Home

Opinie: Luister eens echt naar kinderen, dan vallen ze misschien ook minder vaak buiten de boot

Er moet beter naar kinderen in nood worden geluisterd, concludeerde de Tweede Kamer onlangs naar aanleiding van ‘Vlaardingen’. Maar dat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan.

De Tweede Kamer debatteerde onlangs over het 10-jarige mishandelde pleegmeisje uit Vlaardingen. Een van de uitkomsten van dit debat was: ‘In de toekomst moeten we beter luisteren naar kinderen.’ Het meisje had bij hulpverleners van de pleeg- en jeugdzorg herhaaldelijk de mishandeling door de pleegouders aangegeven. Daar werd nauwelijks geloof aan gehecht en in ieder geval geen actie op ondernomen. Met ernstige gevolgen.

Maar waarom werd en wordt er zo slecht geluisterd naar kinderen in nood? En waar halen we de hoop vandaan dat het in de toekomst beter zal gaan, en dat er meer actie ondernomen wordt om de veiligheid van een kind te garanderen? Na vele jaren praktijkervaring in de jeugdhulpverlening, ben ik tot de conclusie gekomen dat ook in de toekomst niet beter naar kinderen zal worden geluisterd. Tenminste, niet zolang we onze houding en visie niet drastisch veranderen.

Nog steeds gaan we er vanuit dat een kind, hoe jong ook, niet volledig in staat is om een eigen waarheid te vertellen over wat haar is overkomen. Op de werkvloer hoorde ik geregeld: ‘Er zal wel op het kind ingepraat zijn wat het aan de hulpverlener moet vertellen.’ Men kon zich eenvoudigweg niet voorstellen dat een kind uit zichzelf zou kunnen zeggen dat het bijvoorbeeld niet meer naar een van de ouders wil gaan na een scheiding.

Over de auteur

Paulien Kuipers is gz-psycholoog en auteur van Eerste hulp bij hechting.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Hulpverlener

Een van de oorzaken ligt in het contact tussen de hulpverlener en de (pleeg)ouders. Die laatsten zijn in staat om de hulpverlener om de tuin te leiden. Ze kunnen dan overkomen als lieve goedwillende mensen, of ze geven overtuigend aan dat het kind het nooit zo nauw met de waarheid heeft genomen. Zo komt de hulpverlener ongemerkt op de stoel van ‘de waarheidszoeker’ terecht. En kan hij of zij tot de conclusie komen dat wat het kind vertelt misschien met een korreltje zout moet worden genomen.

Er is nog een oorzaak. Vooringenomenheid kan een rol spelen. De wetenschap, en met name de psychiatrie, heeft het blikveld in de jeugdzorg sterk gericht op het stellen van een ‘diagnose’. De hulpverlener(s) kijken met lijstjes van allerlei stoornissen in de hand naar een kind. Gerichte onderzoeksvragen bepalen zo de manier van kijken en luisteren naar het kind.

Vragen als: zien we hier een kind dat mogelijk te veel fantaseert? Heeft het autisme en begrijpt het de realiteit niet? Zien we een oppositioneel opstandig kind? Een kind met een laag IQ? Deze onderzoeksvragen belemmeren een open luisterhouding.

Weinig veiligheid en liefde

Soms kan men concluderen dat er daadwerkelijk kenmerken van een stoornis aanwezig zijn. Kinderen die in de jeugdzorg terechtkomen, zijn doorgaans immers niet de gemakkelijkste. Ze hebben weinig veiligheid ervaren of weinig voorspelbaar liefdevol gedrag van hun opvoeders.

Wat dat vraagt van een kind is onvoorstelbaar. Elke dag opnieuw puzzelen hoe de stemming van moeder is. Elk moment weer kijken of papa gedronken heeft. Of er iemand thuis is. Of er eten is. Een dag zonder veiligheid is een dag niet gespeeld, is een dag niet gegroeid, is een dag niet ontwikkeld.

Deze kinderen hebben een ontwikkelingsachterstand op vrijwel elk gebied. Maar wanneer we vooral kijken naar het individuele kind, is de kans groot dat we een groot deel van het verhaal missen, namelijk de context waarin de problemen zijn ontstaan.

Is echter een diagnose eenmaal gesteld, dan wordt er voor een behandeling gekozen en minder snel voor het ondernemen van een actie ten behoeve van de bescherming van het kind. Helaas betreft het lange behandeltrajecten en de hoop op verbetering blijkt vaak een illusie.

Uithuisplaatsing

Gelukkig wordt er ook wél geluisterd naar kinderen. Maar wat dan? Een uithuisplaatsing heeft veel voeten in aarde en pakt niet onverdeeld positief uit voor het welzijn van een kind. Bovendien is er in de jeugdzorg nauwelijks nog plek om een kind te plaatsen. Verder is het zo dat degene die het verhaal van het kind hoort, niet dezelfde persoon is als degene die uiteindelijk de beslissingen neemt.

Ooit maakte ik mee dat een meisje in de thuissituatie ernstig seksueel was misbruikt. Ze kon er, zij het hortend en stotend, over vertellen. In de verhoorkamer van de politie was echter onvoldoende bewijs gevonden om de dader te straffen. Zijn praktijken gaan tot op de dag van vandaag waarschijnlijk nog steeds door. Het meisje is in haar tienerjaren ontspoord, mede door haar grote wantrouwen tegenover de maatschappij.

Kinderrechter

Behalve de politie heeft ook de kinderrechter een belangrijke rol. Na een vechtscheiding kan een kind oprecht aan een hulpverlener vertellen dat het vreselijk is bij een van de ouders, als dat er contact is via een omgangsregeling. Wordt het kind optimaal geloofd door de hulpverlener dan kan een kinderrechter, die meestal niet zelf met een kind spreekt, toch besluiten omgang door te laten gaan, vanuit het wettelijke standpunt dat het kind recht heeft op omgang met beide ouders. Dit is het moeilijke aan de positie van de kinderrechter, maar het is ook moeilijk voor het kind. Die wordt op deze manier niet serieus genomen en de hulpverlener evenmin.

Gemakkelijk gezegd dus, in de Tweede Kamer, dat er beter naar kinderen geluisterd moet worden. De praktijk blijkt weerbarstiger. Het onvoldoende serieus nemen van kinderen past in een maatschappelijke trend om belangen van kinderen sowieso nauwelijks mee te laten tellen. Bijvoorbeeld bij politieke besluiten. Gebeurde dat wel dan zouden we, met het kind voor ogen, beter en meer investeren in allerlei zaken, zoals huisvesting, ouderschapsverlof, kinderopvang, inrichting van scholen en buurten.

Met onze ogen op kinderen gericht zorgen we beter voor hen. Dan creëren we een solide sociaal vangnet en vallen er minder kinderen buiten de boot.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next