Home

‘Verandering is niet een kwestie van één geniale actie van een bijzonder individu, maar een taai, langdurig, collectief proces’

Vernieuwing van de democratie is geboden om de tegenkrachten die het politieke systeem ondermijnen het hoofd te kunnen bieden, betoogt Eva Rovers. In 2016 kwam ze in actie, ze ruilde haar rol van biograaf in voor die van activist.

‘De mensheid is zo sterk dat we de aarde kunnen redden. Maar we kunnen haar ook vernietigen. Zelfs iets kleins verandert iets.’ De woorden zijn niet van haarzelf, maar van astronaut Wubbo Ockels, op zijn laatste dag op aarde, nu elf jaar geleden. Ze citeert hem aan het begin van haar boek Nu is het aan ons, dat de ondertitel draagt: ‘Oproep tot echte democratie’. Die is in haar ogen hard nodig voor de grootste problemen van deze tijd – dwars tegen de autoritaire verleiding in pleit ze voor meer zeggenschap voor burgers: ‘We hebben niet minder, maar juist meer democratie nodig.’

Dat de 46-jarige Eva Rovers, schrijver en medeoprichter van Bureau Burgerberaad, een klein eerbetoon aan Wubbo Ockels brengt, vloeit voort uit zijn status van ‘jeugdheld’ tijdens haar basisschooljaren: ‘Jarenlang wilde ik per se astronaut worden.’ Haar ‘totale fascinatie’ voor het universum brengt haar op het spoor van Earth Rise – de eerste foto van buitenaf van de aarde. Dat beeld, in 1968 gemaakt vanuit de Apollo 8, raakt haar ten diepste, nog altijd: ‘Je ziet onze kleine planeet, in een uithoekje van het Melkwegstelsel, eenzaam in dat enorme universum. Door een intergalactisch toeval waren alle omstandigheden goed, waardoor er leven kon ontstaan – hoe bijzonder, hoe uniek. Dan wil je dat toch beschermen? Mijn activisme houdt daarmee verband.’

In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Haar grote verantwoordelijkheidsgevoel heeft ze als oudste dochter met drie jongere broers van jongsaf. Haar moeder werkt als verpleegkundige, haar vader maakt beeldende kunst, gezessen bewonen ze een rijtjeshuis in Eindhoven. In materieel opzicht leidt het gezin een bescheiden bestaan, maar ze herinnert zich vooral een ‘fijne, warme, prettige jeugd’. Haar ouders leven ‘betrokkenheid bij de wereld’ voor, wat Eva als 10-jarige brengt tot een vlammende spreekbeurt tegen de zeehondenjacht. Tot verbijstering van haar klasgenootjes slaat ze met een honkbalknuppeltje in op een barbiepop, beplakt met watten bij wijze van zeehondenbont.

Na de basisschool gaat haar activisme ruim een kwart eeuw onderhuids, tot haar 38ste. Haar opleiding taal- en cultuurstudies in Utrecht krijgt een vervolg in noeste arbeid in archieven en op haar studeerkamer: ze schrijft twee geprezen biografieën, de eerste over kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller, de tweede over schrijver Boudewijn Büch. Na jarenlang zich in het verleden en anderen te hebben verdiept, vindt ze het in 2016 hoogste tijd voor de toekomst en haar eigen stem: ‘Nog langer me jaren in de geschiedenis van een enkel persoon terugtrekken, hoe fantastisch ook, voelde haast als decadent – de wereld stond in de fik.’

Waardoor had u dat gevoel?

‘We leven in een tijd waarin we alle krachten moeten bundelen om het besturingssysteem van onze planeet op orde te krijgen, maar in 2016 waren er naast allerlei klimaatrecords ook de Brexit en de verkiezing van Donald Trump tot president. Achter die gebeurtenissen zat de overtuiging: eigen land en eigen volk eerst. De verdeeldheid tussen landen, maar ook binnen landen nam toe, terwijl we juist gezamenlijk moeten optrekken. Ik vond dat ik me niet langer kon permitteren langs de zijlijn te blijven.’

Waar bent u mee begonnen?

‘Waar ik in het begin vooral last van had, was een verlammend gevoel van machteloosheid – ik wilde meer kunnen doen dan mijn afval scheiden en af en toe een petitie ondertekenen. Als een soort therapie om van dat gevoel af te komen, ben ik een rondgang langs allerlei activisten gaan maken. Dat bleek heel effectief – ik hield er het besef aan over dat iedereen iets kan doen, als je het maar gezamenlijk doet. Daarover heb ik geschreven in mijn boek Practivisme, waarin ik de voorwaarden onderzoek voor een succesvolle opstand.’

Hoort opstand niet meer bij verzet tegen een dictatuur?

‘Nee, voor mij hoort het juist bij een democratie, het letterlijk opstaan tegen iets wat je onrechtvaardig vindt. Of het nu gaat om boeren die hun veestapel niet willen inkrimpen, of om natuurliefhebbers die dat juist wel willen om de natuur te redden. Je kunt dus tegenovergestelde vormen van onrecht hebben, maar daartegen in opstand komen, is voor mij een van de kernbegrippen van een democratie. Je mag de straat op om te uiten dat je het ergens mee oneens bent en kunt daarover met elkaar in gesprek gaan.’

‘In De mens in opstand zegt Albert Camus (Franse filosoof en schrijver, 1913-1960, red.) dat de mens op drie manieren zich tegenover de zinloosheid van het bestaan kan opstellen. Hij kan kiezen voor een religie of een ideologie die pretendeert alle antwoorden in huis te hebben. Dat ziet hij als de keuze voor een illusie, zo simpel zit de wereld niet in elkaar. Een tweede optie is zelfdoding: het leven heeft geen zin, dus ik stap eruit. Ten derde kun je in opstand komen tegen de zinloosheid door je uit te spreken en daarmee vorm aan je bestaan geven. Dat kun je ook in anderen herkennen, zij hebben diezelfde behoefte aan zingeving. Een gevoel van existentiële eenzaamheid kan dan plaatsmaken voor het besef: ik ben niet alleen, vele anderen komen ook in opstand.’

Wanneer is zo’n opstand succesvol?

‘Wil je als activistische beweging succes hebben dan is boven alles een doordacht plan nodig. Toen ik Practivisme schreef, bezetten studenten het Maagdenhuis (bestuursgebouw van de Universiteit van Amsterdam, red.). Dat was een grootse actie voor meer inspraak, maar het ging als een nachtkaars uit – het was een impulsieve bezetting. In mijn boek vergelijk ik die actie met die van Rosa Parks. Zij weigerde, in de jaren vijftig in het zuiden van de Verenigde Staten, in de bus voor een wit iemand op te staan. Ogenschijnlijk was dat een spontane actie, maar het was onderdeel van een jarenlange strategie van de burgerrechtenbeweging en werd een enorm succes.

‘Verandering is niet een kwestie van één geniale actie van een bijzonder individu, maar een taai, langdurig, collectief proces. Bellen, mailen, vergaderen, strategieën bedenken, met af en toe een spectaculaire eruptie in de vorm van een demonstratie – het is vooral veel werk achter de schermen met weinig zichtbaar resultaat. Burn-out is niet voor niets ziekte nummer één onder activisten. In je eentje krijg je bar weinig voor elkaar, je hebt elkaar hard nodig om een beweging gaande te houden.’

Op welke beweging bent u uitgekomen?

‘Met anderen ben ik Bureau Burgerberaad begonnen, na het lezen van een artikel over een burgerberaad in Ierland. Als hyperkatholiek land was de politiek daar al decennia zwaar verdeeld over abortuswetgeving, er zat geen enkel schot in. Maar met een burgerberaad waaraan 99 gelote Ieren deelnamen, is het gelukt in vijf maanden nieuwe wetgeving op te stellen, waarna de bevolking bij een referendum daarmee heeft ingestemd. Ik vond dat mind-blowing. Zoiets moet in Nederland toch ook kunnen, dacht ik toen. Wat meespeelde was dat mijn partner (cultuurhistoriscus David Van Reybrouck, red.) in België met een burgerinitiatief, de G1000, was begonnen en bij een permanent burgerberaad in Duitstalig België was betrokken. Ook al telt die gemeenschap maar zo’n tachtigduizend inwoners, het was wel een moment waarop ik dacht: het kan dus echt.’

Slaat het idee van burgerberaden aan?

‘In Europa zijn er permanente burgerberaden gekomen in steden als Parijs, Brussel en Milaan. In Nederland werden er tussen 2023 en 2024 zo’n 35 burgerberaden georganiseerd, twee jaar eerder waren dat er maar drie. Bovendien is dit jaar het eerste nationale beraad over klimaat van start gegaan. De ministers Sophie Hermans (Klimaat en Groene Groei) en Judith Uitermark (Binnenlandse Zaken) hebben gezegd dat ze de aanbevelingen ervan gemotiveerd zullen bespreken. Dat is mooi, al kunnen ze in theorie natuurlijk alles gemotiveerd afwijzen – of de regering wil luisteren naar burgers moeten we dus nog zien. In ieder geval is er veel gebeurd, vijf jaar geleden waren we nog nergens.’

Hoe verhoudt een burgerberaad zich tot de bestaande, representatieve democratie?

‘Ik zie het als een noodzakelijke versterking. Een zwakte van het bestaande systeem is dat er nauwelijks over de lange termijn wordt nagedacht. Grote problemen als het klimaat, de woningbouw of de jeugdzorg worden niet opgelost, tot frustratie van iedereen. Politici worden in beslag genomen door de waan van de dag en worden door verkiezingsdruk gegijzeld. Daarbij komt dat de meesten theoretisch zijn geschoold, waardoor een deel van de bevolking zich niet in haar vertegenwoordigers herkent.

‘Aan een burgerberaad neemt juist wel een afspiegeling van de bevolking deel en gaat het bij uitstek over langetermijnoplossingen, omdat de deelnemers zich niet druk hoeven te maken over hun herverkiezing. In de praktijk zie je meer begrip voor andermans standpunt – de deelnemers worden het vaak met elkaar eens, de aanbevelingen krijgen vaak steun van een grote meerderheid. Mijn ideaal is een permanent burgerberaad, als een soort gelote Derde Kamer, waarbij de bevolking vervolgens over de aanbevelingen mag stemmen en er een samenwerking met gekozen politici is. Dat zou ons systeem echt sterker maken.’

Ondertussen staat de democratische rechtsstaat wereldwijd onder druk.

‘Vergeleken met de krachten die de democratie ondermijnen, zijn wij een rimpeling op de oceaan. Elon Musk en de zijnen kunnen over enorme budgetten beschikken en over wereldwijde platforms waarmee ze nepnieuws kunnen verspreiden en de polarisatie aanjagen. Bovendien brokkelt de democratie van binnenuit af, zie het verlangen naar een ‘sterke leider’. De Rotterdamse hoogleraar duurzaamheid en transities, Jan Rotmans, heeft voor een tijdelijke dictatuur gepleit. Dan denk ik: ‘Néé! We hebben niet minder, maar juist meer democratie nodig.”

Waarmee krijgt u mensen echt warm voor deze vorm van democratische vernieuwing?

‘Ik zou willen dat ik daar een overtuigend antwoord op had, in Europa is het maar een kleine groep die zich actief inzet. Burgerberaden zijn niet sexy, omdat ze haaks staan op mediawetten: het draait niet om schokeffecten of persoonlijke conflicten, je hebt geen good guys en bad guys, de kern is een genuanceerd zoeken naar oplossingen. Wat wel helpt, is de enorme frustratie bij mensen over politici die maar voortmodderen met problemen en het politieke debat reduceren tot welles, nietes.

‘Ik merk dat als mensen zich in burgerberaden verdiepen, ze hoopvol gestemd raken. Ze zien dan in hoe verrijkend het is het perspectief van een ander te leren begrijpen, ook al heeft die ander een tegengestelde opvatting. Dat vermogen is precies wat we op dit moment zo missen. Dan gaan mensen ook inzien dat een andere vorm van democratie mogelijk is, waarmee je weerstand kunt bieden aan het uit elkaar vallen van de samenleving.

‘Natuurlijk, het is een lange weg. Maar als ik zie wat we in vijf jaar hebben bereikt, en bedenk dat de vrouwenbeweging zeventig jaar voor het kiesrecht heeft moeten strijden, dan ben ik ervan overtuigd dat er alle reden is door te gaan. Democratie is nooit af, er komt nooit een punt waarop je achterover kunt leunen. Ik moet denken aan de mythe over de steen van Sisyphus, die hij tot in de eeuwigheid omhoog moest duwen waarna hij weer van de berg rolde. Camus zegt dat we Sisyphus als een gelukkig mens moeten zien. Daar ben ik het mee eens. Je weet dat het eindeloos is, maar daarin zit ook voldoening.’

Boektip: Het vuur van de vrijheid. Wolfram Eilenberger (vertaling: Wil Hansen)

‘Dit boek is voor mij een antidotum tegen machteloosheid. Je ervaart de periode 1933-1943 door de ogen van Simone de Beauvoir, Hannah Arendt, Ayn Rand en Simone Weil. Hun observaties dwingen je na te denken over je rol ten opzichte van anderen en de samenleving, juist door hun sterk verschillende conclusies.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next