Home

Meer streektaal, dat raakt aan een verlangen naar een Nederland dat eigenlijk niet meer bestaat

Thuis in ‘Riessen’, Rijssen dus, werd Nedersaksisch gesproken, de plaatselijke variant van het Twents. Zijn oma, die bij hen inwoonde, sprak vloeiend ‘Riessens’. En dus groeide de Overijsselse SGP-gedeputeerde Gert Harm ten Bolscher op met de streektaal.

Het is een generatiekwestie. De eerste taal van zijn jongere broertje, ongeveer tien jaar na hem geboren, is Nederlands. Zijn eigen kinderen zijn ‘tweetalig’ opgevoed: hij spreekt Nedersaksisch, zijn echtgenote Nederlands – zij komt uit Zuid-Holland.

Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.

Als je een inwoner van Overijssel een lastige boodschap moet brengen, dan helpt het als je Nedersaksisch praat. Je hebt dan toch een ander gesprek, ook al spreekt de een Twents en de ander Sallands of Gaellemunigers, uit Genemuiden.

Nedersaksisch is mooi, vindt Ten Bolscher. Je kunt zoiets zeggen als: ‘Ik ga op huus aan.’ En dan zegt de ander met zoveel woorden: ‘Je zit me niks in de weg.’ Oftewel: blijf toch gezellig even. Dat onderkoelde heb je niet in het Nederlands.

Afgelopen woensdag vergaderden de Provinciale Staten in Overijssel voor zover mogelijk in het Nedersaksisch. Dat past in een landelijke trend om regionale talen zichtbaar te maken. Het Rijk stelt hiervoor subsidie beschikbaar.

In Overijssel blijft de geldelijke overheidssteun vooralsnog beperkt. De provincie Limburg investeert jaarlijks ruim een miljoen euro in de Limburgse taal, vanuit Maastricht omschreven als ‘ein laevend cultuurgood’.

Het ideaal is natuurlijk het Fries, de tweede officiële taal van Nederland, die zowel in bestuurskringen als in de rechtspraak en regionale media wordt gebruikt en volop in officiële spelling op Friese scholen wordt onderwezen. De Friese taal wordt aangejaagd met vele miljoenen aan Haags belastinggeld.

Zeg je Limburgs of Nedersaksisch, dan gaat het over tradities en verhalen, over ‘noaberschap’, dus naar elkaar omkijken, over platteland versus stad, over als provincie serieus worden genomen in Den Haag. Meer streektaal, dat raakt aan een verlangen naar een Nederland dat eigenlijk niet meer bestaat.

Soms gaat het ook gewoon over elkaar kunnen verstaan, niets meer of minder. De Overijssel Academie maakte voor zorgmedewerkers handige vertaalgidsen: Eerste hulp bi-j plat proatn. Oudere cliënten van de thuiszorg beginnen in het Twents of Sallands over pijn in de ‘boek’ (de buik), of op de ‘hoed’ (de huid). Je moet het maar net weten.

Ten Bolscher, als gedeputeerde heeft hij erfgoed in de portefeuille, spreekt in het provinciehuis de zaal toe in ‘algemeen beschaafd Nedersaksisch’. Wat je in Nederlands bestuursjargon ‘participatie’ noemt, daarvoor kent hij een prachtige Twentse omschrijving, die hij even later in mijn notitieblokje schrijft. Het komt erop neer dat je elkaar in de ogen kijkt en praat of samenwerkt. ‘Viej kiekt mekaar an en kuiert met mekoar.’

Alleen: hoewel de meeste partijen enthousiast instemden met een vergadering in het Nedersaksisch, heel belangrijk vonden ze dat toen, blijken veel Statenleden en gedeputeerden deze taal niet machtig. Een relaas in de streektaal zou zijn vader ‘onmeunig’ trots maken, maar de fractievoorzitter van Volt stottert een beetje, daarom houdt hij het liever bij Nederlands.

Nedersaksisch? ‘Ik beheers dat niet’, zegt een mevrouw van D66. Ze vertelt over de schuurfeesten in haar jeugd. Zoveel Twents leerde ze daar wel: als jongens beginnen over ‘brommers kiek’n’ dan gaat het niet over brommers kiek’n, maar over intiemere zaken. Een collega van JA21 is beter thuis in het ‘plat Haags’.

Zulke ‘immigranten’ zijn er in Overijssel nu eenmaal veel, aldus FvD-Statenlid Remco Roelofs. In ‘plat Tukkers’ bespreekt hij details van het Provinciaal Inpassingsplan. Zomaar in de volle Statenzaal over ‘zwoare’ juridische aspecten beginnen, dat voelt gek. Van huis uit leerde hij juist om Tukkers nooit vrij baan te geven, maar buiten de deur ‘normaal Nederlands te praten’.

Hoe feller de discussie, hoe moeilijker plat praotn wordt. Als D66, voorvechter van de streektaal, met een motie komt voor ‘tweetalige’ plaatsnaamborden, dus ook in het Nedersaksisch, blijkt het antwoord in razendsnel Twents van gedeputeerde Ten Bolscher te hoog gegrepen. Hij gaat dan maar ‘gewoon’ in het Nederlands verder, dat geeft ‘minder verwarring’.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next