Home

Wat valt er allemaal onder mansplaining? ‘Hoe meer je stereotypen herhaalt, hoe meer je die ook gaat zien’

Een man die ongevraagd uitleg geeft aan vrouwen: mansplaining, heet dat al jaren. Maar hoe vaak gebeurt het en welke dynamiek speelt erbij? Dat gaat communicatiewetenschapper

Astrid Fokkema nu onderzoeken.

schrijft voor de Volkskrant over medisch onderzoek, psychologie en (neuro-)biologie.

Topwielrenner Annemiek van Vleuten had toch wat advies nodig, vond een willekeurige man op het internet, toen ze herstellende was van een val. Op sociale media stuurde hij de olympische topsporter ‘de eerste les van het fietsen: houd je fiets stabiel, of je nu snel of langzaam gaat’.

Een typisch voorbeeld van mansplaining: een man vertelt een vrouw wel even hoe het zit, zegt Astrid Fokkema op haar kantoor met uitzicht over de campus van de Universiteit van Tilburg. Ze verzamelt en onderzoekt verhalen van ongevraagde uitleg voor haar werk: ze is zowel communicatiewetenschapper als docent aan Fontys Hogeschool en doet in Tilburg promotieonderzoek naar het fenomeen mansplaining, een samentrekking van man en explaining.

Het interessante aan mansplaining, vindt Fokkema, ‘is dat het ineens een nieuw ding lijkt te zijn, terwijl je ook merkt dat dit een ervaring is die veel vrouwen al lang hadden’. Het begon met een essay van de Amerikaanse schrijver Rebecca Solnit uit 2008, getiteld Men Explain Things to Me. Een maand na het essay gebruikten feministische bloggers het woord mansplaining al, en in de jaren daarna vestigde het woord zich in talloze woordenboeken en noemden ook wetenschappers het hier en daar, volgens Fokkema vooral in ‘filosofisch-analytische’ beschouwingen.

Inmiddels is mansplaining hét begrip dat op allerlei gespreksfrustraties wordt geplakt: niet alleen mannen die vrouwen ongevraagd uitleg geven, maar ook mannen die dat bij andere mannen doen, of mannen die vrouwen vaak onderbreken of tijdens vergaderingen ideeën van vrouwelijke collega’s negeren en vervolgens als eigen idee presenteren. ‘Maar hoe vaak dit allemaal gebeurt en of het onbeleefd gedrag van mannen is, of dat vrouwen onzekerder zijn en het dus sneller beleven, beginnen we nu pas te ontdekken’, zegt Fokkema.

Stel, je wilt een man betrappen op ongevraagde uitleg. Hoe doe je dat?

‘We gaan de komende maanden geluidsopnamen maken in een escaperoom. Gemengde teams van mannen en vrouwen proberen dan samen puzzels op te lossen en we willen kijken hoe de communicatie verloopt. Wie neemt de leiding? Wie onderbreekt anderen het vaakst? Dat gaan we dan vergelijken met hoe de deelnemers dat zelf hebben beleefd. Het zou kunnen dat mannen net zo vaak mannen onderbreken om ongevraagde uitleg te geven als ze dat bij vrouwen doen, terwijl vrouwen dat anders beleven.

‘We moeten wel toestemming vragen om die gesprekken op te nemen, maar het idee is dat het spelelement de deelnemers doet vergeten dat ze worden onderzocht. Ik was laatst bij die escaperoomeigenaar en die zei dat families alle omgangsvormen loslaten om te winnen. Daar hopen we natuurlijk een beetje op.’

Als een man ongevraagde uitleg geeft aan een vrouw, heet het mansplaining. Maar als een man de ontvanger is, is het dan iets anders?

‘Dat vind ik dus interessant. We hebben allemaal een stereotiep beeld van hoe we met elkaar communiceren, maar eigenlijk staan we vaak niet stil bij hoe gesprekken in het echt verlopen.

‘Zo is er ook iets als momsplaining, moeders die dingen uitleggen of benadrukken vanuit hun rol als moeder. Als mijn man in zijn eentje met de kinderen naar de dierentuin gaat, zijn er vaak oudere vrouwen die hem spontaan complimenten geven. Dat is natuurlijk aardig bedoeld, maar het bevestigt ook een stereotiep beeld.’

En maakt het nog uit of mannen of vrouwen ongevraagde uitleg geven?

Wij hebben net zelf een vragenlijstonderzoek afgerond en zien dat mannen en vrouwen van zichzelf inschatten dat ze evenzo vaak dingen uitleggen. Maar mensen geven ook sociaal wenselijke antwoorden, dus ze zullen niet graag zeggen dat ze ongevraagde uitleg geven. Wat opvalt is dat zowel mannen als vrouwen ongevraagde uitleg beledigend vinden, maar dat vrouwen het gemiddeld iets meer als beledigend ervaren dan mannen.’

Experimenteel onderzoek dat zulke interacties echt vangt, bevestigt dat beeld enigszins, vertelt Fokkema. Ze verwijst naar een recente Amerikaanse studie, waarin deelnemers mogen meepraten over een uit te keren bonus. Vervolgens krijgen ze ongevraagde uitleg over hun gekozen aanpak: de ene keer komt die van een man, de andere keer van een vrouw.

‘Vrouwelijke deelnemers aan de studie hadden er duidelijk meer last van als de kritiek van een man kwam dan van een vrouw.’ Het gevolg, vertelt ze: de vrouwen hielden zich na de ongevraagde uitleg van de man vaker stil en voelden zich naderhand onzekerder.

Dus vrouwen voelen zich sneller gemansplaind. Wat betekent dat?

‘Als ik hierover vertel, zeggen mensen soms: zie je nou wel, het zit allemaal tussen de oren van die vrouwen en mannen doen niets verkeerd. Maar dat is een te snelle conclusie.’

Want, zegt Fokkema, omdat de ongevraagde uitleg van de mannen en vrouwen uit een script kwam dat acteurs netjes opvolgden, zegt het onderzoek volgens haar weinig over hoe mannen zich in het echt gedragen tegenover vrouwen.

Het experiment laat volgens Fokkema waarschijnlijk zien dat vrouwen als ontvangende partij van ongevraagde uitleg op hun hoede zijn bij een situatie waarin bepaalde rollen worden bevestigd, zegt Fokkema. ‘We weten uit onderzoek dat zowel mannen als vrouwen, op basis van eerdere ervaringen, tijdens gesprekken verwachtingen en onbewuste aannamen hebben. Die hoeven niet altijd te kloppen met wat er gebeurt, maar soms wel.’

Is mansplaining daarmee een ervaring die een kern van waarheid bevat?

‘Dat denk ik. Misschien zijn de meeste uitlegmomenten tussen mannen en vrouwen voor 95 procent onschuldig, maar spelen er intussen wel allerlei verwachtingen en onbewuste aannamen tussen mannen en vrouwen rondom ongevraagde uitleg, juist omdat het soms wel gebeurt.

‘Laatst hoorde ik een anekdote van een vrouwelijke onderzoeker die echt een leider in haar veld is. Terwijl zij en haar collega’s een afstudeergesprek met een student hebben, vraagt zij die student om een wiskundige formule uit te leggen. Dan zegt een mannelijke collega tegen haar: dat leg ik je zo wel even uit, dat is niet zo moeilijk.Terwijl hij prima kon weten dat zij die formule van binnenuit kent.

‘Het is logisch dat je als vrouw dan blijft opletten. Uit veel onderzoeken blijkt dat vrouwen in veel situaties hun competentie en kennis moeten bewijzen, vaker dan mannen. En uit meer dan honderd studies blijkt dat mannelijke studenten hun docenten lager waarderen als het vrouwen zijn.’

Heeft u een tip voor lezers die zich ergeren aan iemand die in hun optiek aan het mansplainen is?

‘Bekijk eens welke onbewuste aannamen je zelf hebt, als man of als vrouw. En in hoeverre die jouw communicatie beïnvloeden. Dat is best moeilijk, maar je bent dan al in gesprek over wat je precies doet.

‘En ook al vind ik het woord mansplainen een superleuke gespreksstarter, zelf zou ik iemand die ongevraagde uitleg geeft niet zo omschrijven. Vanuit de communicatietheorie bevestig je dan juist de stereotypen die je wilt bestrijden. Hoe meer je die stereotypen herhaalt, hoe meer je ze ook gaat zien. Als je iemand ongevraagde uitleg ziet geven, kun je beter zeggen dat je dat bijvoorbeeld denigrerend vindt. Dat is misschien ongemakkelijk, maar dan blijf je in gesprek zonder het te reduceren tot man-vrouwverschillen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next