Oekel (Dolf Brouwers) presenteerde dit muziekprogramma dat duidelijk het populaire Avro’s Toppop op de hak nam. Internationale topartiesten, zoals Donna Summer, kwamen zonder enig idee hun hits playbacken en bevonden zich opeens in een anarchistische setting, waarin boekhouder Ir. Evert van der Pik (Jaap Bar) midden op de set zat en er regelmatig telefoons klonken (‘Mevrouw, er is geloof ik telefoon voor u.’) of archiefkasten omlazerden, het liefst dwars door de nummers heen. Als de muziek tenminste niet opeens ophield omdat Van Oekel over een koord struikelde. Ook hier maatschappelijke onrust vanwege de kerstavond-uitzending van 1974, die eindigde met een scene waarin een dronken Van Oekel kotst in de fietstas van Van der Pik. Het ‘Ik word niet goed’ van Van Oekel moet een van de meest aangehaalde televisiequotes uit de jaren zeventig zijn geweest. Het programma kreeg met Plattenküche een langlopende Duitse versie (1976-1980).
Jaren voor Goede Tijden Slechte Tijden uit maakten Wim T. Schippers & co een soap over nachtclub Waldolala, waarin Dolf Brouwers eigenaar Waldo van Dungen speelt die trouwt met rijke weduwe Gé Braadslee (Mimi Kok). Brouwers was van alles en nog wat, maar kon in ieder geval geen teksten uit zijn hoofd leren. Het vaag voorbij de camera turen om de vele tekstborden te lezen werd een stijlkenmerk van de serie. Als drama had Waldolala een duidelijke punkmentaliteit. Het ging hier niet over het acteerambacht, maar om het opblazen van de spelregels van televisiestad Hilversum. De titelsong leverde meidengroep Luv de eerste hit op. Speciale aandacht voor de namen van de personages, die allemaal waren vernoemd naar Hollandse chocolademerken, Boy Bensdorp (Rob van Houten) voorop. Een van de vele verwijzingen in het Schippers-oeuvre naar Bussum, de plaats waar Wim T. Schippers opgroeide en Bensdorp Cacao (maker van de Bros-reep) een chocoladefabriek had.
In de bekroonde (Gouden Kalf én Nipkov-schijf) serie 30 minuten van Arjan Ederveen en Pieter Kramer was de aflevering Scenes Behind The Scenes een treffende parodie op het door Ivo Niehe geperfectioneerde genre waarin een bezoek wordt gebracht aan het huis van een bekende Nederlander. In dit geval de villa van ondernemer, volkszanger en schnabbelaar Ron Selling (Ederveen) en zijn ‘Maris’, twee perfecte leeghoofden. De aflevering loopt ook vooruit op het tijdperk van de realitytelevisie, dat in 1995 op het punt van losbreken staat. Het stel leeft voor ‘de bladen’. Ron en Maris kijken tevreden rond in hun tuin, aangekleed met Griekse ornamenten uit het tuincentrum. Want: ‘Griekenland is de bakermat van onze beschaving.’
Opmerkelijk televisie-experiment bij SBS, dat door lage kijkcijfers beperkt bleef tot één seizoen. Misschien ook omdat niemand, inclusief makers en gasten, er helemaal grip op kreeg. Personages Martin Morero (Peter Paul Muller) en tante Cor (Beppie Melissen) worden hier vanuit de successerie Gooische vrouwen naar de echte wereld gebracht voor hun intieme talkshow Villa Morero, waar ze ondertussen échte gasten ontvangen, die duidelijk af en toe de weg compleet kwijt zijn in dit Gooische spiegelpaleis. Wat is echt, wat is fake, wat doet het er ook allemaal toe?
In verschillende gedaanten (ook als Zomerpromenade, Oudejaarspromenade en Gewoon Promenade) vestigden Diederik Ebbinge en zijn vaste gasten Eva Crutzen, Henry van Loon en Ton Kas met Promenade de naam van een van de beste satirische televisieshows van deze tijd. Het was nooit een enorme kijkcijferhit (een telkens terugkerend thema in de show zelf), maar de hardcorefans konden er niet over ophouden. De voortdurende onzekerheid en bijna-paniek van Ebbinge, Crutzen die alvast een aanloop neemt naar haar populaire personage uit de serie Bodem, Henry van Loon als saboteur-de-luxe en Ton Kas in al zijn ongrijpbare Tonkasserigheid. Wat zou er gebeuren als je ze zes weken opsluit op een Noord-Frans chateau?
Op zoek naar meer bingemateriaal? Op volkskrant.nl/series vindt u onze recensies van de beste én de slechtste series op alle streamingsdiensten. U kunt zoeken op aantal sterren, aanbieder en genre.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant