Home

Vier Nederlandse basketballers in de NBA: de Apollo-methode heeft haar vruchten afgeworpen

Maar liefst vier Nederlanders hebben momenteel een contract in de hoogste Amerikaanse basketbalcompetitie, de NBA. En allemaal begonnen ze bij Apollo in Amsterdam. Wat is het geheim van deze club?

schrijft voor de Volkskrant over Amerikaanse sporten.

Het gepiep van basketbalgympen klinkt tot buiten de deuren van de Apollohal in Amsterdam-Zuid. Samen met de dreunen van krachtige dribbels vormen de scherpe klanken een chaotische symfonie. Binnen in de zaal, waar het volume stijgt, trainen de landelijke jeugdselecties van Apollo, een club die de afgelopen zomer liefst vier spelers afleverde aan de Amerikaanse topcompetitie NBA.

In de knusse hal schaven tientallen jongens en meisjes op deze woensdagavond hun nog ruwe kunsten bij. Op alle vier de velden wordt fanatiek gespeeld. De grote NBA (of de vrouwelijke WNBA) is gevoelsmatig een sterrenstelsel hiervandaan, maar het zou zomaar kunnen dat in deze zaal de volgende speler rondloopt die het Amerikaanse basketbalwalhalla kan halen – al is de kans daarop zeer klein.

Het maakt het des te opmerkelijk dat vier voormalige Apollo-talenten uit dezelfde generatie momenteel onder contract staan bij een NBA-team. Vooral Amsterdammer Quinten Post (25) maakt indruk bij Golden State Warriors, het team van superster Stephen Curry. Vaak mag de 2,13 meter lange scherpschutter in de startopstelling beginnen.

Net als Post leerden ook Jesse Edwards (25), Malevy Leons (25) en Tristan Enaruna (23) basketballen bij Apollo, al begon Enaruna bij Pioneers in zijn woonplaats Almere. Post, Edwards en Enaruna speelden zelfs in hetzelfde team, Leons is van een jaargang eerder.

Post is inmiddels een vaste waarde bij Golden State; Edwards, Leons en Enaruna zijn door hun clubs gestald in de G League, de ontwikkelingscompetitie waar ook Post het seizoen begon. Edwards en Leons mochten eerder al een paar minuten meedoen in de hoofdmacht van respectievelijk Minnesota Timberwolves en Oklahoma City Thunder; Enaruna wacht nog op zijn kans bij Boston Celtics, de regerend kampioen.

Geen toeval

Sinds 2012 waren er in de NBA geen Nederlanders meer te bekennen, maar nu zijn het er dus opeens vier. Ja, het is tamelijk bizar dat ze allemaal van dezelfde club komen, vindt ook Wierd Goedee, die het kwartet als jeugdcoach bij Apollo onder zijn hoede had. ‘Dat zullen we niet snel meer meemaken.’ Maar, zegt hij, ‘het is ook weer geen toeval.’

Video wordt geladen...

Ongeveer twaalf jaar geleden, toen Post en de anderen nog in de eerste jaren van de middelbare school zaten, werd op de burelen van de Apollohal een besluit genomen: de jeugdopleiding moest op de schop. ‘Het ging best oké met de club’, zegt Roel van de Graaf, die leiding zou geven aan de renovatie, ‘maar de sportieve ambities werden niet gehaald.’

Cultuuromslag

Van de Graaf werkte voor de Canarias Basketball Academy (CBA), een gerenommeerde basketbalschool in Gran Canaria. De internationale contacten die hij daar onder meer als scout had opgedaan, nam hij mee naar de Apollohal. Ook werden de trainingsmethoden uit Spanje geïmporteerd. Onder anderen Goedee en Dino Bergens, coaches en voormalig teamgenoten, zorgden op het veld voor een cultuuromslag.

‘In Spanje werd heel erg hard getraind’, zegt Goedee. ‘Er werd niet gedacht in teams, maar in individuele ontwikkeling van spelers. Dat gingen wij ook doen. We maakten jongens beter en lieten die vervolgens samen wedstrijden en toernooien spelen.’

‘Wat wij deden, kenden ze in Nederland nog niet’, herinnert Bergens zich. ‘Het was een beetje Spaans, een beetje Amerikaans.’ De nieuwe aanpak viel niet bij iedereen in de smaak. ‘Wij waren overtuigd van onze visie, eigenwijs als we waren, maar sommige ouders vroegen ons: is dit nou allemaal nodig? De trainingen waren vrij intens.’

Goedee: ‘We trainden in groepen. Bijvoorbeeld de kleinere en grotere spelers bij elkaar. Of spelers met bepaalde kwaliteiten. Die oefenden dan op specifieke spelonderdelen. Daarbij creëerden we ook de benodigde mentaliteit. Spelers moesten vechten voor hun plek.’

Van de Graaf: ‘Maar tegelijk verloren we niemand uit het oog. Never give up on a kid, was ons credo. Je moet soms niet te snel oordelen over het talent van een speler, maar ook naar de ontwikkeling kijken.’

Ongepolijst

Ook Post, Edwards en Leons speelden niet altijd in het hoogste team van hun leeftijdscategorie. Ze hadden talent, maar waren nog ongepolijst. Post besloot op een gegeven moment zelfs te stoppen met basketballen; hij had er even geen trek meer in. Toen hij na ongeveer een jaar terugkeerde, moest hij aansluiten in het tweede onder 18-team.

Alleen Enaruna hoorde altijd bij de besten. De basketballer uit Almere gold als het grootste talent van het land. Toen zijn coach Bergens van Almere Pioneers naar Apollo verkaste, nam hij Enaruna mee. De forward krikte het niveau van trainingen op, anderen begonnen zich aan hem op te trekken.

‘We bleven elkaar pushen om beter te worden’, zei Leons eerder in de Volkskrant. ‘Het was een fijne omgeving om in op te groeien.’

Overtuigend kampioen

Na een jaar ‘bijten en worstelen’, zoals Goedee het verwoordt, begon de nieuwe methode haar vruchten af te werpen. De meeste jeugdteams van Apollo werden overtuigend kampioen in hun leeftijdsklassen.

Omdat ze Nederland leken ontgroeid, speelden ze toernooien in het buitenland. De contacten van Van de Graaf kwamen daarbij van pas. ‘Hartstikke leuk hoor, die basketbalkampen en paastoernooitjes in Nederland waar kinderen een leuk weekend hebben’, zegt hij, ‘maar wij speelden tegen Real Madrid en Barcelona. Dat waren de teams waarmee we ons wilden meten.’

Ook trokken teams van Apollo zo nu en dan naar de VS. ‘Dat was voor al die jonge spelers het beloofde land.’

De eerste scouts uit Amerika kwamen voor Enaruna naar Nederland. In de Apollohal zagen zij ook de anderen spelen. ‘Eerst moest ik nog smeken of ze alsjeblieft langs wilden komen’, zegt Van de Graaf. ‘Na drie of vier jaar was dat wel anders. Toen stonden ze in de rij.’

Topje van de ijsberg

Post, Edwards, Leons en Enaruna vormen slechts het topje van de ijsberg, zegt Bergens. Ook zijn zoon Jamie speelt momenteel bij een universiteit in de VS. ‘Ik denk dat we in die periode wel vijftien spelers naar Amerika hebben gekregen’, zegt hij.

‘Dan zit je nog aan de lage kant’, vult Goedee aan. Hij wil benadrukken: ‘Die jongens hebben het uiteindelijk allemaal zelf gedaan, dus we moeten ons ook weer niet te veel op de borst kloppen.’

Video wordt geladen...

Noodgedwongen losgelaten

Inmiddels is de wind gekeerd bij Apollo. Van de Graaf, Goedee en Bergens zijn vertrokken. Hun methode werd de afgelopen jaren noodgedwongen losgelaten, mede door de coronacrisis. Wel zijn er momenteel plannen om de succesvolle aanpak nieuw leven in te blazen. De club, met ongeveer zevenhonderd leden, hoopt de NBA’ers daarvoor in te zetten als uithangbord op sociale media.

Toen Van de Graaf in 2019 naar basketbalclub Heroes uit Den Bosch vertrok, begon de opleiding te wankelen. ‘Hij zal het zelf niet snel zeggen’, zegt Erwin Faijdherbe, bestuurslid technische zaken bij Apollo, ‘maar hij was de spin in het web. De spil waar alles om draaide. Dat was Roel.’

Zonder hem ontbrak coördinatie, zegt Faijdherbe, en raakten de contacten met scouts verloren. ‘We konden het niet meer doen zoals we deden.’

De jeugdteams van Apollo zijn nu minder succesvol dan voorheen, al staan ze er dit seizoen niet slecht voor. De meeste ploegen staan op een plek die toegang geeft tot de play-offs. ‘Maar vroeger haalden we in elke leeftijdsklasse de landelijke finales’, zegt Faijdherbe. ‘Dat zie je nu niet snel meer.’

Promotieklasse

Ook de mannen van het eerste team trainen woensdagavond op een van de velden in de hal. Het zijn voornamelijk jonge twintigers. Het team speelt in de promotieklasse, een treetje onder het hoogste niveau, de BNXT League waarin de beste Nederlandse en Belgische teams tegen elkaar spelen. Door geldgebrek moest Apollo daar enkele jaren geleden afhaken.

Amsterdam biedt een vruchtbare bodem voor basketbaltalent, zo bewijzen de Apollo-spelers in de NBA. De club wordt nog altijd door een handvol spelers en speelsters vertegenwoordigd in het Amerikaanse universiteitsbasketbal waar ook Post, Edwards, Leons en Enaruna werden gevormd. Ook de olympisch kampioenen van de gouden Nederlandse 3x3-ploeg komen uit de hoofdstad.

Toch hebben ze bij Apollo moeite om sponsoren te vinden. ‘Het is in deze stad extreem lastig om te concurreren met alle andere sportverenigingen’, verklaart Faijdherbe. Maar wellicht kan de allure van de NBA’ers helpen.

Of hun succes tot nieuwe aanwas zal leiden, moet blijken. In april vinden try-outs plaats voor de landelijke jeugdselecties. In de zomer kunnen nieuwe leden zich aanmelden. Animo voor basketbal is er voldoende, denkt Faijdherbe. Geldgebrek en het vinden van goede coaches vormen de grootste uitdagingen.

Ook nu nog vinden talenten van Apollo zo nu en dan hun weg naar de VS, al zijn het er minder dan voorheen. Vooral de 18-jarige Dwayne Aristode staat in Amerika bekend als een groot talent. Hij werd onlangs ingelijfd door de Universiteit van Arizona, waar hij later dit jaar zal debuteren. Volgens kenners zal Aristode de NBA gaan halen, mogelijk al volgend jaar.

Dapo Kruyswijk

Het succes van de Nederlanders in de VS inspireert een volgende generatie. Bij het eerste team staat woensdagavond de 18-jarige Dapo Kruyswijk met zijn 2,08 meter lange lichaam op het trainingsveld. Hij is net twee weken terug uit Amerika, waar hij een jaar basketbalde bij een prep school in Connecticut. Bij dat type school worden studenten voorbereid op het leven aan een universiteit. Kruyswijk wende er aan het Amerikaanse basketbal.

Hij wil zijn oudere zus Yinka achterna, die aan een universiteit in de staat South Carolina speelt; ook zij komt van Apollo. Kruyswijk zelf heeft aanbiedingen op zak en weegt zijn opties.

Natuurlijk volgt hij zijn oude clubgenoten in de NBA, zegt Kruyswijk. ‘Ik ben bij deze club opgegroeid. Ik vind het gaaf om te zien dat zij vanaf hier helemaal naar de NBA zijn gegaan. Dat zij op deze vloer hebben gestaan. Dat vind ik redelijk bijzonder.’

In de kleedkamers van Apollo wordt regelmatig over de prestaties van Post gesproken. ‘Die zorgen voor extra motivatie’, zegt Kruyswijk. Ook zijn doel is de NBA. ‘Maar dat geldt voor iedereen die op hoog niveau basketbalt.’

Op een stoeltje aan de zijlijn kijkt de tiener uit over het bijna lege trainingsveld, waar twee jongens nog een laatste partijtje één tegen één spelen. ‘Dat is het geheim van deze club’, zegt Kruyswijk met een knikje naar de jonge basketballers. ‘Zij zijn hier vandaag al drie uur aan het trainen. Iedereen blijft hangen en wil beter worden. Dat is de formule.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next