De Volkskrant volgt drie migranten in hun dagelijkse bestaan. Hoe vinden ze hun weg in Nederland, hoe ziet hun leven eruit en wat zijn hun verwachtingen? Deze week Olena Kotenko, die in de Rotterdamse bibliotheek haar huiswerk voor de taalcursus Nederlands maakt.
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland.
Olena Kotenko (44) reist per roltrap door de Centrale Bibliotheek van Rotterdam. Het is donderdagmiddag, door de grote ramen is te zien hoe de zon langs de stompe toren van de Laurenskerk strijkt. Buiten scharrelen mensen over de Binnenrotte naar de Markthal. Olena kijkt er graag naar als ze onderweg is naar de stilteruimte op de zesde verdieping, waar ze bijna wekelijks een paar uur gaat studeren.
Naam: Olena Kotenko
Leeftijd: 44
Komt uit: regio Kyiv
Woont in: Rotterdam, met haar man en dochter van 11
Werkte als: fotograaf en bakker
In Nederland sinds: augustus 2023
Ze houdt van deze plek. De bibliotheek biedt haar de mogelijkheid te vergeten, al is het maar voor even. Ze kan vergeten dat ze op de vlucht is, vergeten dat ze soms vreest voor het lot van degenen die achterbleven in Oekraïne, vergeten dat ze een onzekere toekomst heeft. Hier in de bibliotheek is alles ‘calm and steady’, zegt ze. ‘Alsof de oorlog niet bestaat.’
Eenmaal boven stapt Olena door een glazen deur (‘Ssstilteruimte’ staat erop) en betreedt een met tapijt beklede zaal waar tientallen mensen zitten te werken, slechts gestoord door het geritsel van jassen, het geluid van vingers op toetsenborden en een paar gefluisterde woorden. Hier vindt ze de rust die ze thuis niet krijgt.
Want thuis is één kamer. Thuis is een L-vormige ruimte in een oud kantoorgebouw in het stadsdeel Hoogvliet, waar ook andere Oekraïense vluchtelingen zijn ondergebracht. Er passen net twee tafels, een tweepersoonsbed en een stapelbed in. De vloer biedt onvoldoende ruimte voor de yoga die ze ’s ochtends graag doet. Als hun 11-jarige dochter Vlada ’s avonds in bed ligt, kunnen Olena en haar man Oleg niet veel meer doen dan stilletjes een boek lezen.
Ze wandelt in de bibliotheek naar haar favoriete tafeltje, maar daar zit een oude man portretten te tekenen. Even verderop hangt ze haar jas over de leuning van een stoel, ze gaat zitten en pakt een werkboek en een etui uit haar rugzak. Ze slaat het werkboek van haar taalcursus Nederlands open, het werkboek waarop ze met potlood ‘Helen’ heeft geschreven.
Zo noemt ze zichzelf sinds ze merkte dat mensen haar naam hier niet uitspreken als ‘Olèna’, zoals het hoort, maar als ‘Oléééna’. Als mensen haar naam zo uitspraken, had ze vaak niet eens in de gaten dat ze het over haar hadden, zegt ze. Voor haar klinkt Oléééna vooral als een Oekraïens merk zonnebloemolie. En dus heet ze nu vaak Helen of Helena. Makkelijker voor de anderen. En ook voor haarzelf, want ze kan haar energie wel ergens anders voor gebruiken.
Vandaag staat er een oefening op het programma waarbij ze de juiste vorm van een werkwoord moet invullen. ‘Om acht uur ga ik van huis. Ik moet naar de bus. Bij de bushalte staan drie collega’s.’ Ze heeft het Nederlands inmiddels aardig onder de knie. Nog even en ze zit op niveau A2, wat betekent dat ze zeer eenvoudige zinnen beheerst zonder moeilijke woorden.
Over deze serie
De Volkskrant volgt drie migranten in hun dagelijks bestaan. Hoe vinden ze hun weg in Nederland, hoe ziet hun leven eruit en wat zijn hun verwachtingen?
Alle afleveringen vindt u hier.
Ze heeft geluk dat ze van talen houdt, zegt ze. Behalve Oekraïens en Russisch spreekt ze ook goed Engels. Een jaar of tien geleden leerde ze zichzelf een beetje Turks, ter voorbereiding op een vakantie naar Turkije, waar ze zouden verblijven in een kustplaatsje waar de bevolking niet of nauwelijks andere talen sprak. Ze ging er nog even mee door toen ze weer thuis was, omdat ze ‘verliefd’ was geworden op de Turkse taal. En toen ze na de Russische inval met haar gezin naar Polen vluchtte, waar ze anderhalf jaar woonden, leerde ze ook een beetje Pools.
En nu dus Nederlands, een taal die ze langzamer oppikt dan haar lief is, langzamer ook dan haar dochter, bij wie ze graag in de klas had willen zitten, gewoon achterin het lokaal, onopvallend, als een zwijgende toeschouwer die zich onderdompelde in de taal. Ze had het aan de leerkracht gevraagd, maar die zag het niet zitten.
Dus rest haar nu de taalcursus. Ze boekt nog altijd vooruitgang. Onlangs lukte het haar bijvoorbeeld om Vlada ziek te melden op school, bij een medewerker die alleen Nederlands spreekt. Toen de medewerker iets antwoordde wat ze niet verstond, zei ze: ‘Kunt u dat misschien herhalen, maar dan langzamer?’ Een paar maanden geleden zou haar dat niet zijn gelukt. Toch moet het beter, zeker als ze aan de slag wil in de kraamzorg, waarvoor ze ook een opleiding zou moeten volgen.
In de stilteruimte toont Olena een opstel dat Vlada recent op school schreef. Ze moest zich inbeelden dat ze diep in het regenwoud woonde en daar dan een spannend verhaal over schrijven. ‘Ik slaap in een huisje gemaakt door stoken, grote planten en blatjes van de boom’, schreef ze. Nee, foutloos is het niet, maar wat maakt dat uit?
‘Ik ben zo trots’, zegt Olena. In het Nederlands.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant