De boekenredactie publiceert wekelijks een nog niet verschenen gedicht van een Nederlandse dichter. Deze week: Kees ’t Hart.
Ik liep vandaag je schilderijen in
Als kind met woorden van de dag
Ik zag de dingen bij hun naam
De daken de randen van de wereld
Je huizen ontdaan van huizen
Je stem als van een levenslied
De deur de ingang en het binnen
De stille glimlach van je mond
Er was geen wind geen oorzaak
En gevolg de daken stil als bron
Het hek het raam de drempel daar
Je verwondering van huis en deur
De lijn het vierkant de rechthoek
Je oog en ogenblik je kleur
Op de achterkant de letters van je naam
Geschilderd in de woorden van je naam
Kees ’t Hart (1944) is schrijver, criticus en dichter. Zijn meest recente roman verscheen in februari: De rode olifant.
Toen je me een gele bloem gaf
geboren als een juichende zin in een stomme film
vergat ik dat ze van jou is
en geen geschenk voor het kille verblijf op mijn vensterbank
plastic als een goedkope keuken
Het Chinese meisje verkocht je met tegenzin
Haar taal ongeschikt voor jouw platte cactusoren
die je steeds blijft baren
In die verdoemde straat geen spoor
van vroegere oude kunst, Japans lakwerk, kompaskaarten, zinloze munten
maar epigonen van mannelijke schilders die zich net als jij
vermeerderen zonder dat ik jouw beweging begrijp
omdat je roerloos bent, al voel ik dagenlang mijn handpalmen
prikken zonder je aan te raken
De wereld is een mes, zal ik haar dat zeggen?
Je areolen als sterren geven oranjerood af
dezelfde kleur als het gesteente van Abiquiú met de verweesde
schedels van Georgia O’Keeffe die luchtgeesten ving
en een diepe wind door sommige dingen zag gaan
zoals een mes met jaden heft, het groene goud
zoals jouw stijve handen
kubist van de ronde vormen
Gij zijt goden, zeg je
Maar een gele bloem kreeg ik niet meer
Sasja Janssen (1968) is veelbekroond dichter. Deze maand lezen we in de Volkskrant Leesclub haar recente bundel Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant