Van een verheffende countrycomeback tot een bangig, wat neurotisch, maar uiteindelijk vooral troostrijk album: dit zijn de beste albums van dit moment.
Voordat toetsenist Vijay Iyer en trompettist Wadada Leo Smith Defiant Life (★★★★☆) opnamen, bespraken ze samen uitvoerig de zorgwekkende toestand in de wereld. Het is voor beiden zoeken naar straaltjes licht in soms apocalyptische soundscapes. Vooral als Iyer zijn elektronica inzet, hoor je het op de achtergrond flink donderen, terwijl Smith met lange wanhopige noten een uitweg zoekt. Lees de recensie.
Je moet erg je best doen om in de liedjes op Arcadia (★★★★☆) géén verwijzingen naar de politieke situatie in de VS te horen. De liedjes zijn verfijnd als altijd: Union Station blinkt graag uit in subtiliteit, en liever niet in de overdreven vingeracrobatiek die veel bluegrass teistert. Wat een perfectie. En wat een verheffende countrycomeback. Lees de recensie.
Op Beyond (★★★★☆) speelt de Britse trombonevirtuoos Peter Moore onder andere Stargazer, een zesdelig maar doorlopend geheel waarin Moore – met vlekkeloze articulatie – zijn instrument laat flitsen, fluisteren en zingen. Het ene moment is de solotrombone de man met de telescoop, de ‘Stargazer’, het volgende is hij samen met fonkelende echo’s uit het orkest de sterrenhemel die zich aan je openbaart wanneer je ogen aan het donker beginnen te wennen. Lees de recensie.
Glory (★★★★☆) is een van Perfume Genius’ mooiste collecties liedjes. In Full On en Capezio valt een emmer vol geluidjes om; de intieme pianoliedjes Me & Angel en de titelsong houden het juist klein, maar altijd trekt de beheerst emotionele zang je naar binnen. En diep ook. Het album is bangig, wat neurotisch, maar uiteindelijk vooral troostrijk. Lees de recensie.
Het Canadese strijkkwartet Quatuor Molinari nam al Berio’s strijkkwartetten op. Dat is in geen 20 jaar gedaan, dus avontuurlijke luisteraars mogen hun handen dichtknijpen. Berio: Complete string quartets (★★★★☆) zijn nauwgezette, levendige uitvoeringen, zonder te veel geestdrift – daarmee klinken Berio’s strijkkwartetten juist in hun puurste vorm. Lees de recensie.
Op III blijft Elephant onmiskenbaar Elephant, maar verandert er ook iets, zowel op het klankpalet als in de teksten en het gevoel dat eruit opstijgt: iets donkerder. Het smaakt, kortom, subtiel anders, alsof we na een glanzende appel nu in de peer happen die op de albumhoes staat, maar uiteindelijk overheersen het zoet, de warmte en de kracht van de liedjes. Lees de recensie.
François Lazarevitch speelt op Voix humaines (★★★★☆) zowel op de fluwelige traverso als op de volksere musette (een soort doedelzakje). Met de typisch Franse trillers versiert hij de vloeiende melodieën. Door de donkere ondertonen van gestreken gamba en getokkelde luit klinken de melancholieke Sarabandes en montere Gigues alsof je oog in oog staat met de Zonnekoning zelf. Lees de recensie.
S10 lijkt vrede en balans te hebben gevonden. Alles aan Mijn haren ruiken naar vuur (★★★★☆) ademt vreugde door acceptatie. Producer Jordan Fish, voorheen van de Britse rockband Bring Me the Horizon, liet Stiens bad vollopen met elektronische bubbels op de single Have Fun. En S10 danst lichtvoetig over zware issues zoals vasthouden aan een doodlopende relatie. Lees de recensie.
De vierkoppige Franse barokgroep Nevermind trakteert voor z’n 10de verjaardag op de Goldbergvariaties van Bach (★★★★☆). Die schreef zijn variatiewerk voor klavecimbel, maar de Fransen gaan er joyeus mee aan de haal. De houten dwarsfluit blaast het beroemde thema, de viola da gamba versterkt de bas, de klavierspeler Jean Rondeau verrast met geïmproviseerde tierelantijnen. Lees de recensie.
De jazzrockband Spiral Deluxe is een van de mooiste muzikale dwalingen van Jeff Mills, mede-uitvinder van de techno. The Love Pretender (★★★★☆) is jazz voor op de dansvloer. Wat goed dat deze unieke en in alle opzichten vrolijkmakende muziek toch nog op plaat is verschenen. Doe er uw voordeel mee. Lees de recensie.
De composities op Consentrik Quartet (★★★★☆) zijn alle twaalf van Cline zelf, en geven alle vier de muzikanten evenveel ruimte. In elk stuk sprankelt het avontuur. Eerst nog een beetje aftastend samen in het abstracte The Returning Angel, maar in Surplus swingt het er stevig op los, terwijl Cline met veel vervorming en effecten het bebopthema in The Bag komt ontregelen. Lees de recensie.
Voor Tsjaikovski door het Dudok Quartet Amsterdam (★★★★☆) zet je het best even andere oren op. Vergeet het eeuwig zingende vibrato dat gloeit van Russisch noodlot. Het Dudok Quartet laat de snaren ook vibreren, maar minder, en met beleid. Het is de esthetiek van de 19de-eeuwse darmsnaar, aangestreken met een al even historische stok. Lees de recensie.
Mssyeh is de achternaam van Feis, rapper en beste vriend van de Rotterdamse rapper Winne. Op nieuwjaarsdag 2019 kwam hij door een kogel om het leven. Mssyeh (★★★★☆) is deels muzikaal helingsproces, deels trip down memory lane. Een waardig eerbetoon aan een beste vriend. Lees de recensie.
Pianist Tamara Stefanovich deelt met Organised Delirium (★★★★☆) een directe linkse uit. Ze opent haar album met de Tweede pianosonate van Pierre Boulez. Het is muziek zoals die spookt door de nachtmerrie van Boulez-haters: grillig, onvatbaar, onmelodieus. Maar bij Stefanovich ook virtuoos en vrij van geest, precies de georganiseerde uitzinnigheid waarvan de albumtitel spreekt. Lees de recensie.
Na Wilsons prangende falset, waarmee The Overview (★★★★☆) opent, volgen in de twee meerdelige suites spannende gitaarexercities en wisselingen in tempo en stijl. Vooral het tweede deel is meeslepend en melodisch zo sterk dat zelfs de grootste progrockscepticus zich moeiteloos zal overgeven aan de muzikale rijkdom die Wilson hier tentoonspreidt. Lees de recensie.
Sun-Mi Hong zelf is misschien wel de grootste ontregelaar op Fourth Page: Meaning of a Nest (★★★★☆). Haar complexe ritmepatronen nestelen zich om de stukken heen, wat een aangename spanning veroorzaakt. En steeds is er weer een melodie of een mooie harmonische vondst die de luisteraar prikkelt of houvast geeft. Lees de recensie.
Al heeft Tsunami Sea (★★★★☆) toegankelijke momenten, het muzikale geweld is soms behoorlijk extreem. De dynamiek in het bandgeluid is ook extreem te noemen: Spiritbox gaat van spugende gitaaragressie naar melancholieke zachtheid, van metal naar pop, vaak binnen één nummer. Je verbaast je er steeds over hoe goed het werkt. Lees de recensie.
In de intieme stukken van Felix Mendelssohn en zijn even begaafde zus Fanny Hensel, eigenlijk miniverhalen, schuilt een wereld van emotie en poëtische verwondering. Verlangen naar de natuur borrelt op in Fanny’s rusteloze Wanderlied, de dood ligt op de loer in een treurmars van Felix. Met virtuoos spel onthult Pasjtsjenko deze wereld op Guess Who? (★★★★☆) in al haar schakeringen. Ze laat de fortepiano sprekend vertellen en beschrijven. Lees de recensie.
Op Het Vermoeden (★★★★☆) geeft Fulco in heldere taal meerduidige gevoelens weer. Verraderlijk vrolijke gitaarmelodieën worden ontregeld met priemende synths of verrijkt met koortjes. Ieder liedje is hier een klein muzikaal avontuur, waarin de mooiste zinnetjes bijna argeloos tot leven komen. Lees de recensie.
Primer (★★★★☆) had de soundtrack voor een neonoirfilm als Taxi Driver kunnen zijn, vooral als trompettist Sava Stoianov zijn jazzy melodielijnen speelt. Wat opvalt: binnen de stukken zelf vindt weinig variatie plaats. Telkens staat één concept centraal, zoals een drumgroove of een soundscape. Lees de recensie.
De zeventien jaar ervaring als zangeres en entertainer komt op een weloverwogen, volwassen manier samen op Mayhem (★★★★☆), zonder dat Lady Gaga inlevert op het plezier dat inherent is aan dancepop. Lees de recensie.
Als luisteraar van Luminescent Creatures (★★★★★) word je onherroepelijk meegesleept. Iedereen die de muziek van Ichiko Aoba voor het eerst afspeelt, zal er onmiddellijk de helende kracht in herkennen. Haar muziek balanceert prachtig tussen pop en klassiek, tussen mysterieuze folk en zelfs het Franse chanson. Lees de recensie.
Op het nieuwe, geslaagde album Beethoven (★★★★☆) is zowel jubelkoor Eine neue strahlende Sonne als de ingetogen Geistliche Marsch Beethoven op zijn meest melodramatisch. In Die Ruinen von Athen vlammen de orkestrale passages uit de authentieke instrumenten, waarin de beethoveniaanse donkerte steeds plaatsmaakt voor triomfantelijk licht. Lees de recensie.
Het debuutalbum All In The Game (★★★★☆) van Moreish Idols klinkt wat bedachtzamer dan eerder werk. Mooi zo, want het vestigt extra aandacht op de veelzijdigheid van de groep, die van sfeerrijke kamerpop naar Sonic Youth-gitaarwerk laveert en daarnaast een sterke voorliefde voor jazz heeft, compleet met saxofoon. Lees de recensie.
Naast de bruisende, percussieve ritmen, de luchtige strijkers boven een groovend basgitaarlijntje en Abel Selaocoe’s energieke keelklanken straalt op Hymns of Bantu (★★★★☆) zijn cello als goud. Dit album is hoopvol, verrassend en tegelijk vanzelfsprekend, zoals liefde moet zijn. Lees de recensie.
Spring Board (★★★★☆) is de waardige postume afscheidsgroet van Martin Phillipps van The Chills. Het album doet recht aan de studentenband die in 1986 janglepop maakte waaraan je kon horen dat die uit een afgelegen stadje down-under kwam, maar ook aan de veteranenband die vanaf 2010 sterk terugkeerde met nieuwe albums. Lees de recensie.
Sinister Grift (★★★★☆) is al het zevende solo-album van Noah Lennox en misschien wel het toegankelijkste en meest melodieuze dat hij maakte in welk verband dan ook. Hier schijnt continu de zon en biedt de lichte, transparante muziek alle ruimte aan de melodieën. Lees de recensie.
Unity (★★★★☆) is een even ontregelend als opbeurend album. Knap hoe Joost onder productionele leiding van Tantu Beats eurotrash en onversneden gabberbeats zich zo eigen weet te maken. Je schiet voortdurend in de lach bij al het gebeuk, totdat er ergens weer een regeltje opduikt dat even ontroert. Lees de recensie.
Ian Cleaver brengt met Yarn! (★★★★☆) een ode aan jazzstad New York. Vooral de hardbop en postbebop uit het midden van de jaren zestig hoor je terug in zijn eigen composities. Die zitten zonder uitzondering knap in elkaar en geven, heel traditioneel, steeds ieder bandlid ruimte om een paar maten te soleren. Lees de recensie.
Deze opname van Le rossignol (★★★★☆) is een voltreffer. Zoals altijd speelt Roth’s orkest Les Siècles op historische instrumenten. Roth laat er haarfijn mee horen hoe Stravinsky schakelde tussen stijlen, van impressionisme tot oriëntalisme. Lees de recensie.
Een nieuw album van The Limiñanas liet ruim zeven jaar op zich wachten. Maar het geduld van liefhebbers van jarenzestig-rock-’n-roll, psychedelica en Franse pop wordt met Faded (★★★★☆) rijkelijk beloond. Het is een buitengewoon kleurrijk en afwisselend album geworden. Lees de recensie.
De licht absurdistische miniaturen van György Kurtágs Hölderlin-Gesänge vormen de kern van een interessant, maar hybride album. Benjamin Appl zingt op Lines of Life (★★★★☆) precies, helder en kleurrijk. Lees de recensie.
Onverbiddelijke radiohits staan er niet op, daarvoor zijn de composities te idiosyncratisch, maar Saya (★★★★☆) is een ijzersterk popalbum waar je moeilijk op raakt uitgeluisterd. Gray zingt niet eens zo heel goed, maar het is elke keer de productie van haar liedjes die verbijstert. Lees de recensie.
Deze muziek van rockster Sam Fender lijkt op People Watching (★★★★☆) origineler en minder gekopieerd van zijn grote voorbeelden Bruce Springsteen en andere vooral Amerikaanse rockers. Dat zal te maken hebben met de komst van een andere held van hem: Adam Granduciel, zanger en gitarist van The War on Drugs. Hij is medeproducer en dat hoor je meteen al in het het titelnummer People Watching. Lees de recensie.
Solist en orkest voeren op The Age of Extremes (★★★★☆) voortdurend levendige, vindingrijk gecomponeerde gesprekken. Tegenover de teergevoelige adagio’s staan verfijnde, vliegensvlugge solo’s. Fransesco Corti stort zich erop als een bezetene – een feest voor het oor. Lees de recensie.
De Franse Oklou maakte een sprankelende, soms hypnotiserend mooie elektronische popplaat, die zich ook niet zomaar laat vergelijken met wat voor stijlgenoten dan ook. De melodieën op Choke Enough (★★★★☆) lijken vaak ontsnapt uit de klassieke muziek, of de antieke volksmuziek. En ze worden steeds geknoopt aan bubbelende baslijnen en rafelige akkoorden op haar synths, die weer uit de goede oude trance lijken gewipt. Lees de recensie.
Meer muziek? Bekijk hier ons volledige archief van albumrecensies.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant