De Europese reacties op de arrestatie van de burgemeester van Istanbul Ekrem Imamoglu waren opmerkelijk tam. De reden is duidelijk: Europa kan het zich strategisch niet veroorloven om Erdogan tegen de haren in te strijken. En de democratische waarden dan?
is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de EU en internationale samenwerking.
Terwijl de belangrijkste Turkse oppositieleider door toedoen van president Recep Tayyip Erdogan in de gevangenis zit, was vicepresident Cevdet Yilmaz donderdag meer dan welkom in Parijs, om met Europese leiders te praten over een coalition of the willing voor Oekraïne. Zo verdedigt Europa de democratie in Oekraïne met de hulp van een land dat zelf druk bezig is de democratie af te schaffen, zegt Kati Piri, Tweede Kamerlid voor GroenLinks-PvdA en voormalig Turkije-rapporteur van het Europees Parlement.
‘In Oekraïne komen we op voor de waarden van vrijheid en democratie. Maar als we in Turkije niet voor dezelfde waarden opkomen, zijn we geen knip voor de neus waard’, aldus Piri. ‘Europese leiders moeten democratische waarden verdedigen en de mensen in Turkije laten zien dat zij niet alleen staan in hun gevecht’, schreef Gönül Tol, analist van de denktank Middle East Institute in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs.
De Europese Unie zegt altijd pal te staan voor democratie en rechtsstaat, maar reageerde tam op de arrestatie van Ekrem Imamoglu, burgemeester van Istanbul en leider van de oppositie tegen de Turkse president Erdogan. Een woordvoerder van de Europese Commissie riep Turkije op ‘democratische waarden hoog te houden’. Een formele veroordeling werd echter niet uitgesproken. Evenmin wilde de woordvoerder ‘speculeren’ over het afzeggen van twee topontmoetingen tussen Turkije en de EU, die voor april gepland staan.
De reden voor deze opstelling is duidelijk. Europa beschouwt Turkije als een onmisbare partner in de strijd tegen Rusland. Veel Europese landen hebben hun defensie verwaarloosd, maar dat geldt niet voor Turkije. Turkije heeft het op een na grootste leger van alle Navo-landen en kan wellicht troepen naar Oekraïne sturen, als er ooit een bestand bewaakt moet worden. Het heeft ook een florerende defensie-industrie die producten levert, zoals drones, waarmee Europa zijn verdediging op peil kan brengen.
Het controleert de toegang tot de Zwarte Zee, waardoor de toegang voor Russische oorlogsschepen geblokkeerd wordt. Ook speelt Turkije een belangrijke rol bij het handhaven van de stabiliteit in Syrië, die voor Europa zo belangrijk is. Daarnaast zijn er in Turkije miljoenen vluchtelingen die Erdogan kan doorsturen naar de EU. Kortom, om veiligheidsredenen kijkt Europa even de andere kant op, terwijl Erdogan de oppositie aanpakt.
‘Gezien het strategische belang van Turkije kan ik me niet voorstellen dat Europese leiders hun relatie met Erdogan op het spel zetten’, zegt analist Hans Kribbe van denktank Brussels Institute for Geopolitics. ‘Turkije is van cruciaal belang in het conflict met Rusland. In de oorlog met Oekraïne heeft het zich vrij neutraal opgesteld’, zegt hij. Harde maatregelen van de EU zouden Erdogan in de richting van Rusland kunnen drijven, aldus Kribbe. ‘Dat is iets wat we absoluut niet willen.’
De Europese reactie staat echter in geen verhouding tot de ernst van de gebeurtenissen in Turkije, vindt Kati Piri: ‘Dit is niet de zoveelste arrestatie van een oppositielid, maar een aanval op de laatste resten van de democratie in Turkije. Als Imamoglu niet vrijkomt, mogen we na Rusland en Belarus de derde dictatuur op ons continent verwelkomen.’
In de 22 jaar dat Erdogan aan de macht is heeft hij de democratie systematisch uitgehold. Onafhankelijke rechters zijn vervangen door loyalisten, de media zijn grotendeels in handen van bedrijven die de regering steunen. Honderden journalisten zitten in de gevangenis. Alleen al deze week werden elf journalisten opgepakt omdat zij verslag deden van de protesten tegen de arrestatie van Imamoglu op een manier die de regering onwelgevallig was.
Toch is Turkije geen volledige dictatuur. Politicologen noemen het Turkse systeem een vorm van ‘competitief autoritarisme’. De autoritaire leider controleert de rechterlijke macht en de media en aarzelt niet om het staatsapparaat tegen zijn rivalen in te zetten. Maar er bestaat nog een maatschappelijk middenveld. De partij van Imamoglu, de CHP, heeft twee miljoen leden en is diep geworteld in de Turkse samenleving. Bovenal zijn er nog altijd verkiezingen, die weliswaar niet vrij en eerlijk zijn, maar de bevolking toch een kans geven om haar stem te laten horen.
Zo leed Erdogan in 2019 een zware nederlaag, toen Imamoglu tot burgemeester van Istanbul werd gekozen. In 2023 wist Erdogan de presidentsverkiezingen maar nipt te winnen, met 52 procent van de stemmen, terwijl zijn rivaal, Kemal Kilicdaroglu, werd beschouwd als een grijze kandidaat zonder charisma. Algemeen wordt aangenomen dat Erdogan de wet wil veranderen, zodat hij in 2028 voor een derde termijn kan opgaan. Maar volgens de peilingen zou Imamoglu hem ruim verslaan. Daarom moest de burgemeester tijdig worden uitgeschakeld.
‘Turken zeiden: Erdogan heeft de democratie uitgehold, maar we hebben altijd de verkiezingen nog. Als die ook wegvallen, wat blijft er dan over? Daarom is de arrestatie van Imamoglu een klap in het gezicht van veel Turken’, zegt Joost Lagendijk, voormalig Europarlementariër van GroenLinks, die al jaren in Turkije woont. Erdogan had binnenlands-politieke redenen voor de arrestatie van Imamoglu, zegt Lagendijk, maar de internationale situatie speelde ook een rol. ‘Hij denkt ermee weg te komen’, aldus Lagendijk.
Van de Verenigde Staten hoeft Erdogan geen oppositie te verwachten. President Donald Trump bewondert autoritaire leiders. ‘Goed land, goede leider ook’, zei hij deze week nog over Turkije, na de arrestatie van Imamoglu. Het optreden van Trump schept een klimaat dat autoritaire leiders aanmoedigt met hun tegenstanders af te rekenen. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu hervat de strijd in Gaza en de Hongaarse premier Viktor Orbán heeft de Pride in Boedapest verboden. Autoritaire leiders inspireren elkaar.
Erdogan verwacht ook geen tegenstand van Europa. Doordat de Verenigde Staten zich steeds meer terugtrekken, komt een zwak Europa tegenover een agressief Rusland te staan. Daarom zal het over zijn bezwaren tegen Erdogan heen stappen, zegt analist Hans Kribbe. ‘Enerzijds hebben we onze morele overtuiging dat democratie belangrijk is. Anderzijds hebben we onze veiligheid. Als je die dingen tegen elkaar afweegt, zullen de meeste Europese leiders voor veiligheid kiezen. Aan die afweging kun je alleen ontsnappen als je sterk bent, maar dat zijn we niet. Dat beperkt de ruimte om druk te zetten op Turkije’, aldus Kribbe.
Voor het Brussels Institute for Geopolitics schreef Kribbe onlangs een stuk waarin hij betoogde dat Europa zich moet voorbereiden op een ‘post-westerse wereld’. Door de vijandigheid van de Verenigde Staten bestaat ‘het Westen’ in feite niet meer. Europa wordt op zichzelf teruggeworpen en is slechts een van de vele spelers in de wereld. Europa moet zich concentreren op de verdediging van zijn eigen liberale democratie, en dat is moeilijk genoeg.
Een harde koers tegen Erdogan schaadt het Europese veiligheidsbelang, zegt hij, terwijl succes allerminst verzekerd is. ‘Erdogan is al vijftien jaar op weg om autocratisch te worden. Dat is geen ontwikkeling die Europa met een paar sancties kan tegenhouden’, aldus Kribbe. ‘We hebben de neiging om onszelf nog altijd te zien als het Westen, dat de lakens uitdeelt en de regels bepaalt. Maar dat komt niet meer overeen met de realiteit. Als de Europese landen samenwerken, hebben ze een zekere positie, maar die zal beperkt zijn. Daarmee moeten we leren leven.’
