Home

Deel uithuisplaatsingen kinderen van toeslagenouders onnodig, concludeert commissie

Er is een duidelijke relatie tussen de toeslagenaffaire en de uithuisplaatsing van ruim drieduizend kinderen. Dat concludeert een commissie onder leiding van Mariëtte Hamer. Zij pleit voor meer hulp aan de getroffen jongeren. ‘Ik ben geschrokken van hun trauma’s.’

is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.

Het is een beladen vraagstuk waarover al veel rapporten zijn geschreven: zijn zo’n drieduizend kinderen van toeslagengedupeerden uit huis geplaatst, omdat hun ouders slachtoffer waren van de toeslagenaffaire? Of hadden die gezinnen al problemen die anders ook tot ingrijpen van de jeugdbescherming hadden geleid?

De vraag speelt sinds het CBS vanaf eind 2021 getallen publiceerde over de uithuisplaatsing van kinderen van toeslagenouders. Een onafhankelijke commissie onder leiding van voormalig SER-voorzitter en PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer geeft een duidelijk antwoord in haar donderdag gepubliceerde onderzoek.

‘Het is aannemelijk dat bij een aanzienlijk deel van de gezinnen de uithuisplaatsing niet had plaatsgevonden als de terugvordering van de Belastingdienst er niet was geweest en/of de financiële situatie eerder was gestabiliseerd. De uit huis geplaatste kinderen zijn daardoor ook zelf de dupe van de toeslagenaffaire geworden.’

De commissie trekt haar conclusies op basis van ‘dieptegesprekken’ met 61 ouders en zo’n 35 uithuisgeplaatste kinderen. Dat is een fractie van de circa tweeduizend toeslagenouders die te maken kregen met uithuisplaatsingen.

‘Maar met hen hebben we intensief gesproken over wat er precies is gebeurd’, zegt commissievoorzitter Hamer. ‘Ook hebben we ruim honderd jeugdbeschermings-dossiers onderzocht. Daarna hebben we duidelijke patronen voorgelegd aan zo’n honderd andere gedupeerden, en aan deskundigen.’

De conclusie staat haaks op die van eerdere onderzoeken, die geen duidelijke relatie zagen tussen de toeslagenaffaire en de uithuisplaatsingen. Het CBS stelde in 2022 op basis van een statistische vergelijking dat kinderen van toeslagenouders niet vaker met de jeugdbescherming te maken kregen dan kinderen uit vergelijkbare gezinnen.

Een jaar later zag de Inspectie Justitie en Veiligheid wel enig verband: de financiële problemen waarin gezinnen belandden vanwege de moeilijkheden met de Belastingdienst speelden een rol bij de gedwongen verhuizing van hun kinderen. Maar, schreef de inspectie, in die gezinnen speelden meer problemen die aanleiding gaven tot ingrijpen van de jeugdbescherming.

Voor het publiek is het verwarrend dat verschillende onderzoeken tot verschillende conclusies komen. Is uw onderzoeksmethode op basis van een kleine honderd diepte-interviews wel solide genoeg?

‘Er is veel kritiek geweest op het CBS-onderzoek, dat louter cijfermatig was. Wij hebben gekeken naar wat er werkelijk speelde. Graag hadden we van het CBS data gekregen over hoe de gezinnen ervoor stonden voordat en nadat ze slachtoffer werden van de toeslagenaffaire, maar die gegevens konden ze niet leveren. Desondanks staan onze conclusies als een paal boven water. Als je logisch nadenkt, zou het raar zijn als er geen relatie zou zijn tussen de toeslagenaffaire en de uithuisplaatsingen. Als mensen grote schulden krijgen door de terugvorderingen, heeft dat effect op de gezinssituatie.’

U zegt zelfs dat veel van deze uithuisplaatsingen onnodig waren. Hoe zit dat?

‘Wij zagen bijvoorbeeld dat veel gezinnen met uithuisplaatsingen te maken kregen, ook al speelden er voor de toeslagenaffaire geen noemenswaardige problemen. Uit eerdere onderzoeken bleek dat niet. En we zagen hoe de jeugdbescherming met deze gezinnen omging. Het is die combinatie. De jeugdbescherming onderzocht niet grondig wat er in zo’n gezin speelde. Zij richtte zich puur op de veiligheid van het kind. In dossiers staat de reden van de uithuisplaatsing vaak onduidelijk omschreven. Als jeugdbeschermers de gezinssituatie beter hadden geanalyseerd, was het vaak mogelijk geweest om de uithuisplaatsing te voorkomen.

‘Daarom doen wij aanbevelingen voor een betere jeugdbescherming, met minder uithuisplaatsingen. Voor een beslissing daarover moet eerst, samen met de ouders en kinderen, een grondige analyse worden gemaakt van de problemen. Een uithuisplaatsing leidt vaak niet tot verbeteringen: veel jongeren vertelden ons over hun trauma’s en hun gebroken vertrouwen in de hulpverlening.’

Bent u geschrokken hoe de gedupeerde kinderen er nu aan toe zijn?

Ja, en ik ben wel wat gewend. Krachtige kinderen die het goed hadden kunnen doen in de samenleving, zijn heel erg gebutst. Gezinsrelaties zijn geschaad. Ik hoorde van een jongere dat zij zich destijds erg in de steek gelaten voelde. Zij dacht dat haar moeder het eens was met haar uithuisplaatsing, want haar moeder lachte altijd tijdens de gesprekken met de jeugdbescherming. Maar dat deed ze uit angst. Daar komt een kind pas jaren later achter.

‘Deze gedupeerde kinderen, die inmiddels vaak volwassen zijn, verdienen erkenning. Onze commissie vindt dat de overheid de plicht heeft ze op weg te helpen in de samenleving, bijvoorbeeld met een speciaal fonds. Veel kinderen hebben geen gewenste opleiding kunnen volgen en kunnen nu bijvoorbeeld geen studiefinanciering meer krijgen.’

Wat hoopt u te bereiken met uw rapport?

‘Sommige kinderen en ouders die wij hebben gesproken, zeiden dat ze met dit rapport in gesprek willen met de jeugdbescherming over mogelijke verbeteringen. Dan is hun leed niet voor niets geweest. Ik hoop dat die organisaties daarvoor open staan.’

‘Wij zijn gedupeerde kinderen, wij willen erkenning’

‘Ik herken me volledig in het rapport van Mariëtte Hamer’, zegt Moza van Waas (25). ‘Er moet hulp en erkenning komen voor de duizenden kinderen van toeslagengedupeerden die een uithuisplaatsing hebben meegemaakt.’

Van Waas werpt hij zich op als hun spreekbuis. Hij is lid van het jongerenpanel toeslagen en de stichting jongerencommissie KOT. Als 9-jarige werd hij bij zijn alleenstaande moeder weggehaald. Zij was toen net begonnen als makelaar. ‘Drie maanden zat ik in een jeugdgevangenis, omdat er geen crisisplek beschikbaar was. Daarna twee jaar in een gesloten instelling.’

Als een ‘heel ander kind’ kwam hij daarna terug bij zijn moeder. ‘Het was veel beter geweest als ik thuis was blijven wonen. Dan had mijn leven er heel anders uitgezien, zonder trauma’s en zonder schoolachterstand.’

Hij vindt het erg dat zijn grootouders zijn overleden voordat de toeslagenaffaire openbaar werd. ‘Toen werd pas duidelijk: mijn moeder is geen slechte moeder en ik heb geen gedragsproblemen, maar ik ben slachtoffer van de problemen van mijn moeder met de Belastingdienst.’

In het volwassenenonderwijs wist Van Waas zijn havo-diploma te behalen, dit jaar is hij begonnen aan een rechtenstudie in Rotterdam. ‘Maar veel kinderen halen hun achterstand nooit meer in.’

Zijn levensdoel is duidelijk. Als jurist wil hij zich inzetten voor kinderen in de jeugdzorg. ‘Ik ben in therapie, mijn jeugd is verpest, die krijg ik niet meer terug. Daarom wil ik in de toekomst andere kinderen in de jeugdzorg bijstaan, bij wie nog wel iets te redden valt.’

Open wond

Soms voelt het alsof hij door zijn jeugdtrauma’s balanceert op een dun koord. ‘Er hoeft maar iets te gebeuren of die wond gaat weer open’, zegt Van Waas. ‘Al mijn lotgenoten hebben een trauma, de meesten zijn veel langer uit huis geplaatst of zijn zelfs nooit meer bij hun ouders teruggekomen.’

Van Waas hoopt dat de jeugdbescherming door dit rapport beter beseft hoe hun beslissingen de levens van kinderen kunnen veranderen: ‘Het is het ergste dat je een kind kunt aandoen, hem weghalen bij zijn familie zonder dat het kind begrijpt waarom.’

Daarom hoopt Van Waas op meer steun voor jongeren zoals hij. ‘Veel van ons hebben schulden, omdat we nooit met geld hebben leren omgaan. Zonder extra hulp geven we bovendien onze trauma’s weer door aan onze kinderen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next