Home

Op de Westoever biedt ook een Oscar geen bescherming: ‘Ze kwamen met stenen, stokken en pepperspray’

Wereldwijd kwam vorige week de mishandeling van de Palestijnse Oscarwinnaar Hamdan Ballal in het nieuws. Hij is blij met de aandacht, maar er zit een scherp randje aan, zegt hij. Want dit onrecht is op de Westelijke Jordaanoever schering en inslag.

doet verslag vanaf de Westelijke Jordaanoever.

Het zouden beelden kunnen zijn uit No Other Land, de met een Oscar bekroonde documentaire over Masafer Yatta, een verzameling van negentien Palestijnse dorpen op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever.

Een witte watertank vol scheurtjes, met een mes aangebracht door Joodse kolonisten toen die huishielden in en rond de woning van de 65-jarige kankerpatiënt Abu Sadam en zijn echtgenote Najah Mranam. De tank is leeg, 2.000 liter water is via de scheurtjes weggelekt. Water is een schaars (en duur) bezit voor de inwoners van Masafer Yatta. Anders dan de omringende Joodse nederzettingen en buitenposten zijn ze niet aangesloten op het waternet.

Auto’s met lekke banden, deuken en ingeslagen ramen. Volgens de inwoners het resultaat van de aanval door jonge kolonisten op Susiya, een van de negentien dorpen. In het huis van Sadam en Mranam ligt zo’n steen op de vloer van het inmiddels raamloze toilet. ‘Ze kwamen ‘s avonds om 6 uur’, zegt de vrouw, nog altijd ontdaan. ‘Wij waren bij kennissen voor de iftarmaaltijd.’

Op het stoepje voor de woning van de 36-jarige Hamdan Ballal, een van de vier makers van de bekroonde documentaire, zitten bloedvlekken. Het bloed komt uit Ballals hoofd. Hij werd, zegt hij, mishandeld door kolonist Shem Tov Luski en twee soldaten wiens namen hij niet weet. Naar binnen vluchten kon en wilde hij niet. ‘Ik had juist de deur afgesloten om mijn vrouw en drie kinderen binnen te beschermen.’

Waarom deze alinea’s géén beelden uit No Other Land kunnen zijn: het gebeurde afgelopen maandag. De film kwam vorig jaar uit en werd op 2 maart jongstleden in Hollywood bekroond in de categorie ‘Beste documentaire’. De Oscar werd uitgereikt aan de vier makers, twee Palestijnen en twee Joodse Israëliërs. Beide Palestijnse filmers, Hallal en Basel Adra, wonen in Masafer Yatta.

Precies dat is waarom de mishandeling en de daaropvolgende arrestatie door het Israëlische leger – niet van de daders, maar van het slachtoffer – wereldwijd aandacht kregen. Oscarwinnaar belaagd, gewond en opgepakt!

Ballal is blij met de aandacht, maar er zit een scherp randje aan. Wat maandag gebeurde, is in Masafer Yatta schering en inslag. Zo’n drie keer per week is er een gewelddadig incident met kolonisten. ‘Pas nu er een Oscarwinnaar bij betrokken is’, zegt hij, ‘komen de internationale media.’

Dat ‘schering en inslag’ is de portee van No Other Land. Vier jaar lang legden de makers het dagelijks leven vast van Palestijnen onder Israëlische bezetting. De agressieve voorhoede van de kolonistenbeweging vernielt hun gewassen, laat hun olijfbomen door vee kaalvreten en tergt de dorpelingen met pesterijen en geweld. Leger en politie laten het meestal begaan of helpen zelfs een handje.

Twee dagen na de gebeurtenissen zit Ballal thuis op de sofa, zijn dochtertje Lureen (‘ik noem haar Lulu’) op schoot, en vertelt tot in detail wat hem maandag overkwam. Hoe het begon heeft hij van horen zeggen: een jonge kolonist liet zijn schapen grazen op het land van Abu Sadam. Buren zeiden de knaap op te hoepelen, waarop een groep van zo’n twintig kolonisten de Palestijnen een lesje kwam leren. Op dat moment kreeg Ballal een seintje.

‘Er kwamen er steeds meer, allemaal gemaskerd’, zegt hij. ‘Ze waren gewapend met stenen, stokken en pepperspray.’ Hij begon te filmen, zoals gewoonlijk in dergelijke situaties, tot hij besefte dat zijn gezin thuis gevaar liep, 100 meter verderop. ‘Ik ging terug, sloot ramen en deuren en zei dat ze binnen moesten blijven, wat er ook gebeurde.’

Op dat moment, zegt hij, kwamen drie mannen op hem af, twee soldaten en iemand in burger die hij meteen herkende: Shem Tov Luski, leider van de buitenpost die enkele jaren geleden nabij Susiya werd gevestigd. Hoewel ze volop door de overheid worden gesteund, zijn buitenposten ook volgens de Israëlische wet illegaal. Ze worden bevolkt door het radicaalste deel van de kolonistenbeweging.

Afgevoerd naar onbekende plek

‘Luski had de leiding’, zegt Ballal. ‘Hij schold me uit en begon hard te slaan, op mijn hoofd, op mijn borst. De soldaten scholden ook en richtten telkens hun geweer op me. Ik viel op de grond, ik werd een kwartier lang overal geschopt, mijn hoofd was als een voetbal. Ik was bang dat ik het niet zou overleven.’

Nadat Luski was afgedropen, bleef een van de soldaten bij Ballal, die smeekte om een dokter. Vlak voor hij met veel gestrompel een ambulance bereikte, zegt hij, werd hij met handboeien en blinddoek door scheldende militairen afgevoerd naar een onbekende plek.

‘Ik had pijn over heel mijn lichaam, maar ik moest de hele nacht met gekruiste benen zitten, handen op de rug. Eén keer kreeg ik een glas water, terwijl ik de hele dag al niets gedronken had vanwege de ramadan. Ik hoorde de soldaten over mij praten en lachen. Het woord ‘Oscar’ verstond ik.’ Wraak voor de prijs speelde een rol, vermoedt hij.

Bijna 24 uur na het incident kwam Ballal vrij, zonder aanklacht. Dat bewijst volgens hem wel dat er niets klopt van de bewering van Luski en de soldaten dat híj begon met stenen gooien. Een Palestijn die zoiets doet, komt er echt niet van af met een etmaal hechtenis.

Voor wederhoor vervoegt het team van de Volkskrant zich te voet bij de buitenpost, een verzameling bouwsels naast de archeologische vindplaats Ancient Susiya. Vier mannen komen aanlopen, dreigend in woord en lichaamstaal. Luski, een forse dertiger, gaat voorop. Dat de fotograaf een tengere vrouw is en de verslaggever een man van 71, stemt hem niet milder. ‘Fuck off!’, schreeuwt hij. ‘Waag het niet hier te komen, terroristenvriendjes!’

Daar worden we dus niet veel wijzer van, of misschien juist wel. Stapels rapporten van Israëlische mensenrechtengroepen schetsen al jarenlang het gedrag van dit soort kolonisten, alsook de rol van de geüniformeerde diensten. Die houden zich veelal afzijdig en kiezen meestal partij tegen de Palestijnen.

Beschermen en documenteren

Die rapporten zijn mede het werk van mensen als de 52-jarige Guy Butavia, Joodse Israëliërs die met grote frequentie naar Palestijnse dorpen op de Westoever gaan. Dat doen ze om met hun aanwezigheid de bewoners te beschermen en om te documenteren wat er gebeurt. Butavia, die Susiya als standplaats heeft, is lid van de ngo Ta’ayush.

De activist maakt een rondrit door het decor van No Other Land, een heuvelachtige lappendeken. Palestijnse dorpen en een enkele stad, Yatta, trekken aan het oog voorbij, om en om met Joodse nederzettingen en buitenposten. ‘Als paddenstoelen schieten de buitenposten uit de grond’, zegt hij.

Na 7 oktober 2023, de dag van de Hamasaanval, heeft het landjepik van de kolonisten een hoge vlucht genomen. Butavia stopt zijn auto tussen Zanuta en Anizan, twee van de zes Palestijnse dorpen aan de rand van Masafer Yatta die de afgelopen anderhalf jaar door de bewoners zijn verlaten na te zijn aangevallen door kolonisten.

‘Ze kwamen ’s nachts’, zegt Butavia. ‘Ze richtten vernielingen aan, schoten schapen dood en stelden een ultimatum: binnen 24 uur moest het dorp ontruimd zijn.’ Dat gebeurde. De verlaten huizen werden vernield.

Palestijns land

Op de terugweg naar Susiya ontwaart Butavia een scène die voor hem dagelijkse kost is. Twee minderjarige kolonisten laten schapen en koeien grazen in een groene vallei. Palestijns land, volgens de activist. Hij stopt en begint te filmen. Ook Nasser Nawaja, woordvoerder van de 350 leden tellende Susiya-gemeenschap, komt aangereden.

Als even later drie legerauto’s arriveren, raken Butavia en Nawaja verwikkeld in een twistgesprek met de militairen. Die laten zich niet overtuigen door de argumenten van het tweetal, dat zich beroept op rechterlijke uitspraken en eigendomsdocumenten. Eerst zien, dan geloven, is zo’n beetje het verweer van de commandant. Het draait erop uit dat iedereen afdruipt en dat de twee jongens met hun vee blijven waar ze zijn.

‘Altijd hetzelfde liedje’, moppert Butavia, bijna berustend. ‘De kolonisten krijgen gelijk. De soldaten zijn óf zelf kolonisten, óf ze delen hun ideologie, óf ze voeren gewoon de bevelen uit. Tussen politie, leger en kolonisten bestaat volledige samenwerking voor één en hetzelfde doel: de Palestijnen moeten weg.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next