Ik heb genoten van de 42 niet eerder vertoonde doelpunten van Johan Cruijff. Andere Tijden Sport presenteerde ze ons als teruggevonden Rembrandts, wat leuk gezegd is, maar mogelijk wat overdreven.
‘Waarvan zou je er liever 42 terugvinden’, vraagt mijn vriendin Jet geeuwend, ‘Sun-singles van Elvis of complete romans van Philip Roth?’
Kalm stop ik mijn pijp. ‘Lang geleden’, zeg ik de vlam erin jagend, ‘stuurde onze godsdienstleraar, drs. Mooren, mij en mijn vriendje Fruts naar de rector van onze school, drs. Jetten. Aan hem de vraag welk feest hem nader stond, Pasen of Kerstmis. Weet je wat hij antwoordde?’ Rook verlaat mijn neusgaten, peinzend bekijk ik mijn pijp. (Spanning opvoeren.) ‘Hij antwoordde dat we tegen meneer Mooren moesten zeggen dat hij geen tijd had voor deze onzin.’
Vond ze lullig van me, zeker met die pijp erbij, terwijl ik alleen maar wilde zeggen dat doelpunten geen schilderijen zijn, en ook geen romans, maar zeker geen Sun-singles van Ellevis, die ooit door Martin Bril werden vergeleken met veldslagen van de jonge Napoleon, wat geenszins overdreven was, eerder eufemistisch, en daarom toch wat karig, en dus teleurstellend. Een gotspe.
Afijn, van Cruijff kwam nog meer Cruijff, zo gaat het, al snel raakte ik verzeild in allerlei Cruijff-fragmenten, waaronder een complete uitzending van Barend en Van Dorp uit 1993. Eveneens te gast waren Van Basten en Piet Keizer, en eigenlijk waren Frits en Henk zelf ook te gast, want de studio was in Barcelona. Ik vond dat logisch, want Cruijff is Cruijff, en wij zijn Mozes en de berg. En als Cruijff niet naar Mozes en berg komt, dan komen Mozes en de berg naar Cruijff. Uiteraard was de aanleiding een WK, Cruijff ging weer eens niet mee, en Frits en Henk wilden weten waarom niet. Genieten geblazen. Drie dingen sprongen eruit.
1. Cruijff, die lange betogen afstak, zei soms iets over Piet Keizer, en dan noemde hij hem, waar Keizer dus bijzat, ‘Pietje’. Twee dingen vond ik daar mooi aan:
a. dat Keizer dat helemaal niet raar vond, laat staan badinerend, zo noemde Cruijff hem kennelijk altijd, en
b. dat Keizer een beer van kerel was. Het hoofdje van Cruijff, en ook zijn schoudertjes, pasten zeker twee keer in die van Keizer. Niettemin: ‘Pietje’. Zo heette de kanarie van mijn oma, ‘Pietje’.
2. Keizer, Van Basten en Cruijff, voetballers als Sun-Singles van The King, zeer gepaste vergelijking vind ik dat, knap gevonden, hadden voor de uitzending staan kijken naar Romário, eveneens een Sun-single, ik zou zeggen Mystery Train, en wat ze zeiden was dat Romário’s eerste aanname niet deugde. Op die ijle hoogten bevonden we ons!
Maar, en dan kom ik bij mijn derde punt, daar hadden Frits, en vooral Henk, maling aan.
3. We zijn gewend geraakt aan Cruijff als heilige, hij is onze enige echte heilige. Ja, ik geloof wel dat er ‘iets’ is, tussen hemel en aarde, namelijk: Cruijff. Maar daar deden Frits, en vooral Henk, niet aan mee. ‘Hee’, zei Van Dorp geregeld tegen Cruijff, ‘ken jij effe je kwek houwen? Hou nou effe je kwek. Wij stellen hier de vragen.’
Volgens Cruijffs dokter was Marco’s enkel een pezenkwestie, maar Marco’s dokteren vonden het een kraakbeenkwestie. Vanaf dat moment noemden Frits, maar vooral Henk, Cruijff ‘dokter Cruijff’. ‘Jongens, dokter Cruijff weet ook al hoe je televisie moet maken’, enz. ‘Piet Keizer was onze meest technische voetballer ooit. Johan kon alleen maar hard rennen’, zei Frits.
Cruijff wilde protesteren, maar Henk zei: ‘Dokter, mond houden.’
Ook mooi: Cruijff kon ertegen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns