Zonder opleiding maar met een hoofd vol ideeën wist Paul Gallis het als autodidact te schoppen tot de top van de theaterwereld. Door vormen uit te vergroten, maar ook altijd oog te houden voor details.
Paul Gallis en zijn vriend Paul Vermeulen Windsant hadden een dierenwinkel in de Amsterdamse Jordaan. Gallis deed de boekhouding, Vermeulen Windsant stond in de winkel. Die laatste ging naar de theaterschool en richtte met vier andere afgestudeerde theatermakers, waaronder Gerardjan Rijnders, in 1975 de groep Fact op. Toen ze eenmaal voorstellingen gingen maken, moest ook een decorontwerper worden gezocht. Dat werd Gallis – zonder opleiding, maar met een hoofd vol ideeën en uiteenlopende fantasieën.
Gallis groeide uit tot een van de belangrijkste theatervormgevers van Nederland, en kreeg ook internationaal aanzien. Hij ontwierp meer dan driehonderd decors, die beeldbepalend waren voor de betreffende voorstellingen. Daarnaast ontwierp hij vaak de kostuums. Gallis werkte niet alleen voor theatergroepen, maar ook voor diverse opera- en dansgezelschappen en voor musicalproducenten. Voor Joop van den Ende maakte hij onder meer de decors voor Evita, Elizabeth en West Side Story, en hij ging ook mee naar New York toen Van den Ende daar de musical Cyrano produceerde.
De Volkskrant profileert regelmatig bekende en onbekende, kleurrijke Nederlanders die onlangs zijn overleden. Wilt u iemand aanmelden? postuum@volkskrant.nl
Gallis (81) is op 19 februari overleden in zijn woonplaats Villadeati in de Italiaans regio Piemonte. Hij woonde daar al vele jaren met zijn partner, acteur Adriaan Olree.
Gerardjan Rijnders heeft misschien wel het meest met hem gewerkt, na Fact ook bij Zuidelijk Toneel Globe en daarna bij Toneelgroep Amsterdam (nu ITA). Rijnders: ‘Toen ik Drie zusters van Tsjechov ging doen, opperde Paul ineens de voorstelling te laten spelen op een draaischijf. Een draaischijf, dacht ik, waarom een draaischijf? Maar het bleek te werken. Voor Richard III ontwierp hij een schuin oplopende vloer en daarnaast loopgraven, wat de inhoud van het stuk perfect samenvatte.’
Een van Gallis bekendste ontwerpen was voor Het jachtgezelschap, een toneelstuk van de Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard dat in 1991 werd gespeeld door Toneelgroep Amsterdam. Hij ontwierp daarvoor een Oostenrijks bos en een wand met hertengeweien. Rijnders: ‘Paul had in een of andere glossy foto’s gezien van het huis van Sylvester Stallone, dat hing vol met hertengeweien. Hij vond dat wel een goed idee voor deze voorstelling. Zo ging dat dus.’
Beschouwend, bescheiden en vooral een man met veel humor en relativeringsvermogen, zo herinnert Rijnders zich de vormgever. Dat beaamt ook Marjolein Ettema, zelf eveneens ontwerper en scenograaf. Zij werkte bij Toneelgroep Amsterdam een aantal jaren samen met Gallis.
Ettema: ‘Ik ben lange tijd zijn assistent geweest, hij was mijn leermeester. Je kunt zijn ontwerpen niet in één bepaalde stijl samenvatten – hij hield van verandering. Wat hem kenmerkte, waren de uitvergrote vormen, de heldere en strakke lijn met oog voor detail. Voor mij is hij echt een kunstenaar.’
Die variatie in stijlen laat zich bijvoorbeeld zien in het volkomen abstracte decor van Bacchanten bij Het Nationale Ballet, waarvoor Gallis het enorme podium van Het Muziektheater gebruikte. Daartegenover stond een voorstelling als De nacht, de moeder van de dag van Lars Norén, waarin het bijna volledige interieur van een vervallen hotel te zien was.
Gallis was Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en won in 1991 de Proscenium Award en in 2009 de Musical Award voor Anatevka. Ettema: ‘Paul was altijd op zoek naar uitdagingen, ook op technisch vlak, en probeerde altijd iets verrassends te doen. Hij legde de lat hoog en had lef, het decor moest de voorstelling optillen. Met zijn mensenkennis en humor kreeg hij, ook als het soms moeilijk was, uiteindelijk iedereen mee.’
Gallis maakte van al zijn decors maquettes, een groot deel daarvan behoort tot de collectie van het Theater Instituut. Zo is er toch nog iets van zijn baanbrekende werk overgebleven.
Source: Volkskrant