Kun je je brein trainen zodat je minder vergeetachtig wordt? Dat is nog niet zo gemakkelijk, zeggen experts. Toch is er hoop voor iedereen met een haperend geheugen. Je moet er alleen wel wat voor doen – én laten.
schrijft voor de Volkskrant over medische onderwerpen.
Vrijwel iedereen heeft weleens last van een haperend kortetermijngeheugen. Wetenschappers spreken liever van ‘werkgeheugen’, het vermogen om informatie vast te houden bij het uitvoeren van een taak. Denk aan een student in de collegebanken: die moet luisteren, onthouden wat er zojuist gezegd is en ondertussen aantekeningen maken. Het werkgeheugen draait dan op volle toeren.
Het gaat ook weleens mis. Een nieuwe collega stelt zich voor, maar na twintig seconden ben je zijn naam alweer vergeten. Je loopt na een drukke werkdag een kamer binnen, om opeens niet meer te weten wat je daar nou ook alweer ging doen. Een klassieker: je gaat naar de supermarkt om paprika’s te halen. Als je thuis bent, heb je van alles gekocht, maar géén paprika’s. Kun je je brein leren om de aandacht langer vast te houden?
‘Nou, ik geef je maar alvast het slechte nieuws: het werkgeheugen als gehéél is amper te trainen’, zegt Stefan van der Stigchel, hoogleraar cognitieve psychologie en hoofdonderzoeker bij het AttentionLab van Universiteit Utrecht. ‘Het is grotendeels een kwestie van aanleg. Er is een grote variatie in de manier waarop mensen informatie verwerken: dat noemen we neurodiversiteit. Dat geldt ook voor je werkgeheugencapaciteit: die is bij de een groter dan bij de ander.’
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoorden we, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Van der Stigchel vergelijkt het brein met een orkest, waarin muzikanten hun eigen taak uitvoeren, maar tegelijkertijd ook moeten samenwerken met anderen. In de voorhoofdskwab, de prefrontale cortex, zit de dirigent. Die moet alle leden van het orkest op het juiste moment laten spelen, in een bepaald tempo en met een bepaalde intensiteit. Soms moet de ene groep muzikanten tijdelijk even zachtjes spelen, terwijl een andere groep de muziek dan juist zeer luid moet laten aanzwellen: fortissimo!
In de hersenen is dat niet anders. Een voorbeeld: goed luisteren. Als je aan de telefoon met de Belastingdienst een bandje met keuzemenu’s krijgt, is het onwenselijk dat je wegdroomt en opeens aan een recept voor spaghetti met gehaktballetjes gaat denken. ‘Op zo’n moment is het belangrijk dat sommige hersengebieden actief worden en andere zich een beetje koest houden. Anders gaan die interfereren en kun je niet goed luisteren.’
Bij veel mensen gaat dat meestal goed, maar soms – bij vermoeidheid, slaapgebrek of overbelasting, bijvoorbeeld – is het wat lastiger om de aandacht te regisseren. Dat geldt al helemaal voor mensen met bijvoorbeeld ADHD, zegt Van der Stigchel. ‘Daar staat het werkgeheugen vaak niet op de voorgrond.’ Hij lacht. ‘Je zou kunnen zeggen dat de dirigent in de voorhoofdskwab er in dat geval geregeld een beetje een zootje van maakt. De sturing is minder sterk. Overigens is dat niet per se negatief. We hebben mensen nodig die de boel een beetje in de gaten kunnen houden en mensen die wat sneller afgeleid zijn. We hebben de samenleving nu zo ingericht dat het tweede wat eerder tot problemen leidt, maar ik ben ervan overtuigd dat neurodiversiteit nuttig is.’
Neurodivers of niet: iedereen kan toch wel iets doen om het werkgeheugen wat actiever te houden. ‘Ook al kun je de capaciteit van je werkgeheugen niet vergroten, je kunt in elk geval je omgeving aanpassen’, stelt Van der Stigchel. ‘Zorg voor zo min mogelijk afleiding, dus zet je telefoon op stil en creeër rust.’ En neem af en toe pauzes. ‘Dan moet je natuurlijk niet in je pauze naar een podcast gaan luisteren. Ga in plaats daarvan bijvoorbeeld naar buiten en maak een wandeling.’
Heb je veel zorgen, of zijn er te veel dingen die je moet onthouden? Ook dan liggen concentratieproblemen op de loer. Iets wat veel mensen al uit zichzelf doen en wat écht helpt: schrijf het van je af! Van der Stigchel: ‘In de wetenschap heet dat cognitive offloading. Het creëert meer ruimte in je hoofd.’
Bij het ouder worden gaat het werkgeheugen wat meer piepen en kraken. Namen en telefoonnummers raken in de vergetelheid en de ‘wat-ging-ik-hier-ook-alweer-doen’-ervaring kan vaker voorkomen. ‘De veroudering van het brein begint al op je 35ste, maar de effecten merk je meestal pas op latere leeftijd’, zegt de Utrechtse hoogleraar. Er zijn wel trucjes om het aftakelende brein te ondersteunen. Herhaal namen en nummers, schrijf ze op of verzin ezelsbruggetjes. De kunst bij het onthouden van namen is een plaatje creëren dat beklijft, zei de Nijmeegse geheugenwetenschapper Boris Konrad eerder in de Volkskrant: ‘Ontmoet je iemand die Bakker heet? Stel je dan voor dat diegene een brood koopt bij de bakker.’
Vergeet braingames die beloven je aandacht te verbeteren. ‘Je wordt alleen beter in het spelen van die ene game’, zegt Van der Stigchel. Ook puzzelen voorkomt geen geheugenproblemen, vertelt hij. ‘Kijk naar wat je zelf belangrijk vindt. Wil je langer geconcentreerd kunnen lezen, dan moet je niet gaan puzzelen. Ga dan lezen’, raadt de hoogleraar aan. ‘Wil je langer achter elkaar kunnen schrijven: ga dan schrijven. Zo train je het uithoudingsvermogen van je hersenen. Tot slot: goed slapen en voldoende bewegen is heel belangrijk. Alles wat goed is voor je lijf, is ook goed voor je brein.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant