Het Museum voor Schone Kunsten in Gent organiseert LGBTQ+-rondleidingen, en nu is een queer tentoonstelling in de maak. Voor wie voorbij het heteroperspectief kijkt, valt er in de kunstgeschiedenis verrassend veel te ontdekken.
is kunstredacteur van de Volkskrant.
‘Dit is het moment dat middelbare scholieren altijd vragen: ‘Was hij homo?’’ Rondleider Miguel De Clercq staat in het Museum voor Schone Kunsten in Gent naast een klein 15de-eeuws houten beeld op een sokkel. We zien de heilige Sebastiaan, naakt, op een lendendoek na, de benen gekruist, zijn armen achter zich om een boom gebonden.
Of hij homo was? De vraag is begrijpelijk. De heilige Sebastiaan is namelijk de eerste halte van de LGBTQ+-rondleiding die sinds 2022 in het museum is te volgen. De Clercq en zijn collega’s leiden bezoekers, die soms vanuit een school of universiteit komen, langs ‘verborgen LGBTQ+-verhalen in de collectie’. Dit keer bestaat zijn publiek uit studenten van de master educatieve cultuurwetenschappen aan de universiteit van Gent. Mogelijk geven zij over een aantal jaar zelf museumrondleidingen.
Aan deze groep studenten heeft De Clercq net uitgelegd dat de heilige Sebastiaan is uitgegroeid tot een gay icoon. Om tal van redenen: bijvoorbeeld omdat naakten weergeven in kunst lang niet was toegestaan, behalve als het om heiligen ging. Kunstenaars hadden in Sebastiaan een geschikt onderwerp om niet alleen deze heilige, maar ook het (half)naakte mannenlichaam te eren. Maar wat de seksuele geaardheid was van deze man, die leefde in de 3de eeuw van onze jaartelling, blijft een kwestie van gissen. De Clercq kan op die vraag geen antwoord geven.
Dat de rondleiding prikkelt tot nieuwe manieren van kunst kijken is precies de bedoeling, vertelt Bart Ooghe. Als hoofd van de afdeling marketing, communicatie en publiekswerking nam hij het initiatief tot de rondleiding. Hij werkt inmiddels samen met externe co-curatoren Jonas Roelens en Thijs Dekeukeleire aan ‘de eerste queer schonekunstententoonstelling in België’, die in 2027 te zien zal zijn. Die zal vijf eeuwen aan ‘queer kunst’ beslaan.
Dat de rondleiding voorziet in een wezenlijke behoefte staat voor Ooghe buiten kijf. Hij haalt een publieksonderzoek aan dat in 2017 in Britse musea is gehouden: queer personen voelen zich onvoldoende vertegenwoordigd in musea. Zelf miste Ooghe voorbeelden in de kunst ook: ‘Als queer persoon zoek je al vanaf jonge leeftijd bewust of onbewust naar herkenning, in bijvoorbeeld boeken, films en kunst.’
In de rondleiding houdt Miguel De Clercq stil in een museumzaal vol kunst uit het neoclassicisme. Kunstwerken die op de Griekse oudheid zijn gebaseerd bevatten vaak queer scènes en figuren, want de Griekse mythologie bevat meerdere verhalen over liefdes- en seksrelaties tussen mensen van hetzelfde geslacht. De bovenmatige driften van oppergod Zeus beperkten zich niet tot vrouwen. Vermomd als adelaar nam hij de knappe jongen Ganymedes mee naar de Olympus.
Het schilderij waar De Clercq de studenten in deze zaal op wijst, toont twee andere mythologische figuren: te zien is hoe de nimf Salmacis de god Hermaphroditus omhelst. Omdat haar liefde niet werd beantwoord, smeekte zij de goden om voor altijd met hem samen te zijn. Die gebeden werden verhoord: ze versmolten tot een persoon met mannelijke en vrouwelijke kenmerken. Het bijzondere is dat op het schilderij die versmelting al gaande lijkt te zijn, het lichaam van Hermaphroditus ziet er best vrouwelijk uit. ‘Vroeger werden intersekse personen, toen nog ‘hermafrodieten’ genoemd, soms heel positief bekeken’, vertelt De Clercq.
Dit schilderij had Ooghe al talloze malen gezien. Pas toen hij onderzoek deed voor de rondleiding en collectiestukken opnieuw bekeek, realiseerde hij zich dat dit kunstwerk interseksualiteit verbeeldt en dus deel van de rondleiding moest gaan uitmaken. Met het succes van de rondleidingen en de speciale ‘queer nights’ die rond de Pride worden georganiseerd, besloot Ooghe een stap verder te zetten naar de uitgebreide queertentoonstelling. Hij werkt daar inmiddels al twee jaar aan.
Maar wat is precies ‘queer kunst’? Ooghe heeft het over ‘queer leesbare kunstwerken’. Dat kunnen heel uiteenlopende werken zijn. Denk aan een schilderij met een homoseksuele liefdesscène erop of een buste van een vrouwelijke schrijver die relaties had met vrouwen.
Geschikte kunstwerken opsporen was niet gemakkelijk. In de informatie en rubricering van museumcollecties is zelden iets over bijvoorbeeld homoseksualiteit te vinden. En in België is het onderzoek nog lastiger, merkte Ooghe, die historicus is: ‘In Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn meer geschreven bronnen over uitgaanscultuur beschikbaar, net als dagboeknotities en brieven over lhbti-onderwerpen.’ Ooghe vraagt zich af of dat dit te maken heeft met de invloed van de katholieke kerk in België.
In een poging kunstwerken te vinden, plaatste het museum een oproep op de website Codart, een internationaal netwerk van kunstprofessionals die zich bezighouden met Vlaamse en Nederlandse kunst. Expliciet vroeg het museum om kunstwerken ‘die mogelijk verborgen liggen in museumcollecties’.
Het leverde enthousiaste reacties op, maar weinig concrete aanknopingspunten. Ooghe: ‘Wanneer we musea benaderden over deze tentoonstelling, werd soms gezegd: we werken graag mee, maar we hebben helaas niks dat hierbij past.’
Het bleek niet zozeer te ontbreken aan collectiestukken, maar aan kennis. Saillant voorbeeld: een benaderde bruikleengever was zeer verrast dat een tafereel met twee naakte vrouwen in een intieme pose kon worden opgevat als lesbische scène. Dat is geen onwil, benadrukt Ooghe: ‘In onze maatschappij is heteronormativiteit het bad waarin je zit, het is de lucht die je ademt. Je hebt niet door dat dat zo is. Alles wat afwijkt, vereist inspanning.’
Die inspanning betekende: jarenlang Belgische collecties en privéverzamelingen doorploeteren. Het resulteerde in een ‘shortlist’, zoals Ooghe het noemt, van 150 werken. Deels staan daarop mythologische scènes, zoals die tussen Salmacis en Hermaphroditus. Vaak is aan de titel niet af te leiden dat het om een ‘queer’ kunstwerk gaat.
Rondleider Le Clercq staat met de studenten bij een kleine gipsen sculptuur van George Minne uit het eind van de 19de eeuw. Twee naakte jongemannen hebben hun armen om elkaar heen geslagen. ‘Hoe denk je dat dat dit kunstwerk heet?’, vraagt hij aan de studenten. ‘De knuffel?’ ‘De verstrengeling?’, wordt er geraden. Niets daarvan, het kunstwerk heet Vechtende mannen. Dat is een verhullende titel, legt Le Clercq uit: ‘In die tijd je kunstwerk ‘twee mannen omhelzen elkaar innig’ noemen, zou lastig zijn geweest. Maar vechtende mannen, dat is geen probleem.’
Soms gebruiken kunsthistorici nog steeds dit soort verhullende taal, ziet Ooghe in zijn onderzoek: ‘Als ik bijvoorbeeld lees over twee mannen die jarenlang een huishouden deelden dat ze ‘boezemvrienden’ waren, denk ik: begrijpt die auteur het nou echt niet?’ Tegelijk wil ook hij terughoudend zijn in de tentoonstelling en geen voorbarige conclusies trekken. Historisch zou het bovendien onjuist zijn mensen te categoriseren binnen de huidige termen, die destijds niet bestonden: ‘Als twee mensen een relatie hadden, dan zullen we dat beschrijven, zonder daar conclusies aan te verbinden over iemands seksuele geaardheid. We gaan geen etiketten plakken.’
Ook als een kunstenaar behoorlijk ‘homo-erotische’ taferelen schilderde, wil dat nog niet zeggen dat hij op mannen viel, betoogt Ooghe. Interessante casus hierbij is de renaissanceschilder Maarten van Heemskerck. Naakte of bijna naakte mannen waren een van zijn specialiteiten. Zijn Man van smarten uit 1532, een van de topstukken uit de collectie, had het MSK geplaatst bij de oproep om queerkunst op Codart.
Niet voor niets, zal iedereen die het schilderij bewondert denken. Jezus zit op een wolk met een indrukwekkend gespierde torso, piemeltjenaakt op een tactisch geplaatste doorzichtige lendendoek na. De kijker kan zich onbekommerd aan hem verlustigen. En als je weet dat de schilder een man is, dan ga je er al snel van uit dat die ook verlekkerd naar zijn schilderij en schildermodel heeft gekeken.
Toch noemt Ooghe dit schilderij ‘niet queer bedoeld’. Hij wijst erop dat hier de wederopstanding van Jezus is verbeeld: ‘Hij moest heel viriel worden getoond. Dat hoort bij de religieuze boodschap.’ Dat Van Heemskerck zelfs een versie schilderde waarbij de lendendoek opvallend stevig opbolt, past volgens Ooghe helemaal in deze zienswijze. Jezus was niet dood meer, er zat zelfs weer leven in zijn intieme delen, zoiets moet de blijde boodschap zijn geweest.
Vorig jaar organiseerden Stedelijk Museum Alkmaar, het Teylers Museum in Haarlem en het Frans Hals Museum in Haarlem samen een grote Maarten van Heemskerck-tentoonstelling. De Man van smarten uit Gent was toen in het Frans Hals Museum te zien. En in Alkmaar was een museummuur gewijd aan Van Heemskercks zogenoemde ‘sterke mannen’: een reeks naakten, bestaande uit bijvoorbeeld mythologische helden en bijbelse heiligen. De zaaltekst vermeldde: ‘Deze naaktheid wordt echter niet als erotisch of sensueel gepresenteerd, maar vaak als een vorm van idealisering van het menselijk lichaam en een studie van anatomie en proportie.’
Desgevraagd geeft conservator Oude Kunst Tristan Schiff telefonisch extra toelichting: ‘We wilden heus niet ontkrachten dat deze schilderijen voor moderne ogen erotisch kunnen zijn. Maar voor zover we weten of kunnen zeggen heeft de kunstenaar er geen erotische bedoeling mee gehad.’ Schiff merkte dat al die blote mannenbillen in de tentoonstelling bij tentoonstellingsbezoekers vragen opriepen. Of eigenlijk een specifieke vraag: ‘Was hij homo?’ Schiff geeft toe dat het mogelijk is dat Van Heemskercks interesse in het mannelijk lichaam verder ging dan louter artistiek: ‘Maar dat weten we niet.’
Van Heemskerck was geïnspireerd door de naakten van de klassieke oudheid en van andere renaissancekunstenaars waarmee hij in Italië in aanraking was gekomen. Mannelijk naakt was in de renaissance nu eenmaal in zwang.
Soms lijkt geaardheid daar wel een rol bij te spelen. In het Teylers Museum wordt momenteel de tentoonstelling De mannen van Michelangelo voorbereid, die komende winter is te zien. De tentoonstelling richt zich op ‘de glorieuze hoofdrol die het mannelijk lichaam speelt in de kunst en in het leven van Michelangelo Buonarroti (1475-1564)’ volgens het persbericht. Daarin wordt ook gerefereerd aan, jawel, Michelangelo’s ‘vermoedelijke persoonlijke voorkeur voor mannen’.
Conservator Terry van Druten legt het voorbehoud uit: ‘We weten bij Michelangelo überhaupt niet wat hij met wie heeft gedaan. En ook als hij seksuele relaties met mannen had, zou hij zichzelf nooit homoseksueel hebben genoemd. Dat maakt het ingewikkeld, maar niet minder interessant.’ Van Druten was zelf op het idee voor het onderwerp gekomen, uit nieuwsgierigheid. ‘Blote mannenbillen zijn een soort rode draad in de renaissance, hoe zit dat? Tegelijk is Adam volgens de bijbel geschapen naar het beeld van God. Dus liefde voor een mannenlichaam is niet per se pervers, vanuit christelijk perspectief.’
Volgens Bart Ooghe van Museum Schone Kunsten in Gent loopt Nederland wat voor op België in het organiseren van tentoonstellingen rond lhbti-thema’s. Museum Arnhem programmeerde eind 2022 een tentoonstelling vol trans- en queer perspectieven. En vorig jaar was er zowel in het Rijksmuseum in Amsterdam als in het Frans Hals Museum in Haarlem een tentoonstelling te zien over genderrollen: Point of View en The Art of Drag.
Niels van Maanen, curator 20ste- en 21ste-eeuwse prenten en tekeningen van het Rijksmuseum, houdt al sinds 2017 een onlineverzameling collectiestukken bij die ‘Queering the Rijksmuseum’ heet. Hij legt uit: ‘Het was een blinde vlek, maar eigenlijk loopt het Rijksmuseum over van de queer kunstwerken. Ik dacht: waarom zou ik daar geen verzameling van aanleggen?’
Van Maanen weet nog wat destijds zijn eerste zoekterm was: ‘Ik zocht naar Apollo en Hyacinthus, zij vormen een van mijn favoriete homokoppels. Er zijn zo veel lieve prenten van hen, waaruit hun liefde spreekt. Die ontroeren me gewoon.’
Het Rijksmuseum heeft sinds 2022 een queer werkgroep. Charles Kang, conservator 18de en 19de-eeuwse tekeningen, is daar ook lid van. Hij stelde met twee collega’s de zomertentoonstelling Point of View samen. Daarin liet het Rijksmuseum aan de hand van objecten en kunstwerken uit de collectie zien dat de ideeën over wat wij mannelijk of vrouwelijk noemen in de loop der tijd sterk zijn veranderd. Kang: ‘Ik hoop dat de tentoonstelling mensen heeft uitgenodigd om anders te gaan kijken. Misschien verlaten ze het museum meer open-minded dan daarvoor.’
Dat was ook de ambitie van de tentoonstelling The Art of Drag in het Frans Hals Museum, vertelt conservator moderne kunst Maaike Rikhof, die samen met conservator hedendaagse kunst Manique Hendricks de expositie samenstelde. In de tentoonstelling waren kunstwerken uit verschillende tijden te zien waarin op een theatrale manier de spot werd gedreven met genderrollen, zoals dragartiesten doen.
Rikhof: ‘In het publieke debat wordt geregeld getwijfeld aan het bestaansrecht van queer en trans personen. Wij wilden hun een historische legitimiteit geven. Niet alleen waren deze mensen er altijd al, zij werden ook in de kunst gevierd.’
Soms is wel wat achtergrondkennis nodig. Rikhof heeft het over ‘queer coded kunstwerken’ en vertelt: ‘De bedoeling van zulke symboliek is dat het niet door iedereen kon worden gelezen, omdat het taboe was of in het ergste geval strafbaar.’ Ze noemt bijvoorbeeld dat viooltjes een symbool waren voor queerness: ‘Pas als je weet waar je naar moet kijken, ga je het zien.’
Na afloop van de rondleiding vertelt De Clercq dat hij weleens te maken heeft met botte of ongepaste reacties. Er zijn scholieren die meteen aan het begin van de rondleiding stellig poneren dat er maar twee geslachten zijn. ‘Je moet dan oppassen dat je niet in ideologische discussies vervalt.’ Flauwe of uitdagende opmerkingen is hij ook gewend: ‘Ik ben 15 jaar en ik identificeer mij als 10 jaar. Kan ik me dan ook laten opereren?’
Zo’n ideologische discussie kan ook vanuit de lhbti-gemeenschap zelf komen, heeft De Clercq gemerkt: ‘De generatie die nu in de twintig en dertig is, is heel kritisch. Soms is hun houding: ‘jij moet precies de woorden gebruiken die ik prettig vind en anders is het niet oké.’ Het ligt bij hen behoorlijk gevoelig.’
Bart Ooghe is zich in de voorbereiding van de tentoonstelling ook bewust van zulke gevoeligheden. Sowieso organiseert het museum veel inspraak en hulp vanuit de lhbti-gemeenschap. Tot nu toe is hij vooral overweldigd door het enthousiasme. Het museum had een recordaantal mensen dat zich als stagiair aanmeldde. Ooghe: ‘Daar komt dan ook een bepaalde druk bij, alsof dit de perfecte tentoonstelling moet worden.’ Hij probeert realistisch te blijven: ‘Natuurlijk zal er uiteindelijk ook kritiek komen. Je kunt niet iedereen pleasen, dat kan nooit het doel zijn als je een tentoonstelling maakt.’
Queer Belgian Art, Museum voor Schone Kunsten, Gent, 20/2/2027 t/m 30/5/2027
De mannen van Michelangelo, Teylers Museum, Haarlem, 15/10/2025 t/m 25/1/2026
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant