Afgelopen zaterdag is unaniem betiteld tot de mooiste editie van Milaan-Sanremo. Hoe kunnen Tadej Pogacar en Mathieu van der Poel zulke prestaties leveren in een tijd waarin zo streng wordt gecontroleerd op prestatiebevorderende middelen?
schrijft voor de Volkskrant over wielrennen.
Topsport op z’n mooist afgelopen zaterdag, in de heuvels rond de Italiaanse kustplaats Sanremo. Twee van de beste wielrenners ter wereld raakten verwikkeld in een monumentale tweestrijd die de geschiedenisboeken wel zal halen, door een zorgvuldig uitgedachte verrassingsaanval niet op de laatste, de Poggio, maar op de voorlaatste beklimming van de dag, de Cipressa.
Op de Cipressa werd gebroken met de aloude traditie die voorschrijft dat Milaan-Sanremo ontploft als het al bijna te laat is, een kwartier voor het einde, na zes uur slaapverwekkende koers. Dit keer verliepen de laatste 40 minuten met een intensiteit om van te watertanden. Analisten, oud-renners en columnisten waren het er na afloop unaniem over eens: dit was de mooiste editie van ‘La Primavera’ die ze ooit zagen.
Over het feit dat er op de Cipressa een bijna dertig jaar oud record sneuvelde dat tot voor kort als bovenmenselijk werd beschouwd, omdat het gereden werd door twee renners die er midden in het epotijdperk een dubieuze reputatie op nahielden of bij een ploeg fietsten die zich inliet met dopingdokter Michele Ferrari, ging het niet.
Bijna een halve minuut reden Van der Poel en Tadej Pogacar sneller dan de Oekraïner Oleksandr Hontsjenkov en de Italiaan Gabriele Colombo in 1996 – zij werden overigens nooit op doping betrapt. Voor het eerst ging het onder de 9 minuten.
Na afloop dolden de twee titanen met elkaar op Instagram: volgend jaar onder de 8 minuten, schreef Van der Poel gekscherend onder een bericht van de wereldkampioen. Kennelijk is de wielersport er na de schandalen uit het verleden in geslaagd weer geloofwaardig te zijn, of in elk geval zo over te komen. Is dat terecht?
Eerst over die prestatie uit 1996, een periode waarin het peloton stijf stond van met name epo, het lichaamseigen hormoon dat de aanmaak van rode bloedlichaampjes stimuleert. Colombo boekte op zijn aluminium frame de enige grote overwinning uit zijn carrière, Hontsjenkov zou een paar maanden later een rit in de Giro winnen, maar daarmee vat je hun loopbaan wel samen. De twee gingen ervandoor op de Cipressa en bleven een aanstormend peloton een halve minuut voor.
In de decennia die volgden werd Milaan-Sanremo op de Poggio of in een eindsprint betwist. Dat kan een reden zijn waarom er nooit meer zo hard tegen de Cipressa is opgereden als afgelopen zaterdag. UAE Emirates, de ploeg van Pogacar, was er al maanden op voorbereid om op 3 kilometer van de top een versnelling te plaatsen. Toen Pogacar solo ging, konden slechts Van der Poel en Filippo Ganna volgen. Door al dat vuurwerk reden ze de beklimming met een gemiddelde snelheid van 38,5 kilometer per uur op.
‘Een gezonde achterdocht mag natuurlijk’, zegt Mathieu Heijboer, Head of Performance bij de Nederlandse ploeg Visma-Lease a Bike. ‘Maar die heb ik niet. Wat mij betreft is er een belangrijke reden aan te wijzen waarom er zo hard gereden wordt de laatste jaren. Dat is voeding, race fueling zoals wij dat noemen.
‘Elke ploeg heeft die kennis tegenwoordig in huis. Sinds een paar jaar weten we dat glucose en fructose samen bewerkstelligen dat er veel meer energie kan worden opgenomen dan voorheen. Dat betekent dat renners bijna niet meer moe worden. De tank gaat niet leeg. Als je geen bidon mist, tenminste. Daarom zag je Van der Poel zaterdag zelfs een bidon aanpakken terwijl Pogacar aanviel. Hij had die nodig.’
Heijboer noemt ook het verbeterde materiaal als oorzaak voor de snelle tijden die bergop worden gereden. Visma-Lease a Bike heeft daar de voorbije maanden veel mee geëxperimenteerd. Nieuwe, futuristisch ogende helmen, kortere cranks waardoor een renner zich nog platter over zijn fiets kan vouwen: allemaal bedoeld om de luchtweerstand te verlagen. En dan is er nog de ontwikkeling in de trainingsleer die niet stilstaat.
Heijboer: ‘Wat mij de ogen heeft geopend is de coronaperiode. We konden niet koersen, alleen trainen. Toen de wedstrijden werden hervat, sneuvelden er allerlei records. We zagen in dat je met een effectievere training tot betere prestaties in de koers komt. Voorheen was wielrennen vooral een wedstrijdsport, nu is het steeds meer ook een trainingssport.
‘We hebben het aantal koersdagen voor onze renners beperkt. Daardoor beginnen ze frisser aan een wedstrijd.’ Het is een van de redenen waarom Wout van Aert Milaan-Sanremo oversloeg. Hij wil topfit aan de start staan van de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Bovendien rijdt hij daarna nog de Giro én de Tour. Hetzelfde geldt voor Pogacar: deze week schrapte hij twee koersen om zich te richten op zijn debuut in Roubaix, om daar opnieuw het duel aan te gaan met Van der Poel.
Heijboer is er kortom van overtuigd dat het wielrennen anno 2025 schoner is dan ooit, ook al wordt er steeds harder gereden. ‘Ik steek voor al onze renners mijn hand in het vuur’, zegt hij. ‘Dat komt doordat wij aan de poort zelf erg kritisch zijn. Elke renner die bij ons een contract tekent, wordt helemaal doorgelicht. We hebben een cultuur gecreëerd waarin bijvoorbeeld medicatie alleen wordt gebruikt om een probleem te verhelpen, niet om prestaties te verbeteren.
‘Onze dokter zit niet bij de performance staff, in tegenstelling tot bij sommige andere ploegen. We onderhouden dagelijks contact met onze renners, verzamelen en monitoren data. Daarnaast merk ik dat jonge renners anders zijn dan toen ik zelf fietste. Ze groeien op met verantwoordelijkheidsbesef, omdat ze weten dat het er in het verleden anders aan toeging in deze sport.’
Ook bij Team Picnic-Post NL zitten ze dicht op hun renners, zegt ploegarts Anko Boelens, om uitwassen zoals in het verleden te voorkomen. Ze werken er met een vlaggensysteem en komen maandelijks bijeen om zaken die opvallen te bespreken.
‘Als renners een ongewoon wattage trappen of ineens veel beter presteren dan verwacht, kunnen we een gele vlag geven. Dan gaan we kijken of we afwijkende zaken kunnen verklaren. Zo niet, dan volgt een gesprek.’ Volgens Boelens is het belangrijk dat de wielersport korte metten maakt met wat hij ‘oude gebruiken’ noemt.
‘We moeten af van renners die in hun eentje op trainingskamp willen, die altijd achter gesloten deuren met dezelfde masseur willen werken, of maar één mecanicien aan hun fiets laten zitten. Dat zijn gebruiken die doping in de kaart spelen.’
Boelens zag niet zo lang geleden dat renners bereid zijn ‘extreem ver’ te gaan om tot prestatieverbetering te komen. ‘Ik raakte met wat renners in gesprek over mechanische doping, motortjes in het frame. Dat vonden ze totaal valsspelen, fundamenteel anders dan epogebruik. Want daarbij lever je de prestaties tenminste nog zelf. Dat gaf voor mij aan hoe de mindset ten aanzien van doping in het peloton nog altijd is.’
Vanwege het besmeurde verleden is wielrennen een van de meest op doping gecontroleerde sporten. Een derde van het budget van de uitvoeringsorganisatie ITA (International Testing Agency) kwam vorig jaar van wielerfederatie UCI. Toch ziet Peter Van Eenoo, baas van een geaccrediteerd antidopinglaboratorium in Gent, een aantal mazen in het net. ‘Ik vrees voor bloedtransfusies’, zegt hij, ‘en dan met name het bijsteken van het eigen bloed vlak voor de wedstrijd en het afnemen vlak erna.’
Volgens Van Eenoo wordt er nauwelijks op doping gecontroleerd in het laatste halfuur voor de start van een koers en in de twee uur na de wedstrijd. ‘Ervoor is not done en meteen na de finish controleren kan door de inspanning een vertekend beeld geven. Dat is theoretisch een moment om jezelf zuurstofrijker bloed toe te dienen. Het is een blinde vlek in het biologisch bloedpaspoort. Maar ik betwijfel of het veel ingezet wordt. Een renner moet dat binnen een ploeg ongezien kunnen doen. In een eigen busje, bijvoorbeeld.’
Overigens werden renners van Visma-Lease a Bike in de Tour van 2020, 2022 en 2024 wel degelijk vlak voor een rit gecontroleerd, zegt Heijboer. ‘Maar dat is geen routinegebruik.’
Er is nog een andere techniek waarvan Van Eenoo vermoedt dat het binnen afzienbare tijd door valsspelers in de topsport zou kunnen worden misbruikt. ‘Met de ontwikkeling van de coronavaccins is er op het gebied van gendoping iets veranderd’, zegt hij. ‘De MRNA-vaccins bevatten een soort genetische instructies waarmee een eiwit kan worden aangezet iets lichaamseigens aan te maken.
‘Het is niet ondenkbaar dat dit op den duur met epo gebeurt. Deze methode zou zeer moeilijk te detecteren zijn, omdat de coronavaccins bewezen hebben dat sporen ervan binnen een week uit het lichaam verdwijnen. Bovendien kan het inmiddels goedkoop worden ontwikkeld. Maar ik denk niet dat het al zo ver is. Wielrenners zoeken prestatieverbetering tegenwoordig in het grijze gebied, bijvoorbeeld in ketonen, een alternatieve energiebron. Voor mij is dat een teken dat ze niets krachtigers hebben.’
De hoogleraar schakelde afgelopen zaterdag ook in om de finale van Milaan-Sanremo te zien. Hij genoot van de tweestrijd tussen Van der Poel en Pogacar en zag geen reden om aan te nemen dat er valsgespeeld werd.
‘Ik denk dat we kunnen stellen dat het wielrennen schoner is dan in de jaren negentig. Die twee mannen komen al tijden telkens weer bovendrijven, daar is niets opvallends aan. Ze hebben al sinds hun jeugdjaren uitzonderlijke dingen gedaan.
‘Dat het op de Cipressa harder dan ooit ging, zegt me ook niet zo veel. Wielrennen is een buitensport. Je hebt altijd te maken met andere omstandigheden: het weer, het koersverloop. Daarom moet je oppassen met conclusies trekken. Maar we moeten de atleten en hun staf wel kritisch blijven bevragen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant