Home

Moeten uithuisplaatsingen niet grotendeels opgeschort, totdat het systeem leert om naar een heel gezin te kijken?

Schuldgevoel kan een misselijkmakende bal in je maag zijn. Of een gewicht aan je benen. Het kan een stem zijn, die bij alles wat jou toevalt in je oor fluistert dat jij dat allemaal niet waard bent.

Er staat veel in het onderzoeksrapport over uithuisgeplaatste kinderen van het toeslagenschandaal waarvoor het woord pijnlijk te alledaags is. Een passage waarvan ik de rillingen kreeg, ging over schuld. Kinderen, een deel inmiddels jongvolwassen, hebben verteld aan de commissie onder leiding van Mariëtte Hamer dat ze hun ouders de schuld gaven van hun uithuisplaatsing, omdat ze dachten dat die hadden gefraudeerd of te veel geld hadden uitgegeven. Toen later bekend werd dat de ouders zomaar door de overheid in een financiële afgrond waren geduwd, veranderde het beeld dat de kinderen hadden. En nu voelen de kinderen zich schuldig.

Lang heeft statistische mist gehangen rond de kinderen die door de staat bij toeslagengezinnen zijn weggehaald. De aandacht voor deze groep groeide nadat Harriët Duurvoort drieënhalf jaar geleden een belangrijke column schreef in deze krant over een gezin dat door de Belastingdienst zijn huis kwijtraakte en daarna uit elkaar werd gerukt. Cijfers van het CBS lieten destijds zien dat het aantal uithuisplaatsingen onder toeslagengezinnen hoger was dan gemiddeld. Een menselijke overheid had als reflex gehad: we gaan meteen met meer gezinnen praten. Maar de overheid ging niet praten, de overheid bleef tellen. Eerst maar eens zien of zo’n probleem een beetje schaal heeft. Wat is nu één verwoest gezin?

Ruim een jaar later verschenen cijfers, opnieuw van het CBS, die de staat absolutie leken te verlenen. Want als je corrigeerde voor allerlei kenmerken van de toeslagengezinnen, was er weinig aan de hand. Er waren relatief veel jonge ouders bij, alleenstaande ouders, laag opgeleide ouders, arme ouders, ouders met een migrantenafkomst, ouders die in aanraking kwamen met justitie, verslaafde ouders, licht verstandelijk gehandicapte ouders. Kortom: die gezinnen waren al zó kwetsbaar, je kon niet zeggen dat zo’n uithuisplaatsing door het toeslagenschandaal kwam.

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist voor de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Er waren alleen wat probleempjes met die cijfers. Om maar iets te noemen: ze sloegen niet op uithuisplaatsingen. Daar had het CBS geen gegevens over, dus waren alle jeugdbeschermingsmaatregelen, ook veel lichtere, op een hoop gegooid. Maar dat soort nuances werden verdrongen door welkome, relativerende nieuwskoppen. En tot geneuzel teruggebracht in het onvermijdelijke ‘nou nou, tut tut’- stuk van De Correspondent, waar luid beleden afkeer van ophef soms moeilijk te onderscheiden is van gezagsgetrouwheid en gebrek aan nieuwsgierigheid, vooral naar de mens van vlees en bloed.

Nog weer een jaar later meldde de Inspectie Justitie en Veiligheid dat de financiële gevolgen van de toeslagenaffaire vaak toch wel een rol speelden ‘in het proces dat leidde tot een kinderbeschermingsmaatregel’. En nu is er dan groot, kwalitatief onderzoek als aanvulling op onvolkomen cijfers. Een deel van de duizenden gezinnen waar kinderen zijn weggehaald had eerder geen problemen. Een ander deel had hanteerbare problemen. De commissie vindt het ‘aannemelijk dat bij een aanzienlijk deel de uithuisplaatsing niet had plaatsgevonden als de terugvordering van kinderopvangtoeslag er niet was geweest’.

En overigens, wat iedereen met gezond verstand en inlevingsvermogen snapt: voor gezinnen die al wel problemen hadden, kon het toeslagenschandaal een genadeklap zijn.

Geldgebrek vergrootte de kans dat ouders en kinderen elkaar kwijtraakten, want met kapotte meubels en te weinig eten, en op van de stress, kun je niet goed voor je kinderen zorgen. Daarbovenop werden ouders sneller als onbetrouwbaar of onvaardig beoordeeld omdat ze te boek stonden als fraudeur, en dan nog als ontkennende fraudeur ook. De kinderen dragen blijvend de sporen: minder sociaal leven, minder toekomstbeeld, trauma, paniekaanvallen.

Dat is allemaal triest en groot genoeg, maar het onderzoek werpt een meer fundamentele vraag op die ons niet voor het eerst in het gezicht staart: kunnen in het huidige systeem uithuisplaatsingen wel doorgaan?

De commissie schetst, en ook dat klinkt onaangenaam bekend, een jeugdzorgsysteem waarin allerlei langs elkaar heen werkende partijen elk een deeltaakje uitvoeren. Waarin hulpverleners op incidenten reageren en zich vastklampen aan protocollen. Waarin controle boven hulpverlening gaat en tijdelijke ‘oplossingen’ worden verkozen boven het ingaan op diepere oorzaken, zoals financiële instabiliteit.

Hulpverleners, de Kinderbescherming, rechters: ze nemen de veiligheid van het kind als uitgangspunt, en dat klinkt goed, maar het is ook vaag. De ene keer betekent onveiligheid dat een kind niet naar school gaat, de andere keer is het fysiek geweld en soms wordt het niet eens gedefinieerd, waardoor ouders geen idee hebben hoe ze die onveiligheid dan kunnen wegnemen. Die vechten tegen een schim.

En het zou schelen als uithuisgeplaatste kinderen altijd ín een veilige omgeving terechtkwamen. Maar we weten dat dat te vaak niet zo is. Er is het gesleep van opvang naar opvang. Er is te veel geweld. Te veel misbruik.

Dus wat is wijsheid, nu deze commissie aanbeveelt dat een uithuisplaatsing alleen nog moet kunnen worden opgelegd op grond van een hoogwaardige, gedeelde analyse door alle betrokken instanties, de ouders en de kinderen zelf? Terwijl jaarlijks duizenden kinderen bij hun ouders worden weggehaald – niemand weet hoeveel – zónder zo’n analyse? Moet de hele maatregel, op de meest acute en ernstige uitzonderingen na, niet worden opgeschort totdat het systeem heeft leren kijken naar een gezin in zijn geheel?

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next