Home

Mbo’ers die opleiding inruilen voor werk zijn kwetsbaar: ‘Ik verdiende veel minder dan collega’s

Vorig jaar braken 22 duizend mbo-studenten hun opleiding af. Eenmaal aan het werk zijn ze kwetsbaar. Ze hebben vaker dan afgestudeerden een flexibel contract en verdienen minder, blijkt uit nieuw onderzoek. ‘Het scheelde wel een paar honderd euro per maand.’

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.

Dylano Roos ging elke dag met tegenzin naar school. Hij werd gepest en kon niet goed meekomen met de lesstof. Meermaals wisselde hij van school, het hielp allemaal niets. Toen uit een test bleek dat hij zwakbegaafd was, belandde Roos in het speciaal onderwijs. Daar voelde hij zich meer op zijn plek, maar hij wist ook: zijn jongensdroom om in het leger te gaan, zou nooit uitkomen.

Eenmaal begonnen aan een mbo-opleiding logistiek, was zijn motivatie dan ook ver te zoeken. Hij besloot te stoppen en kreeg via zijn moeder, ook werkzaam in de logistiek, een stageplek die uitmondde in betaald werk. Hij voelde zich gewaardeerd en had opeens een salaris. ‘Ik had zoiets van: zoek het lekker uit met school, ik ga werken tot ik 100 ben.’

Ontevreden over school

De Nijmeegse Roos (23) behoort tot een grote groep mbo’ers die de opleiding de rug toekeert. Vorig schooljaar (2023-2024) waren dit er 22 duizend. Een aanzienlijk deel van hen, namelijk 40 procent, heeft een jaar later werk gevonden, blijkt uit een vrijdag gepubliceerd onderzoek van Regioplan in opdracht van Ingrado, de branchevereniging voor leerplichtambtenaren. Het onderzoek wil in kaart brengen welke beweegredenen jongeren hebben om hun opleiding te verruilen voor een baan, zodat het beleid hier beter op afgestemd kan worden.

De bevindingen, op basis van data- en literatuuronderzoek en elf diepte-interviews met voor­tij­di­ge school­ver­la­ters (vsv’ers), zijn verrassend. Anders dan vaak gedacht, is geld verdienen niet de grootste motivator om de opleiding te staken. Vaker liggen er andere motieven aan ten grondslag, zoals ontevredenheid over de opleiding, gebrek aan binding met docenten, gedragsproblemen of de financiële noodzaak om te werken.

‘Er is vrijwel altijd sprake van een samenloop van factoren’, zegt Jacob van der Wel, onderzoeker bij Regioplan. ‘Dan heeft bijvoorbeeld een vriendje het net uitgemaakt en is er óók nog gedoe op school. Als 17- of 18-jarige heb je nog niet het relativeringsvermogen om te bedenken waarom een opleiding belangrijk is.’

Dat dit wel degelijk het geval is, blijkt uit de door Regioplan geanalyseerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Jongeren die zonder diploma de arbeidsmarkt opgaan, hebben beduidend minder kans op stabiel werk en inkomen. Ze zijn vaker werkloos (11,5 procent ten opzichte van 5,7 procent van de mbo’ers met diploma), hebben vaker een tijdelijk contract (81,7 versus 64,2 procent) en ontvangen gemiddeld een lager uurloon. Ze hebben, kortom, een kwetsbaardere arbeidspositie.

Stressvol

Voor Dylano Roos was het vinden van een baan niet zozeer het probleem. Telkens als zijn tijdelijke contract afliep, kwam hij weer aan de bak. Maar toen hij drie jaar geleden overspannen raakte, kreeg hij van zijn toenmalige werkgever te horen dat zijn contract niet werd verlengd en had hij weinig om op terug te vallen. Ook verdiende hij een stuk minder dan zijn collega’s. ‘Het scheelde wel een paar honderd euro per maand’, zegt Roos.

Hij begon steeds meer het belang van een opleiding in te zien. Via het ROC in Nijmegen kon Roos een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen, waarbij hij één dag naar school ging en de rest van de week kon werken. ‘Ik vond het stressvol en moest echt wennen’, zegt hij. Toch lukte het hem om na een jaar zijn diploma logistiek (niveau 1) te behalen. Inmiddels probeert Roos via praktijkverklaringen (op de werkvloer) ook niveau 2 te behalen. ‘Ik wil bewijzen dat ik het kan.’

Actieplan minister

Om het aantal jongeren dat het mbo zonder diploma verlaat terug te dringen, lanceerde de vorige minister van Onderwijs Robbert Dijkgraaf anderhalf jaar geleden een actieplan. Scholen moeten actief te hulp schieten als jongeren afwezig zijn. Ook moet het makkelijker worden via een werkgever alsnog een opleiding te volgen en een diploma te halen. Het kabinet trekt hier vanaf volgend jaar 90 miljoen euro voor uit, in plaats van de huidige 50 miljoen.

Jongeren tot 16 jaar zijn leerplichtig, tot 18 jaar geldt een ‘kwalificatieplicht’, wat inhoudt dat ze minimaal een diploma op mbo 2-niveau moeten halen. Het rapport van Regioplan laat zien dat er nog veel winst te behalen valt: ruim de helft van de voortijdige schoolverlaters gaat in de daaropvolgende jaren niet terug naar school. Toch komt een groot deel uiteindelijk tot het inzicht dat het loont om een opleiding te voltooien: 45 procent van de vrouwen en 42 procent van de mannen haalt binnen tien jaar alsnog een diploma.

Villa bouwen

Sinds anderhalve maand is Dylano Roos, momenteel werkloos, op zoek naar een nieuwe baan. Hij is twee opties op het spoor: een logistieke baan in de autoindustrie of schoonmaken in het Radboud UMC. ‘Ik ga daar eens diep over nadenken.’

Wat hij wel al weet, is waar hij zijn salaris aan wil uitgeven. Roos spaart voor een reis naar Berlijn. En ooit wil hij het huis uit. Zijn broertje, die binnenkort ook een mbo-opleiding gaat volgen, heeft grootse plannen. ‘Hij wil zijn eigen bedrijf beginnen, zodat we later samen in een villa kunnen wonen.’

ruim 19 jaar, vaak man en migratieachtergrond
Mbo-studenten die zonder diploma gaan werken, zijn volgens cijfers van het CBS gemiddeld 19,3 jaar oud. Ongeveer twee derde is man. Een derde van de voortijdige schoolverlaters (vsv’ers) die tussen 2020 en 2023 is uitgestroomd naar de arbeidsmarkt heeft een migratieachtergrond. Een vergelijkbare groep behoorde op 15-jarige leeftijd tot een huishouden uit de laagste inkomstencategorie. Ook zijn vsv’ers vaker dan gemiddeld veranderd van onderwijsniveau (bijvoorbeeld van havo naar vmbo).

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next