Jeffrey Goldberg was de afgelopen decennia als journalist betrokken bij veel historische gebeurtenissen in de VS. Een van zijn publicaties speelde mogelijk een belangrijke rol bij de Irak-oorlog. Maar zijn onthulling in ‘Signal-gate’ overstijgt wellicht al zijn eerdere werk.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Hoofdredacteur Jeffrey Goldberg The Atlantic heeft veel gezien in zijn decennialange journalistieke loopbaan. Maar als hij door nationale veiligheidsadviseur Mike Waltz wordt toegevoegd aan een Signal-groepschat met hooggeplaatste Amerikaanse functionarissen over aanstaande aanvallen op de Jemenitische Houthi’s, schiet zelfs hij als een veer omhoog. Zoals hij later vertelt: ‘Je wordt journalist omdat de spannendste verhalen zich achter gesloten deuren afspelen, toch?’
Dat blijkt. Goldbergs inkijkje levert hem de grootste scoop op van de nog prille tweede ambtstermijn van Donald Trump. Met stomme verbazing ziet hij hoe kopstukken als defensieminister Pete Hegseth en vicepresident JD Vance bij het coördineren van de aanvallen strooien met op het oog staatsgeheime informatie.
Maar de affaire verbaast Goldberg ook om persoonlijke redenen: waarom belandt uitgerekend hij in de chat? ‘Ik sta niet alleen op gespannen voet met de Trump-regering, maar in het bijzonder ook met Trump zelf.’ Na enkele Trump-kritische publicaties van zijn hand, is de ervaren journalist bij de president compleet uit de gratie gevallen.
Precies volgens het Trump-draaiboek – altijd aanvallen, nooit een fout toegeven en zelfs bij verlies de overwinning opeisen – ontkent het Witte Huis dat er grove fouten zijn gemaakt én gaat het achter Goldberg aan. ‘Een schoft’, schampert Waltz. ‘Een echte smeerpijp’ doet Trump daar een schepje bovenop.
Maar buiten het Witte Huis zijn er weinigen die twijfelen aan de journalistieke integriteit van Goldberg. De 59-jarige journalist geldt als gigant, na jaren als verslaggever in het buitenland, met een specialisatie in nationale veiligheid.
De Joodse Goldberg, opgegroeid in New York, stopt als 20-jarige voortijdig met zijn opleiding aan de prestigieuze University of Pennsylvania om naar Israël te verhuizen en zich aan te sluiten bij het Israëlische leger. ‘Ik zag het moderne Israël als een wonder, met als grootste mirakel Joden met wapens’, schrijft hij daarover in zijn boek uit Prisoners: A Story of Friendship and Terror (2006).
Daarin verhaalt Golberg over zijn gesprekken als gevangenisbewaarder met de Palestijnse verzetsstrijder Rafiq Hijazi. Tijdens de eerste intifada is Goldberg gestationeerd op de beruchte Ketziot-gevangenis. In het boek beschrijft Goldberg ook hoe hij een medebewaker rugdekking geeft wanneer die een gevangene heeft mishandeld.
Bij terugkeer naar de VS in de jaren negentig gaat hij aan de slag als politieverslaggever bij The Washington Post. Bovendien schrijft hij onder meer voor het Joods-georiënteerde medium The Forward, voor hij in 2000 bij The New Yorker terechtkomt. Bij het magazine focust hij zich op het Midden-Oosten. Dankzij zijn contacten in Israël krijgt hij de reputatie van ‘meest invloedrijke’ journalist met betrekking tot het land en de regio.
Zijn lijvige artikel The Great Terror uit 2002 maakt veel los. Aan de hand van getuigenverslagen beschrijft Goldberg hoe de Iraakse dictator Saddam Hoessein tijdens de oorlog met Iran in de jaren tachtig chemische wapens inzet tegen Iraakse Koerden, met duizenden doden tot gevolg.
Op basis van Koerdische inlichtingenofficieren en interviews met hun gevangenen brengt Goldberg Hoessein bovendien in verband met Al Qaida. Het meest opzienbarend is de onthulling dat het Iraakse regime massavernietigingswapens aan de terreurbeweging zou leveren. Nog geen jaar na 9/11 is het koren op de molen van Amerikaanse haviken die Hoessein ten val willen brengen.
Goldberg spreekt daar later ook zijn steun voor uit. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de aanstaande invasie van Irak de geschiedenis in zal gaan als een daad van grote moraliteit.’ In 2003 vallen de VS Irak binnen. De maatschappelijke weerstand tegen de oorlog neemt in de jaren daarna toe, zeker nadat is gebleken dat Hoessein geen massavernietigingswapens had en van banden met Al Qaida evenmin sprake was.
Ruim een decennium later geeft Goldberg zijn fout toe. Negatieve consequenties heeft hij er echter amper van ondervonden. Sterker nog: hij is zo gewild, dat The Atlantic-eigenaar David Bradley hem in 2007 naar het blad probeert te lokken door pony's naar zijn woning te sturen voor zijn drie jonge kinderen. Goldberg hapt, en stoot in 2016 door naar de post van hoofdredacteur.
Kort daarvoor heeft Goldberg zich er hard voor gemaakt dat The Atlantic zijn steun uitspreekt voor Hillary Clinton, Trumps opponent bij de presidentsverkiezingen van dat jaar. Het is pas de derde keer, en de eerste keer sinds de jaren zestig, dat het blad zich achter een presidentskandidaat schaart.
Tot woede van Trump volgen tijdens diens eerste termijn ook onthullingen van Goldberg over hoe de president gevallen Amerikaanse militairen ‘sukkels’ en ‘verliezers’ heeft genoemd en fantaseert over het ter beschikking hebben van ‘generaals zoals die van Hitler’.
Door Signal-gate is Goldberg opnieuw het doelwit van het Witte Huis. Trumps beruchte wraakzucht ‘boeit’ hem echter niet. Des te zorgelijker vindt hij dat de vuilspuiterij erop wijst dat de regering niet van plan is haar verantwoordelijkheid te nemen. ‘Als ze bepaalde procedures niet veranderen omdat ze de media niet mogen (...), dan klinkt dat niet als een gezonde manier om een land te besturen.’
3x Goldbergs werk
- In 2000 brengt Goldberg een bezoek aan een religieuze school in Pakistan die veel Taliban-leiders heeft voortgebracht. ‘Ze zijn de perfecte jihad-machines’, schrijft hij over de arme, jonge kinderen die daar anti-Amerikaanse propaganda te horen krijgen.
- Voor In the Party of God wint Goldberg in 2003 de National Magazine Award. In het artikel duikt hij in de activiteiten van Hezbollah in het binnen- en buitenland, en spreekt hij met hooggeplaatste leden van de Libanese militante beweging.
- In The Hunted uit 2010 volgt Goldberg het Amerikaanse Owens-echtpaar, dat in Zambia strijdt tegen stroperij. Dat resulteert uiteindelijk in de moord op een stroper.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant