Bij een groeiend aantal protesten voor mensenrechten is ruimte ontstaan voor uitsluiting, en zelfs het goedpraten van geweld. Dat is pijnlijk, stelt Itay Garmy. Want als de grens vervaagt tussen oprechte solidariteit en het normaliseren van haatdragende retoriek, raken we ons morele kompas kwijt.
Het afgelopen jaar vonden in Nederland meerdere demonstraties plaats tegen onrecht en voor mensenrechten. De laatste in de rij was het protest tegen racisme en fascisme, afgelopen zaterdag in Amsterdam. Zulke demonstraties zijn noodzakelijk in een tijd waarin de democratische rechtsorde wereldwijd onder druk staat. Autoritaire leiders winnen terrein en zoeken hun macht in verdeeldheid. Ze stigmatiseren systematisch migranten, vluchtelingen en moslims.
Het is hoopgevend dat zoveel mensen zich daartegen blijven uitspreken. Vrijheid, verdraagzaamheid en democratie zijn geen vanzelfsprekendheden, ze vragen om voortdurende waakzaamheid en actieve betrokkenheid. Maar wie opkomt voor mensenrechten en rechtvaardigheid, moet dat doen voor álle mensen. Mensenrechten zijn universeel of ze zijn niets waard.
Over de auteur
Itay Garmy is gemeenteraadslid in Amsterdam voor Volt.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Juist daarom is het pijnlijk dat bij een groeiend aantal protesten ruimte ontstaat voor uitsluiting, en het goedpraten van geweld. Tijdens de demonstratie van afgelopen zaterdag waren er opnieuw zorgwekkende signalen: zionisten, een brede groep mensen, lang niet per definitie aanhanger van het beleid van de huidige Israëlische regering, werden bij voorbaat uitgesloten.
Er werden leuzen geroepen als ‘alle zionisten moeten de gracht in’, een uitspraak die direct raakt aan de veiligheid van vele Joodse Nederlanders. Veel Joden voelen immers een verbondenheid met Israël als Joods land. Spandoeken riepen openlijk steun uit voor Hamas, een organisatie die door de Europese Unie als terroristisch is aangemerkt en verantwoordelijk is voor het doden van vele onschuldige burgers. En de gebeurtenissen rond het geweld in
Amsterdam van november 2024 rond de aanwezigheid van Maccabi Tel Aviv supporters werden door sommige sprekers verdraaid of ontkend, waardoor de ‘Jodenjacht’ werd gebagatelliseerd of zelfs gelegitimeerd.
Ik besef dat dit soort uitingen afkomstig zijn van een relatief kleine groep. Maar wat het juist zo kwalijk maakt, is dat de organisatie zich er niet van distantieerde – integendeel, in sommige gevallen worden deze stemmen juist actief gefaciliteerd of gelegitimeerd. Daarmee verschilt dit fundamenteel van andere protesten waar ontsporingen werden herkend en gecorrigeerd.
Als de grens vervaagt tussen oprechte solidariteit en het normaliseren van haatdragende retoriek, raken we het morele kompas kwijt dat zulke bewegingen juist geloofwaardig maakt. Dit zijn geen incidenten en ook geen ongelukkige ontsporingen. De uitingen van betrokken organisaties en sprekers zijn vaak vooraf bekend. Wie zich oriënteert op het programma, ziet dit aankomen. Het zijn structurele signalen van een gebrek aan duidelijke morele grenzen binnen delen van de protestbewegingen.
Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat het volkomen terecht is dat mensen zich laten horen over de mensenrechtenschendingen in Gaza en de Westoever en de uitzichtloze situatie van Palestijnen. Die verontwaardiging is begrijpelijk en hard nodig. Ook daarin ben ik een bondgenoot. Maar solidariteit met de één mag nooit ten koste gaan van de ander.
Wat het extra pijnlijk maakt, is dat ook politici en bestuurders meeliepen in deze demonstraties zonder zich publiekelijk uit te spreken tegen deze uitingen. Juist van mensen in publieke functies mag worden verwacht dat zij pal staan voor de veiligheid van álle burgers. Als zij zwijgen terwijl anderen worden gedehumaniseerd of terreur openlijk wordt verheerlijkt, ondermijnen ze het morele gezag van de beweging waar ze zich mee identificeren.
Zwijgen is geen neutrale houding. Het kan worden bedoeld als voorzichtigheid, maar het risico bestaat dat het wordt opgevat als onverschilligheid.
Ik voel me al jarenlang diep verbonden met de strijd tegen racisme, ongelijkheid en uitsluiting. Ik werk dagelijks aan verbinding tussen gemeenschappen, juist vanuit het geloof dat mensenrechten niet onderhandelbaar zijn. Daarom doet het pijn als ik merk dat wanneer ik me uitspreek over deze onderwerpen, de solidariteit ineens stilvalt.
Ik weet dat de betrokkenheid van de overgrote meerderheid van de mensen die meeliep, waardevol en hard nodig is. Juist daarom is het van essentieel belang dat we scherp blijven in onze principes. Dat we niet wegkijken als mensenrechten selectief worden toegepast, of die schending nu van extreemrechtse of extreemlinkse kant komt. Dat we geen ruimte geven aan taal die de ene groep ontmenselijkt onder het mom van solidariteit met een andere.
Demonstreren tegen onrecht is geen vrijbrief om anderen onrecht aan te doen. Als we blijven zwijgen wanneer dergelijke grenzen worden overschreden, haken juist de mensen af die wél willen bouwen aan een samenleving waarin iedereen telt.
Laten we daarom bouwen aan een beweging die wél inclusief is. Waar we onze woorden zorgvuldig kiezen. Waar we pal staan voor iedereen die wordt uitgesloten of onderdrukt ongeacht afkomst, religie of politieke overtuiging. Een beweging die weigert om met twee maten te meten. Alleen dan kunnen we geloofwaardig opstaan tegen racisme, fascisme en onrecht en bouwen aan een samenleving waarin iedereen werkelijk meetelt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant