Een dollemansrit door het chaotische verkeer, een stadsderby met hooligans op de tribune: op bezoek bij handbalster Estavana Polman (32) in Boekarest. ‘Ik gooi er nog steeds een lading passie in, dat zal nooit veranderen.’
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
De Roemeense Uber-chaffeur toont zijn armen: kippenvel. ‘Zie je? Rapid is alles voor mij’, zegt hij. Het met vrolijke gitaren en stoere stemmen ingekleurde clublied van Rapid Boekarest galmt op deze benauwde woensdagmiddag door zijn auto. Estavana Polman, de bekendste speler van de vrouwenhandbalploeg, zegt vanaf de achterbank: ‘Yes, mister, ik heb ook kippenvel.’
De chauffeur is niet te houden nu hij weet dat er een Rapid-speler in zijn auto zit. Hij zegt dat Polman móét winnen van stadsgenoot en rivaal CSM Boekarest en zet de clubhymne weer op, nog harder dan net. Hij gaat spontaan ook harder rijden, zingt en beweegt mee, een zweetlucht vult de auto. Polman wordt er misselijk van, maar neuriet vrolijk mee.
Dergelijk enthousiasme over haar club maakt de 32-jarige Arnhemse vaker mee. Polman: ‘Dat is niet uit te leggen in Nederland, die intensiteit, die liefde.’
De chauffeur wilde niet over politiek praten. Voor het eerst in 35 jaar is er in Roemenië rumoer rond de verkiezingen, vanwege Russische inmenging; ze worden nu opnieuw gehouden. Het leidt tot enorme verdeeldheid onder de bevolking. De chauffeur: ‘Daarom is sport zo belangrijk. Iedereen houdt van sport. Ik ben niet voor een presidentskandidaat, ik ben voor Rapid.’
Polman wordt gechauffeurd naar de handbalhal, gelegen in het noordwesten van Boekarest, naast het grote voetbalstadion van omnisportvereniging Rapid Boekarest. De Sala Rapid is modern, met veel bordeauxrood en wit, de clubkleuren. Polman vreest dat er weinig toeschouwers komen, ook al betreft het een derby en is het een belangrijke competitiewedstrijd voor kwalificatie voor de Champions League van volgend seizoen.
De reden is dat Rapid de zaterdag ervoor dik verloor (34-24) van dezelfde tegenstander in de Champions League. Polman speelde zelf een van haar beste wedstrijden van het seizoen. ‘In onze grote hal was dat. Ruim vijfduizend man, enorm kabaal. Ik ga goed op dat lawaai. Qua beleving is deze handbalcompetitie het heftigst, samen met die van Hongarije. We zijn na een wedstrijd weleens opgewacht door supporters, al zullen ze je niets aandoen.’
In Denemarken, waar ze hiervoor lang speelde, was dat anders. ‘Daar zaten ze braaf de hele wedstrijd met klappertjes. Daar werd nog geen ‘boe’ gezegd.’
Polman scoorde zaterdag zes keer. Ion Dumitru Panainte, handbaljournalist van de Roemeense sportsite espr.ro: ‘Je ziet nog steeds haar klasse. Ze is wereldkampioen geweest en is een geweldige ambassadeur voor de club, ook omdat ze zo’n aardige persoon is en voor iedereen tijd maakt. Ik hoop dat ze nog een jaar blijft.’
Polman moet lachen om dergelijke teksten. ‘Dat gaat hier heel snel. Als ik vanavond weinig scoor, kan ik er geen reet meer van, ben ik te duur en moet ik wegwezen.’
Eigenlijk wil ze niet meer afgerekend worden op doelpunten. ‘Ik ben een andere speler dan in 2019’, zei ze een dag eerder meermaals, in haar appartement dat ze deelt met haar vriend, oud-voetballer en tv-analyticus Rafael van der Vaart, en hun dochter Jesslynn. ‘Ik ben nu meer aangever dan afmaker, probeer het tempo van de aanvallen te bepalen, te coachen. Ik gooi er nog steeds een lading passie in, dat is mijn spel, dat zal nooit veranderen. Anderen mogen shinen.’
In 2019 werd Polman wereldkampioen en werd ze uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. Ze groeide uit tot een Nederlands handbalicoon, was veel in de media, ook door haar verkering met Van der Vaart. Ze liep daarna twee zware knieblessures op en werd afgedankt door haar Deense club Esbjerg, waar ze elf seizoenen had gespeeld.
Er zijn parallellen met levenspartner Van der Vaart, merkt die op. ‘Ik kreeg ook een andere rol na mijn 30ste. Anderen beter laten spelen, dienstbaarder zijn: daar schuilt ook schoonheid in.’
Polman toog in 2022 naar Boekarest, in haar zoektocht om ‘weer lekker vrij’ te kunnen spelen. Dat doet ze nu ook, in die zin dat ze nauwelijks meer blessures heeft. ‘Maar ik ben 32, dat voel je. Ik kan de speler die ik nu ben accepteren. Mijn omgeving vindt dat moeilijker.’ Er is een heilig doel: het WK van komende zomer in Nederland en Duitsland.
Vorig jaar passeerde bondscoach Henrik Signell haar en een andere routinier, Laura van der Heijden, voor het EK, om ruimte te maken voor jonge spelers. Polman en Van der Heijden zouden dat proces in de weg kunnen staan, zo was de gedachte. Andere routiniers protesteerden er openlijk tegen.
Signell kwam op zijn schreden terug. Na een gesprek in Boekarest werd Polman weer opgenomen in de selectie. Wat er besproken werd, houdt Polman voor zich. ‘Ik ben altijd een vrolijke flapuit geweest. Maar dat is iets tussen ons.’
Ze wil ook niet diep ingaan op de hiërarchische verhoudingen binnen de nationale ploeg. ‘In algemene zin vind ik: opleiden doe je bij je club, beter worden doe je bij je club. Bij het Nederlands team zitten gewoon de zestien beste spelers. Je moet zorgen dat je dan goed bent, dat is je eigen verantwoordelijkheid.’
Weer terug in Oranje voelde ze tijdens haar eerste interland voor het eerst zenuwen. ‘Alle ogen waren op mij gericht. Tijdens het warmlopen wist ik niet eens hoe ik mijn arm moest bewegen; de eerste tien minuten stond ik stijf van de spanning, ik kreeg gewoon kramp. Daarna ging het gelukkig weer.’
Na afloop zei haar vriend ‘megatrots’ op haar te zijn. Polmans ouders en haar tweelingbroer Dario, die eveneens handballer is, toonden zich kritisch.
Polman: ‘Dat zijn ze altijd geweest. Ik weet niet beter. Als ik vroeger twaalf keer scoorde, kon mijn moeder toch iets vinden dat beter moest. Zij hebben altijd alles voor me gedaan, ik weet dat ze het goed bedoelen. Door mijn moeder dacht ik altijd drie keer na over mijn keuzen. Dat heeft me verder gebracht.’
Ze is door die kritische ogen ook gewend aan druk, ze houdt er zelfs van. Daarom wil ze per se dat WK spelen. ‘Het is de reden dat ik nog steeds handbal: eindelijk een groot toernooi in eigen land. Met mijn moeder, vader, broers en vrienden op de tribune, dat moment, daar kijk ik naar uit.’
En daarna? Afwerend: ‘Ik zal nooit over een afscheid praten. Niemand is te groot voor de sport.’
Straks zal ze toch een keer tegen het fel meelevende thuisfront moeten zeggen dat het klaar is met handballen. ‘Dat wordt echt emotioneel. Ik heb dat al gezien bij Rafael. Die ging zijn vader bellen: ‘Sorry, ik ben klaar, pap.’ Hij moest heel hard huilen.
‘De connectie die hij heeft met zijn vader als het om zijn sport gaat, heb ik met mijn moeder. Weet je, het was mijn weg, maar ook haar weg. De weg van het hele gezin, het ging altijd over handbal bij ons.’
In aanloop naar de competitiewedstrijd tegen CSM zit ze niet stil: even naar het winkelcentrum met een vriendin, wat belletjes plegen, haar dochter ophalen, vrienden naar een restaurant naast de hal escorteren. Bij vertrek grist ze een herstelshake en wat vitaminepillen mee. ‘Deed ik vroeger nooit.’
Als er iemand zegt dat het heerlijk is om even je ogen dicht te doen en een paar keer diep te zuchten om je op te laden, kijkt ze alsof ze water ziet branden. ‘Nee joh, dat is niets voor mij. Ik moet bezig zijn.’
De hal, waar zo’n duizend toeschouwers in kunnen, is maar voor de helft gevuld. Op het laatst verschijnen er dertig mannen. Het woord ‘hooligans’ prijkt op zwarte en bordeauxrode trainingsjacks, bij sommigen zelfs in hun hals. Ze slaan als bezetenen op drie trommels en zwaaien met enorme vlaggen. Brullend betuigen ze hun liefde aan Rapid.
Polman speelt bevlogen, versnelt het spel, klapt in haar handen, geeft assists, scoort voor rust twee keer. Haar gezicht is zoals gebruikelijk de thermometer van haar gemoed. Na een doelpunt is ze vrolijk als een debutant. Ze lacht ongelovig als ze drie keer op rij mist, protesteert vurig bij de scheidsrechters en verbijt opzichtig de pijn in de slotfase. (‘Nee, geen kramp, ik viel gewoon keihard op mijn reet’, zou ze later verklaren.)
Rapid weet een langdurige achterstand in de slotfase op te halen, maar CSM maakt in de laatste seconden toch nog het winnende doelpunt. Van der Vaart beukt op de tribune uit woede heel hard met zijn vuist op een stoel. ‘Dit is echt ongelooflijk!’
Polman stopt haar hoofd in haar shirt en loopt naar haar eigen doel, waar ze zacht tegen de paal trapt. Na de felicitaties aan de tegenstander en een knuffel voor Oranje-ploeggenoot en CSM-speler Inger Smits en haar geblesseerde land- en ploeggenoot Rinka Duijndam druipt ze af. De Rapid-hooligans applaudisseren.
Een dag later zegt ze nog steeds te balen van het nipte verlies, maar trots te zijn op de strijdlust van haar team. Dit zijn de potjes waarvoor ze ondanks alle malheur is doorgegaan. ‘Die zware blessures hebben me ook iets gebracht, dingen zijn niet meer vanzelfsprekend.
‘Je leert ook mensen kennen, in het handbal, in je omgeving. Ik dacht dat Esbjerg familie was. Maar ben je niet meer de beste, dan ben je een stuk stront. Mensen zijn egoïstisch, achterbaks. Echte vrienden blijven over.’
Het bracht haar ook naar Roemenië. ‘In Denemarken is alles gestructureerd, hier is het een jungle, een circus.’ Zo’n dollemansrit door het chaotische verkeer in Boekarest, omdat de chauffeur ineens op hol slaat als hij erachter komt dat er een speler van Rapid in zijn auto zit, is er onderdeel van. De immer drukke Polman wordt zelfs rustig van rijden door de miljoenenstad, een beetje filosofisch zelfs. ‘Ik vind rust in de chaos.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant