Home

Historicus Chris van der Heijden schreef toch nog dat boek over zijn foute ouders: ‘Ik vergoelijk niks’

Sinds historicus Chris van der Heijden doorbrak met zijn boek Grijs verleden, is de oorlog zijn thema. Dat hij het SS-verleden van zijn vader daarin verzweeg, kwam hem op scherpe kritiek te staan. Nu besluit hij dat pijnlijke verhaal alsnog te vertellen.

is journalist en programmamaker. Hij schrijft interviews voor de Volkskrant.

Bijna vijfentwintig jaar geleden publiceerde journalist en historicus Chris van der Heijden Grijs verleden. Een boek waarin Van der Heijden betoogde dat Nederland in de Tweede Wereldoorlog niet simpelweg kon worden gevat in termen van ‘goed’ en ‘fout’: voor de meeste Nederlanders gold eerder dat ze zich in een diffuus middengebied tussen goed en fout hadden bewogen.

De openingszinnen van het boek zetten direct de toon: ‘Eerst was er de oorlog, daarna het verhaal van die oorlog. De oorlog was erg, maar het verhaal maakte de oorlog nog erger.’

Grijs verleden sloeg in als een bom. De gedachte dat de geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog niet zwart-wit was maar eerder grijs, strookte totaal niet met het zelfbeeld van veel Nederlanders. Critici verweten Van der Heijden ‘vergrijzing’; daders en slachtoffers zouden op deze manier genivelleerd worden. Het boek bepaalde in 2001 maandenlang het publieke debat en werd een echte bestseller.

Apologie voor zijn vader

Dat Van der Heijden in zijn boek niet noemde dat zijn vader bij de SS zat, werd hem nagedragen. Critici zagen in zijn boek een apologie voor zijn vader – het schijversechtpaar Leon de Winter en Jessica Durlacher zegde hierom zo’n beetje publiekelijk in Vrij Nederland de vriendschap met hem op.

‘Er zijn meer dan vijftien drukken van Grijs verleden verschenen’, zegt Van der Heijden (70) aan zijn keukentafel in Kortenhoef. ‘Ik word nog steeds uitgenodigd om er lezingen over te geven.’ Sindsdien is de oorlog zijn thema. ‘Wat ik niet altijd leuk vind, want je wordt op een gegeven moment toch een soort Swiebertje van de Tweede Wereldoorlog.’

Zoon van foute ouders

Nu is er een nieuw boek, Over de rand laait vuur, waarin hij de levens van zijn ouders probeert te reconstrueren. Het leven van zijn vader Henk – die zich aansloot bij de Waffen-SS, aan het oostfront vocht en later commandant van de Landwacht werd – en van zijn moeder Miep, die aanhanger werd van de NSB.

Hij is jaren met het boek bezig geweest. ‘Ik kom natuurlijk uit een gezin waarin die oorlog voortdurend een rol speelde. Ik was aanvankelijk helemaal niet geïnteresseerd in de uitersten van de oorlog, vond verzet en collaboratie eigenlijk geen interessante onderwerpen. Totdat na het verschijnen van Grijs verleden een debat begon over de vraag of ik als zoon van foute ouders wel over dat onderwerp mocht schrijven. Toen begon ik me af te vragen: hoe zat het eigenlijk met die ouders van mij? Hebben ze bloed aan hun handen gehad? Van mijn vader wist ik dat hij zo fout als een deur was geweest. Over mijn moeder twijfelde ik. Vanaf dat moment ben ik gesprekken met mijn vader gaan voeren. Vervolgens heb ik mijn vader gevraagd om een autobiografie te schrijven. Dat was de aanzet tot dit boek.’

Het laat zich lezen als een soort zoektocht naar uw ouders.

‘Ik ben er vrij nuchter ingestapt. Elke uitkomst zou ik hebben opgeschreven. Ik zou niets hebben verzwegen, ook als het me geschokt zou hebben. Als ik ontdekt had dat mijn vader Joden had geëxecuteerd, was ik dat zeker niet uit de weg gegaan. Het ging me enkel en alleen om de waarheid.’

Die zoektocht had nooit kunnen slagen zonder die geheimzinnige lichtgroene kist die jaren bij zijn moeder op zolder had gestaan. Niemand van zijn broers en zussen wilde hem na haar dood hebben. In 2004 wierp hij er een blik in. Hij ontdekte dagboeken van zijn moeder en de liefdesbrieven die zijn ouders aan elkaar schreven tijdens en na de oorlog. Daarmee was hij op een ongekende schat gestuit. ‘Al overzag ik het hele panorama toen nog niet.’

Hij ging er nog niet mee aan de slag. Er kwamen andere dingen tussendoor: andere boeken, een promotie, een echtscheiding. En ‘een zeer agressieve familie’, die liever niet heeft dat hij erover publiceert. ‘Ik ben denk ik de enige van de zes kinderen die van onze vader gehouden heeft.’

U schrijft: Ik hield van mijn vader, ondanks alles. (...) Dit verhaal is (...) een poging die liefde te verklaren.

Hij knikt. ‘Kort nadat mijn oudste zusje in 1945 werd geboren, belandde mijn vader in gevangenschap. Toen drie jaar later mijn tweede zusje werd geboren, zat hij nog altijd vast. Ik ben in 1954 geboren, toen mijn vader net een jaar vrij was. Mijn vader was niet erg geschikt voor een gezin. De meisjes waren helemaal niet met hem vertrouwd toen hij terugkwam. Maar mij heeft hij vanaf mijn geboorte meegemaakt. Voor mij was hij een man die ik bewonderde, met wie ik hout ging hakken. Op mijn 8ste verliet hij het gezin weer. Dus de broers na mij hebben hem ook amper gekend.’

Grijs verleden zette destijds de familieverhoudingen al op scherp. Dit boek zal opnieuw olie op het vuur gooien, beseft hij. Hij heeft net een brief van de advocaat van een van zijn broers gezien, die publicatie wil voorkomen. ‘De materie ligt nog steeds erg gevoelig.’

Om uw vaders fascisme te verklaren, verwijst u naar zijn katholicisme. Hoe zit dat in elkaar?

‘Het heeft alles te maken met een vorm van hiërarchisch denken. Voor het gevoel van mijn vader was fascisme een radicale vorm van katholicisme, een middel om het oude geloof te vernieuwen en tegelijkertijd de samenleving te hervormen. Ik denk dat het fascisme voor talloze bevlogen katholieken aantrekkelijk was. Alleen kwam dat fascisme in de jaren dertig steeds meer in de schaduw van het nationaalsocialisme. Daar zag mijn vader aanvankelijk niks in. Het nationaalsocialisme van de NSB vond hij te kleinburgerlijk en te Duits georiënteerd. Hij was van de Groot-Nederlandse gedachte. Hij geloofde niet in de principes van de moderniteit, van gelijkheid. Hij geloofde in gezag. Hij geloofde in gemeenschap, niet in het individu.’

Maar van dát sentiment naar kiezen voor de Waffen-SS is toch nog wel een hele weg.

‘Die Waffen-SS was voor mijn vader vooral een vorm van anticommunisme. En dat anticommunisme was weer direct gerelateerd aan het katholicisme. Veel katholieken kozen destijds voor het midden. Mijn vader was niet van het midden. Mijn vader was van het vuur. En dat fascisme brácht vuur. Ik heb het niet over de inhoud, ik heb het over de vorm: het verlangen de wereld op te stuwen. Groots en meeslepend. Vandaar de titel Over de rand laait vuur.’

Was hij ook antisemitisch?

‘Ja, dat denk ik wel. Iedereen was antisemitisch in zijn club.’

U citeert een brief van hem aan uw moeder, waarin hij schrijft over een bezoek aan een getto in Polen: ‘Dat is een stadsdeel met prikkeldraad omheind waarin joodjes en jodinnetjes van allerlei aard en slag in rondkrioelen. Het geheel vind ik een demonstratie van de onvoldoendheid van deze oplossing.’

‘Natuurlijk schrok ik zelf ook van deze tekst. Ik heb zelfs een vriend verloren door een discussie over deze passage. Ik stuurde hem dit fragment, met de opmerking dat ik ermee in mijn maag zat. Die vriend zei: ‘Met die ‘onvoldoendheid van deze oplossing’ kan hij maar één ding bedoeld hebben: schiet ze allemaal maar af.’ Ik weet heel zeker dat hij dat niet bedoelde. Dat is echt een breuk geworden in die vriendschap. Hij vond dat ik moest toegeven dat mijn vader dat wél vond. Ik zei: ik kán dat niet toegeven, want ik kan het niet rijmen met mijn vader.’

Want u vond dat u uw vader dan zou verraden?

‘Nee, ik vond dat ik de waarheid zou verraden. Natuurlijk waren er dingen waar ik van geschrokken ben. Zo vind ik het pijnlijk dat hij in zijn autobiografie, die hij op mijn verzoek heeft geschreven, nogal eens liegt. Hij beweert bijvoorbeeld hij dat hij nooit trouw heeft gezworen aan Hitler. Ik ontdekte dat hij dat wél heeft gedaan.’

Heeft uw vader oorlogsmisdaden op zijn geweten?

‘Er zijn drie momenten waarvan ik denk dat hij naar onze normen vuile handen heeft gemaakt. In de slipstream van Stalingrad schoot hij op alles om hem heen. Daarvan kun je nog zeggen: dat is een oorlogssituatie. In Joegoslavië kwam hij vervolgens de partizanen van Tito tegen. Daar werden cryptisch gezegd geen krijgsgevangenen bij gemaakt. Met andere woorden: de Duitsers schoten alle partizanen die ze gevangennamen dood, en andersom. Met de derde situatie heb ik de meeste moeite. Die deed zich voor toen hij commandant van de Landwacht van Zuid-Holland en Zeeland werd. Onder zijn verantwoordelijkheid werden onder meer verzetsstrijders en Joden opgepakt. Ik denk dat hij dat zelf als een administratieve aangelegenheid zag, maar hij was er wel degelijk verantwoordelijk voor. Dan heb je dus echt vuile handen gemaakt.’

Is dat een forse deuk in het beeld van uw vader?

‘Ik had het natuurlijk heel mooi gevonden als ik had ontdekt dat hij die Joden vrijgelaten zou hebben. Maar het is wel een beetje naïef om dat te veronderstellen, in de situatie waarin hij zat.’

Neemt u hem dat kwalijk?

‘Natuurlijk neem ik hem dat kwalijk, want hij is verantwoordelijk voor de dood van andere mensen. Maar ja, je kan ook zeggen: omstandigheden maken de mens.’

Daarmee vergoelijk je het toch ook?

‘Nee, ik vergoelijk niks. Het blijft een misdaad.’

Wist uw vader van de Shoah?

‘Ik kan niet in zijn hoofd kijken. Ik weet ook niet alles, maar ik denk het niet.’

Is dat aannemelijk voor iemand die contact had met de top van de NSB en de Duitsers?

‘Er is een foto uit januari 1944 waar hij inderdaad op staat met onder meer Mussert, Van Geelkerken, Rauter, Seyss-Inquart en Himmler. Hij wist natuurlijk dat er Joden opgepakt werden. Hij wist ook dat Joden hard aangepakt werden. Hij vond dat dat misschien wat ver ging, maar goed, dat was nou eenmaal zo. Het was oorlog.’

Maar dat is toch ook al heel eng?

‘Natuurlijk is dat heel eng. Ik verdedig het niet. De enige vraag die ik mezelf stel is: wat speelde er in het hoofd van die mensen? En waarom deden ze wat ze deden? Ik denk dat mijn vader moreel over het algemeen goed in zijn schoenen stond. En mijn moeder al helemaal. Toch hebben ze meegedaan in een systeem dat moreel totaal verwerpelijk is. Hoe is dat te rijmen? De makkelijkste manier is om te zeggen: deze mensen waren net zo moreel verwerpelijk als het systeem. Dan ben je klaar. Maar als het nou eens complexer is? Dat is wat ik eigenlijk in Grijs verleden ook voortdurend beweer: dat ik die mensen probeer te begrijpen, hoewel ik het radicaal met ze oneens ben.’

Uw vaders broer Ton zat in het verzet, en ook uw opa en oma keerden zich fel tegen de keuze van uw vader.

‘Ze staan samen op een foto, in de oorlog gemaakt bij de priesterwijding van mijn oom Martin. Mijn vader was toen net benoemd bij de Landwacht. Op die foto staat hij zonder uniform, omdat mijn opa niet accepteerde dat hij daarin zou verschijnen. Mijn vader zal zich echt wel gerealiseerd hebben dat hij als de schande van de familie beschouwd werd. In elk geval besefte hij – richting het einde van de oorlog – dat hij op het verkeerde paard had gewed. Dat vind ik ook wel mooi aan hem: hij heeft dat na de oorlog ook toegegeven. De vijftien jaar gevangenschap die hij opgelegd kreeg heeft hij tot zijn vervroegde vrijlating ook met grote aanvaarding ondergaan.’

Uw moeder sloot zich aan bij de NSB. Wat was haar rol?

‘Haar rol was eigenlijk heel klein, ze is onder meer een paar maanden jeugdleidster bij de Jeugdstorm geweest. Mijn moeder was emotioneler, cultureler en meer literair dan mijn vader. Maar eigenlijk dachten mijn ouders ongeveer hetzelfde. Dus als ik het heb over dat radicalisme, het katholicisme en dat grootse meeslepende, dan waren ze het totaal met elkaar eens.’

Uw vader was ook diep geschokt dat hem na de oorlog het stemrecht werd ontnomen.

‘Ja, daar begreep hij niets van. Hij vond zichzelf een echte vaderlander.’

Begreep hij wel wat hij in de ogen van anderen had misdaan?

‘In het begin niet, later wel. Hij heeft heel goed beseft dat hij een onvoorstelbare stommiteit had uitgehaald.’

Maar een stommiteit is toch wel iets heel anders dan iets moreel verwerpelijks.

‘Uiteindelijk was hij blij dat de Duitsers de oorlog verloren hadden. Hij vond het een weerzinwekkend systeem.’

Dat is bijna niet te rijmen met elkaar.

‘Je kunt toch tot inzicht komen? Hij heeft in de oorlog niet gezien wat hij daarna wel gezien heeft.’

Toch zie je nergens ook maar een spoortje spijt.

‘Spijt paste niet bij hem. Ik voel me snel schuldig, kan echt last hebben van dingen. Dat had hij helemaal niet. Hij was ook als vader een totale mislukking. Hij heeft zes kinderen gemaakt, hij heeft mijn moeder laten zitten en is er met haar beste vriendin vandoor gegaan. Ook daarover heb ik hem nooit spijt horen betuigen. Hij was een man die liever vooruitkeek. Als iets mislukt was, dan was dat maar zo. Waarom zou je daar verder over dooremmeren?’

Sinds het CABR , het Centraal Archief Bijzondere Rechtpleging, is geopend voor het publiek, loopt het storm. Mensen willen het verleden van hun ouders of grootouders bestuderen. Kun je als kind wel neutraal naar je ouders kijken?

‘Dat is moeilijk. Maar moeilijker nog is het voor ons om, met alle wetenschap van wat er destijds gebeurd is, het leven van mensen van toen vanuit hun perspectief te bezien. Iemand die het leven van die mensen goed kent, hun zoon bijvoorbeeld, is daartoe vermoedelijk beter in staat. Het voordeel heeft dus een nadeel - en andersom.’

In hoeverre heeft die geschiedenis van uw ouders uw eigen bestaan bepaald?

‘Toen ik als jongetje een keer aan het voetballen was, kwam de bal in de tuin van een buurvrouw. Ik pakte de bal, waarop die vrouw zei: ‘Opgesodemieterd, vuil fascistenjong.’ Ik vroeg aan mijn moeder wat dat was. Want ik dacht dat je zo genoemd werd als je vader bij je weggegaan was.’

Wanneer kwam het besef?

‘Toen ik een jaar of 15 was. Ik wás al heel boos op mijn vader omdat hij bij ons weggegaan was. Daar kwam dat fout-zijn nog bovenop. Het was 1969, de boeken van Loe de Jong kwamen uit. Ik was diep onder de indruk van Jacques Pressers Shoah-geschiedenis Ondergang. Ik haatte mijn vader toen intens.’

De teneur na Grijs Verleden was: zo’n boek mag je als zoon van foute ouders niet schrijven.

‘Sommige mensen vonden dat. Historica Evelien Gans beschuldigde mij van antisemitisme. Mijn achtergrond gaf de doorslag. Zo vader, zo zoon. Terwijl het boek helemaal niet over mijn ouders gaat. En toch suggereerden sommigen dat ik bewust de kwaadaardigheid van mijn vader wilde nivelleren. Dat zal me nu ook wel weer boven het hoofd hangen. Terwijl ik je uit de grond van mijn hart kan zeggen dat ik alleen maar heb geprobeerd om eerlijk te achterhalen wat er gebeurd is. Toen ik de eerste keer naar het CABR toe ging, was dat toch ook met bonzend hart: wat ging ik ontdekken? Zou hij de poort in Auschwitz open- en dichtgedaan hebben? Dat bleek godzijdank niet zo te zijn.’

Maar u beschrijft bijvoorbeeld wel dat hij Dachau bezoekt in 1943. Daar constateert hij niets verontrustends. ‘Ik kreeg volstrekt niet de indruk dat zij er slecht uitzagen, ook al was de grauwe gevangeniskledij natuurlijk weinig aantrekkelijk.’ Dat is toch buitengewoon dubieus?

‘Nee, ik denk dat het niet dubieus is. Ook in Dachau was er een gedeelte dat gold als modelkamp. Ze leidden hem daar rond. Ik vind het vooral onbegrijpelijk dat hij niet gedacht heeft: wacht even, dit klopt niet. Natuurlijk had hij moeten vragen: ‘Maar wat gebeurt dáár dan, achter die muur?’ Maar mijn vader was totaal niet met Joden of gevangenen bezig. Dat is allemaal heel vreselijk. Het maakt voor mijn gevoel de zaak alleen nog maar erger.’

Uw ouders zijn al jaren dood. Bent u door dit boek dichter bij hen gekomen?

‘Heel veel dichter. Ik ben anders over ze gaan denken. Líéver. Van jongsaf aan is in mijn hoofd geprent: ze waren misdadig. Maar zo simpel is het niet. Ze waren geen slechte mensen. Alleen hebben ze wel meegedaan in een puur slecht systeem. En de grote vraag blijft: hoe is dat mogelijk? Ik heb heel vaak gedacht: het is maar goed dat ik nooit voor die keuze heb gestaan. Ik ben nu te oud om er nog in te trappen, maar als ik 20 was geweest, weet ik niet wat ík gedaan zou hebben. En als ik om me heen kijk zie ik heel veel mensen voor wie ik mijn hand net zomin in het vuur zou durven steken.’

Wat is de moraal van het verhaal?

‘Chroniqueur van de Tweede Wereldoorlog Abel Herzberg werd ooit na een lezing aangesproken door een vrouw die vroeg: ‘Meneer Herzberg, hoe kunnen we voorkomen dat onze kinderen dit ook overkomt?’ Waarop Herzberg zei: ‘Dat is geen goede vraag, mevrouw. De vraag moet zijn: hoe kunnen we voorkomen dat onze kinderen andere mensen dit ook aandoen?’ Dat is van zó’n wijsheid. De moraal voor mij is: vraag vooral wat er aan de andere kant van de muur gebeurt. En denk verdomme niet dat het wel mee zal vallen.’

CV Chris van der Heijden

18 oktober 1954 Geboren in Leiden. Studie geschiedenis in Utrecht.

1994 Handleiding ter bestrijding van extreem-rechts, samen met Leon de Winter.

1998 Zwarte renaissance, historisch boek over de 16de eeuw in Spanje.

2001 Grijs verleden: Nederland en de Tweede Wereldoorlog.

2011 Gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam op Dat nooit meer – De nasleep van de Tweede Wereldoorlog in Nederland.

Tot 2021 gaf Van der Heijden les aan de School van Journalistiek in Utrecht.

Chris van der Heijden: Over de rand laait vuur – Mijn ouders en de oorlog. Boom; 400 pagina’s; € 29,90.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next