Volgens GroenLinks-PvdA-Kamerlid Kati Piri is het wel degelijk mogelijk om Turkije onder druk te zetten. ‘Turkije is een handelsland dat afhankelijk is van de EU, zijn grootste handelspartner. Turkije heeft de EU nodig, ook omdat het economisch heel slecht gaat’, zegt zij.
Piri vindt in elk geval dat de EU geen topontmoetingen met Turkije moet houden zolang Imamoglu gevangenzit. ‘Dan stuur je een signaal naar Erdogan zonder dat je de Turkse bevolking raakt. Wat je ook kunt doen: Erdogan heeft een miljoen ‘groene paspoorten’ aan zijn aanhangers uitgedeeld, waarmee ze vrij naar Europa kunnen reizen. Die kun je ook opschorten.’
Maar Piri verwacht dat er uiteindelijk niets zal gebeuren, omdat het veiligheidsperspectief zo dominant is geworden. ‘Ik snap die veiligheidsbelangen wel, maar dan redeneer je op korte termijn. Als we niets doen, komen we niet in het geweer tegen een tweede Poetin, die zelf bepaalt welke zogenaamde oppositiepartijen het tegen hem mogen opnemen.’
Ook de Turkse analist Gönül Tol trekt een vergelijking met Poetin, die tot 2008 nog een autoritaire leider was die enige oppositie toestond. Pas toen de economie inzakte en zijn populariteit daalde, voelde hij zich genoodzaakt een volledige dictatuur te vestigen. ‘Erdogan volgt een soortgelijk pad’, aldus Tol in Foreign Affairs.
Piri vreest dat op termijn een nieuw veiligheidsprobleem zal ontstaan: een strategisch gelegen, zwaarbewapende dictatuur in de achtertuin van Europa, een land dat niet wars is van (militaire) confrontaties, bijvoorbeeld met Griekenland of Cyprus.
In de Europese politiek leggen zulke overwegingen het af tegen de allesoverheersende urgentie van de oorlog in Oekraïne. Europese leiders zijn tot de conclusie gekomen dat ze Erdogan nodig hebben. Daarom zullen ze geen actie ondernemen tegen Turkije, verwachten Piri en Lagendijk. De demonstranten in Istanbul en andere Turkse steden hoeven niet op Europa te rekenen.
Turkije wil nog altijd lid worden van de EU, zei de Turkse president Erdogan in februari op de Turkse televisie. ‘Het zijn Turkije en zijn volledige lidmaatschap van de EU die de Europese Unie kunnen redden uit haar impasse, van de economie tot defensie en van politiek tot internationale positie’, aldus Erdogan.
Het Turkse lidmaatschap van de EU leek een gepasseerd station, maar komt weer enigszins in beeld door de Turkse bijdrage aan de Europese defensie en de coalitie voor Oekraïne. De Poolse premier Donald Tusk sprak onlangs zijn steun uit voor een Turks lidmaatschap. Toch zijn er in Brussel maar weinig mensen die geloven dat Turkije ooit tot de Unie zal toetreden.
Turkije is kandidaat-lid sinds 1999. Binnen de EU bekoelde het enthousiasme voor toetreding al snel. De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Nicolas Sarkozy zeiden tegen te zijn. Veel politici geloven dat een islamitisch land niet binnen de EU past, al zeggen zij dat niet altijd hardop. Het grote Turkije zou de machtsverhoudingen in de Unie ingrijpend veranderen en een zwaar beroep doen op Europese fondsen. Daarnaast bestaat de vrees voor een toename van immigratie, als Turken vrij in Europa mogen reizen en werken. Een Turks lidmaatschap is ook impopulair onder het electoraat in de lidstaten.
Voor toetreding moet Turkije voldoen aan strenge eisen op het gebied van democratie en rechtsstaat. Onder Erdogan beweegt het zich juist de andere kant op. Door de arrestatie van de belangrijkste oppositieleider, Ekrem Imamoglu, raakt toetreding nog verder uit beeld.
Volgens een peiling is nog altijd 60 procent van de Turken voor toetreding. Toch geloven veel analisten dat Erdogan zijn handen liever vrijhoudt, zodat hij Europa, Rusland en de Arabische wereld tegen elkaar kan uitspelen. Wel ziet hij steun aan de Europese defensie als een manier om toenadering tot de EU te zoeken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant