Klassiek Inspelen op de actualiteit is voor klassieke orkesten een complexe uitdaging. Bij het Concertgebouworkest klopt de buitenwereld nu vanzelf op de deur: het orkest eert de pas overleden componiste Sofia Goebaidoelina en presenteert zijn nieuwe seizoen, met daarin veel aandacht voor Amerikaanse muziek.
Hoe sluit je in klassieke concerten aan op het hier en nu? Hoe ‘actueel’ kunnen symfonieorkesten zijn? In de nieuwe seizoensbrochures van zalen, orkesten en ensembles, die veelal nu op de mat vallen, voel je die uitdaging terug in motto’s als „De traditie in perspectief plaatsen” (NTR ZaterdagMatinee) of „Met muziek als wereldtaal hoop geven op verdraagzaamheid en verbondenheid” (Concertgebouworkest).
Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Klaus Mäkelä, m.m.v. Julian Rachlin (viool). Werken van Goebaidoelina, Oh, Schumann. Gehoord: 26-3 Concertgebouw. Herh. 27-3 en 28-3, aldaar. Tournee t/m 2-4. Info: concertgebouworkest.nl
En soms gaat het ook zomaar vanzelf. Het Koninklijk Concertgebouworkest eert deze week met drie concerten de pas overleden componiste Sofia Goebaidoelina door heruitvoering van haar meesterwerk Offertorium (1980-1986). Dat stond al op de rol voordat Goebaidoelina’s overlijden bekend werd, maar toeval maakt het eerbetoon niets minder raak.
Offertorium is vintage Goebaidoelina, zowel in de thematiek (spiritualiteit) als in de complexe opzet, waarin een thema uit Bachs Das Musikalisches Opfer wordt af- en opgebouwd. Het proces verloopt via eigenzinnige orkestrale samenklanken – soms hemels (celesta, harp), soms onderwaterachtig, soms aards brullend, en wordt in al die uitersten door toekomstig chef Klaus Mäkelä helder uitgelicht. In het middelpunt is violist Julian Rachlin de virtuoze en eigenzinnige solist. Hij vult de destijds voor violist Gidon Kremer gecomponeerde partij in met bewonderenswaardige alles-of-niets inzet en flexibiliteit van toon.
Ook typerend voor Goebaidoelina: de urgentie van haar muzikale ‘taal’. Die ademt een heilig moeten dat je meteen bespringt. Hoe verhoud je je tot zo’n meesterwerk wanneer je als componist de opdracht krijgt een werk te maken als voorprogramma? Componiste Seung-Won Oh (1969) liet zich in Spiri III: Sacred Ritual zonder verlies van eigenheid letterlijk door Offertorium inspireren, maar haar stuk doet met zijn grootse slagwerk- en kopereffecten en turbulentie ook terugdenken aan Calliope Tsoupaki’s sterke Another Day, eerder deze maand door het orkest in wereldpremière gebracht. Het mogen proeven van zulke dwarsverbanden – Oh en Tsoupaki zijn beiden oud-leerling van Louis Andriessen – is fascinerend én een verheugend gevolg van een van de mecenaatsfondsen van het orkest.
Na zo’n stevige eerste helft smaakt Schumanns innige Vierde symfonie bijna als een schuimdessert. Wat een feest is het in een stuk als dit de verbazingwekkend rijpe technische alleskunnerij van Klaus Mäkelä te zien, te horen en te voelen. Dragende basloopjes springen sonoor je oor in, waar het orkest prima zelf kan uitdrijven staat Mäkelä simpelweg stil – om meteen daarna weer energiek het voortouw te nemen. Wat zijn hoofd wil horen, kan zijn lichaam uitdrukken. Wat zou hij volgend jaar maken van Bachs Matthäus-Passion? Mäkelä is een toekomstige chef die bakken voorpret genereert.
Officieel wordt het Finse supertalent Klaus Mäkelä (1996) pas in 2027 de achtste chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouw. In de praktijk is hij ook als ‘Chief Conductor Designate’ al onmisbaar voor de internationale statuur van het KCO.
Het orkest is komend seizoen met Mäkelä te gast in veel belangrijke zalen en festivals. Het speelt in 2025/2026 veertien keer onder Mäkelä ‘thuis’ in de Grote Zaal van het Concertgebouw, en 27 keer in het buitenland (o.a. een Azië-tournee en Europese festivals).
Mäkelä dirigeert dan nieuw repertoire en ‘kernrepetertoire’, zoals werken van Richard Strauss, Mahlers Vijfde symfonie, Bruckners Achtste symfonie en Bachs Matthäus-Passion.
Opvallend in de programmering is een focus op Amerikaanse muziek t.g.v. de viering van 250 jaar onafhankelijkheid; een rode draad die werd gekozen toen de internationale betrekkingen nog minder op scherp stonden.
Source: NRC